Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 17 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30579Zaaknummer C/09/708897 / FA RK 26-7089

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/708897 / FA RK 26-7089
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing wijziging zorgregeling

De rechtbank:

wijst de verzoeken van de moeder ten aanzien van een wijziging van de zorgregeling af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-7089 (wijzing omgang) en FA RK 26-7154 (nakoming omgang)

Zaaknummer: C/09/708897 (wijziging omgang) en C/09/708988 (nakoming omgang)

Datum beschikking: 17 september 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 10 juli 2026 en 13 juli 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Hashem Jawaheri te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D. Rezaie te Amsterdam, waargenomen door mr. F. Mahboub.

Procedure

In de procedure met zaaknummer C/09/708988

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- het verzoekschrift;

- het F9-formulier van 19 augustus 2026 van de zijde van de vader, met bijlage.

In de procedure met zaaknummer C/09/708897

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- het verzoekschrift.

De minderjarige, [minderjarige 1], heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 20 augustus 2026 is de zaak gecombineerd op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en de tolk. N. Adel;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de tolk A. Mir;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2024.

- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1], [geboorteland];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2].

- De vader, de moeder en de kinderen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

- Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 15 november 2023 is vastgesteld dat de vader iedere zondag van 11:00 uur tot 16:00 uur omgang met de kinderen heeft.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 12 september 2024 is – voor zover hier aan de orde –: de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, is het ouderschapsplan aan de beschikking gehecht met uitzondering van de hierin opgenomen zorgregeling onder punten 3.1 tot en met 3.2 van artikel 3 en is een zorgregeling bepaald waarbij de minderjarigen zolang de vader geen passende woonruimte heeft en in een daklozenopvang verblijft iedere zondag van 11:00 uur tot 16:00 uur omgang zullen hebben met de vader, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt. Zodra de vader een passende woonruimte heeft zullen de minderjarigen een weekend per veertien dagen van vrijdag na school tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijven, waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt en de vader de kinderen terugbrengt naar de moeder. De vakanties en feestdagen worden in onderling overleg bij helfte verdeeld.

- Bij proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 13 februari 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier aan de orde –: vastgelegd dat partijen de bij beschikking van deze rechtbank van 12 september 2024 vastgelegde zorgregeling met ingang van 16 februari 2025 hervatten, inhoudende dat de kinderen iedere zondag van 11:00 uur tot 16:00 uur omgang zullen hebben met de vader en partijen zich zullen aanmelden voor het traject Ouderschapsbemiddeling.

Verzoek en verweer

In de procedure met zaaknummer C/09/708988:

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • te verklaren voor recht dat de vader over een passende woonruimte beschikt;
  • te bepalen dat de vader zijn medewerking dient te verlenen aan de nakoming van de omgangsregeling zoals vastgesteld in de echtscheidingsbeschikking, onder de bepaling dat de vader een dwangsom van EUR 500,- verschuldigd raakt voor iedere keer dat de vader weigert zijn medewerking te verlenen aan deze verplichting.

In de procedure met zaaknummer C/09/708897:

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de minderjarigen:

  • de eerste drie weekenden van de maand van vrijdag na school tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader verantwoordelijk is voor het halen en brengen;
  • wekelijks op dinsdag na school tot woensdag naar school bij de vader verblijven, waarbij de vader verantwoordelijk is voor het halen en brengen.

Op 19 augustus 2026 (vlak voor de zitting van 20 augustus 2026) heeft de vader een brief van [zorginstantie] in het geding gebracht. Uit de brief volgt dat de vader in een woonvoorziening van [zorginstantie] verblijft. Deze woonvoorziening is een woning die aan daklozen wordt toegewezen. Het betreft geen zelfstandige woning en de vader kan hier geen logees ontvangen. Mogelijk komt er eind van dit jaar of begin volgend jaar een zelfstandige woning beschikbaar, waar de vader wel kinderen kan ontvangen.

Ter zitting heeft de moeder erkend dat de vader nu niet beschikt over passende woonruimte om de kinderen bij hem te laten overnachten / te ontvangen. Op de zitting heeft de moeder haar verzoek vervolgens zo ingekleed dat ze verzoekt om de huidige zorgregeling, waarbij de vader met de kinderen is iedere zondag van 11:00 uur tot 16:00 uur, uit te breiden met elke woensdagmiddag na school tot 17:00 uur. Subsidiair verzoekt zij, voor het geval de rechtbank van oordeel is dat de zorgregeling niet uitgebreid kan worden, de zondagmiddag te ruilen voor de woensdagmiddag. De reden die de moeder hiervoor heeft genoemd is dat de moeder op woensdagen een opleiding volgt, waardoor het voor haar heel moeilijk is geworden om de woensdagmiddag geregeld te krijgen. Zodra de vader dan een eigen woning bezit, wenst zij alsnog tot een uitbreidere regeling/ nakoming van de afgesproken regeling te komen. De moeder acht dit in het belang van de kinderen en ook in haar eigen belang, omdat zij daarmee meer vrijheid heeft om haar eigen leven in te richten en haar kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

De rechtbank zal uitsluitend op deze verzoeken (uitbreiding met de woensdagmiddag dan wel ruiling van de zondag naar de woensdag) beslissen.

De vader voert mondeling verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan. Deze wijziging kan ook, met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a derde lid BW een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben omvatten.

Ontvankelijkheid

De rechtbank is gebleken dat na voormelde vaststelling van de zorgregeling de omstandigheden zijn gewijzigd. De moeder werkt nu immers drie dagen per week en volgt daarnaast een opleiding om uit de uitkeringssituatie te komen. De moeder is dan ook ontvankelijk in haar verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank acht een verandering van de huidige zorgregeling (in de vorm van uitbreiding met dan wel wijzing naar de woensdag) niet in het belang van de kinderen. Dat oordeel heeft alles te maken met de dakloze situatie van de vader. Het is in het belang van de kinderen dat zij op schooldagen rust en regelmaat hebben en dat zij naar een “thuisplek” kunnen. De vader kan die thuisplek in zijn huidige woonsituatie niet bieden, nu daar veel daklozen verblijven. Toewijzing van de verzoeken zou betekenen dat de vader met de kinderen uit school op zoek moet naar een plek buitenshuis. Dat is op een schooldag geen wenselijke situatie. Een regeling op woensdagmiddag is dus anders dan een regeling op zondag. Zodra de vader zicht heeft op een zelfstandige woonruimte (uit de brief van [zorginstantie] is dat mogelijk eind van dit jaar dan wel in de loop van 2027), is de situatie weer anders en kan de moeder opnieuw een verzoek doen. Onder de huidige omstandigheden moeten de verzoeken echter worden afgewezen, zodat de rechtbank dienovereenkomstig zal beslissen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken van de moeder ten aanzien van een wijziging van de zorgregeling af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.