Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 17 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30578Zaaknummer C/09/706533 / FA RK 26-5622
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/706533 / FA RK 26-5622
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
afwijzen zorgregeling
De rechtbank:
*
wijst af het verzoek van de vader tot het treffen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats];
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
| Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5622
Zaaknummer: C/09/706533
Datum beschikking: 17 september 2026
Omgang
Beschikking op het op 5 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.Y. Tsang te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Bhulai te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 25 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlage.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.
Op 20 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de tolk mevrouw J. Lakjaa;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
een regeling vast te stellen inzake de omgang tussen de vader en de minderjarigen, in dier voege dat:
- Oneven weken: vrijdag na schooltijd tot en met zondagavond om 18:00 uur (na avondeten);
- Even weken: woensdag na schooltijd tot en met 18:00 uur;
- Voor de schoolvakanties: bij helfte verdelen;
waarbij de vader de kinderen ophaalt van school/de moeder en de moeder de kinderen ophaalt bij de vader. Althans een andere regeling zoals de rechtbank juist acht, kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Feiten
- De ouders zijn op [datum 1] 2026 met elkaar gehuwd in [plaats] te Marokko. De rechtbank te Meknes, Marokko heeft op [datum 2] 2023 een uitspraak gedaan waarin, onder meer, het huwelijk van partijen door echtscheiding is ontbonden.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats].
- De minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder.
- De vader heeft de Marokkaanse nationaliteit. De moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 15 mei 2025 is de moeder alleen belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
Beoordeling
Rechtsmacht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek.
Omgangsregeling
Wettelijke kader
Op grond van artikel 1:377a, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met het kind. Op grond van artikel 1:377a, tweede lid, BW stelt de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
Inhoudelijke beoordeling
De vader verzoekt een omgangsregeling en een vakantieregeling. Volgens de vader wordt de omgang door de moeder geblokkeerd. Hij verzoekt de rechtbank op korte termijn een omgangsregeling vast te stellen, zodat de kinderen en de vader een band met elkaar op kunnen bouwen.
De moeder voert verweer. Zij verzoekt primair het verzoek van de vader af te wijzen. Subsidiair verzoekt zij om een Raadsonderzoek te gelasten naar de mogelijkheden en voorwaarden voor omgang.
De rechtbank overweegt als volgt.
Het is tussen partijen niet in geschil dat de vader in januari 2023 plotseling is vertrokken. De vader is daarna uit beeld geraakt. Evenmin is in geschil dat de moeder sinds 2025 het eenhoofdig gezag heeft over de kinderen. De vader heeft op de zitting toegelicht dat hij de afgelopen jaren opgenomen is geweest bij [zorginstantie] en medicatie slikt, dat het op dit moment weer goed met hem gaat en dat hij daarom het contact met de kinderen wenst te herstellen. Dit is echter naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot contactherstel te komen. De moeder heeft op de zitting naar voren gebracht dat het plotselinge vertrek van de vader de kinderen veel verdriet heeft gedaan. De vader was tijdens de relatie van partijen de hoofdverzorger en was thuis met de kinderen. Voor haar en voor de kinderen is nog altijd heel veel onduidelijk over de huidige situatie van de vader en de gebeurtenissen van de afgelopen jaren.
Tegen die achtergrond is de rechtbank met de moeder van oordeel dat contact tussen de vader en de kinderen op dit moment niet in hun belang is. De kinderen ervaren nu rust. Het is niet uit te sluiten dat een plotselinge terugkeer van de vader in het leven van de kinderen die zorgvuldig opgebouwde rust weer kan verstoren. Daarbij speelt een rol dat de vader geen inzicht heeft gegeven in hoe hij de omgang voor zich ziet en wat zijn huidige woon- en leefsituatie is. Ook is niet duidelijk in hoeverre hij in staat is zijn vaderrol te vervullen. De vader heeft verder niet kunnen toelichten dat hij in staat is om een permanente rol voor de kinderen te vervullen. Gelet op zijn plotselinge vertrek een aantal jaren geleden, zijn dit vragen die eerst moeten worden beantwoord voordat tot enige vorm van contactherstel en omgang kan worden gekomen. De rechtbank hoopt dat op termijn – als de vader hierover meer inzicht heeft gegeven – via het eigen netwerk van partijen (zoals de familie van de vader, met wie de moeder een goed contact heeft) alsnog contactherstel tot stand kan komen. Het feit dat de moeder een goed contact heeft met de familie van de vader biedt hiervoor in ieder geval aanknopingspunten. Voor nu ziet de rechtbank echter geen aanleiding om een zorgregeling vast te leggen tussen de vader en de kinderen, zodat het verzoek van de vader wordt afgewezen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
wijst af het verzoek van de vader tot het treffen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats];
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
| Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.