Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 17 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30576Zaaknummer C/09/706371 / FA RK 26-5524
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/706371 / FA RK 26-5524
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgregeling, raadsonderzoek
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling en de beschikking van de rechtbank te Rotterdam d.d. 18 oktober 2022 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2];
- [de minderjarige 5], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats 1].
voorlopig bij de vader zullen zijn om de week op zondag met ingang van zondag 30 augustus 2026 van 12:00 uur tot 14:00 uur;
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1];
- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 2];
- [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats 1];
voorlopig bij de vader zullen zijn om de week op zondag met ingang van zondag 30 augustus 2026 van15:00 uur tot 17:00 uur;
waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de moeder en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot 15 maart 2027 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter zitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter zitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aan 15 maart 2027 pro forma.
| Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5524
Zaaknummer: C/09/706371
Datum beschikking: 17 september 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 3 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.J.A. Burlet te Oostburg.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 11 juni 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 1 juli 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 27 juli 2026 van de zijde van de vader, met bijlage.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. De minderjarige [de minderjarige 2] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Op 20 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van 21 mei 2013 tot 28 oktober 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1];
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2];
- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 2];
- [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats 1];
- [de minderjarige 5], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats 1].
- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- Bij beschikking van de rechtbank te Rotterdam d.d. 18 oktober 2022 is – voor zover hier aan de orde – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het ouderschapsplan en het convenant aangehecht aan de beschikking.
- In juli 2025 zijn partijen een gewijzigd ouderschapsplan overeengekomen.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, de vader te veroordelen tot nakoming/uitvoering van de onderstaande zorgregeling, althans te bepalen dat die zorgregeling tussen de vader en de kinderen zal gelden:
- omgang gedurende een weekeinde per twee weken van vrijdag na school tot maandag voor school, waarbij de kinderen evenwel altijd op Moederdag bij de moeder zullen zijn;
- in de zomervakantie zullen de kinderen gedurende twee aaneengesloten weken van de bouwvakperiode bij de vader te verblijven;
- de kinderen zullen tijdens de tweeweekse schoolvakanties gedurende de aaneengesloten helft bij de vader verblijven;
- gedurende de algemeen erkende feestdagen zal omgang plaatsvinden conform hetgeen ter zake is overeengekomen in het gewijzigde ouderschapsplan van juli 2025;
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan. Deze wijziging kan ook, met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a derde lid BW een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben omvatten.
Ontvankelijkheid
De rechtbank is gebleken dat na voormelde vaststelling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de omstandigheden zijn gewijzigd. De vader is immers medio 2025 van [plaats] naar [provincie] verhuisd en in verband met die verhuizing zijn de ouders in juli 2025 een gewijzigd ouderschapsplan overeengekomen. Dit zijn relevante wijzigingen van omstandigheden, zodat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Volgens de moeder komt de vader het ouderschapsplan niet na. Op dit moment is er geen omgang tussen de vader en de kinderen. De inmiddels ontstane impasse heeft geleid tot onhoudbare spanningen en onduidelijkheid, die een grote invloed hebben op het welzijn van zowel de moeder als de kinderen. De moeder acht de huidige situatie niet in het belang van de kinderen, zodat zij verzoekt om een aangepaste zorgregeling. Zij verzoekt dat de kinderen om de week in het weekend bij hun vader zijn. Ook verzoekt zij een verdeling van de schoolvakanties en feestdagen.
De vader voert verweer. Hij ziet ongewenst gedrag bij de kinderen op de momenten dat zij bij hem zijn, waarbij de kinderen geen grenzen kennen en hij hen ook niet kan corrigeren. Dit bezorgt hem dusdanig veel stress dat hij dit niet langer kon volhouden. De vader heeft de moeder verzocht om de zorgregeling aan te passen, zodat de kinderen niet allemaal tegelijk bij hem verblijven. Hier zijn partijen niet uitgekomen. Ook de BSO heeft zorgen. Het feit dat de vader heeft besloten voorlopig niet langer uitvoering te geven aan de zorgregeling, dient dan ook te worden gezien als een hulpkreet van de vader om de benodigde hulpverlening voor de kinderen en voor partijen als ouders te verkrijgen. De vader is van mening dat met behulp van passende hulpverlening dient te worden onderzocht welke regeling haalbaar en in het belang van de kinderen is. Op de zitting heeft de vader naar voren gebracht dat hij op dit moment een ad hoc regeling met de kinderen wenst, die inhoudt dat hij per weekend kan laten weten of hij omgang met de kinderen heeft. Daarbij geldt dat hij niet alle vijf de kinderen gelijktijdig bij hem kan hebben.
De vertegenwoordiger van de Raad heeft op de zitting naar voren gebracht dat het belangrijk is dat beide ouders verantwoordelijkheid hebben over de verzorging van de kinderen. Zij hebben als ouders samen besloten vijf kinderen op de wereld te zetten. Hij is geschrokken van hetgeen de vader heeft verteld over de situatie als de kinderen bij hem thuis zijn. De vertegenwoordiger van de Raad acht het in het belang van de kinderen dat er een vorm van contactherstel komt die haalbaar is voor de vader en de vader hard aan de slag gaat met het vergroten van zijn draagkracht.
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting is met partijen uitgebreid over de huidige situatie – waarin de vader de kinderen niet ziet – gesproken. Het staat voorop dat alle partijen – in meer of mindere mate – de wens hebben geuit om tot een vorm van contactherstel tussen de vader en de kinderen te komen. De rechtbank acht het ook in het belang van de kinderen dat zij weer contact met hun vader hebben. Voor de rechtbank is echter komen vast te staan dat de vader op dit moment onvoldoende toegerust is om de overeengekomen zorgregeling na te komen. De rechtbank neemt als vaststaand aan dat de vader op dit moment ook niet in staat is om de kinderen alle vijf tegelijk thuis te ontvangen. Het lijkt erop alsof de kinderen in hun dynamiek over hem heen walsen. De rechtbank beschikt echter nu niet over voldoende informatie om een weloverwogen beslissing te nemen ten aanzien van de zorgregeling. Zo is voor de rechtbank onvoldoende duidelijk welke hulpverlening nodig is om vader voldoende stevigheid te geven om voor de kinderen te zorgen. De rechtbank zal daarom de Raad verzoeken onderzoek te doen naar de volgende vragen en daarover te rapporteren en advies uit te brengen. De Raad wordt verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:
- Hoe dient de zorgregeling met de vader er qua aard, duur en frequentie uit te zien?
- Is (nadere) hulpverlening voor de vader noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling, in afwachting van de resultaten van het raadsonderzoek, pro forma aanhouden tot 15 maart 2027. De rechtbank zal na ontvangst van het raadsrapport een behandeling ter zitting bepalen.
Voorlopige zorgregeling
Ter zitting heeft de rechtbank met partijen verkend of er wel vast kan worden begonnen met enige vorm van contact, in afwachting van het raadsonderzoek, omdat de rechtbank het in het belang van de kinderen acht dat het contact tussen de vader en de kinderen zo snel mogelijk weer opgestart wordt. De rechtbank is ook van oordeel dat dit van de vader verwacht kan worden en acht hem hiertoe in staat. Anders dan de vader heeft voorgesteld, is een ad hoc regeling niet in het belang van de kinderen, want te vrijblijvend en te onvoorspelbaar. Ook wordt dan te veel van de flexibiliteit van de moeder verwacht. Op de zitting zijn partijen er echter in geslaagd om afspraken te maken over een beperkte maar voorspelbare contactherstel. Zij zijn de volgende regeling overeengekomen:
- Oliver en Parker zijn, met ingang van zondag 30 augustus 2026, voorlopig bij de vader om de week op zondag van 12:00 uur tot 14:00 uur;
- [de minderjarige 1], [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] zijn, eveneens met ingang van zondag 30 augustus 2026, voorlopig bij de vader om de week op zondag van 15:00 uur tot 17:00 uur;
- waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de moeder.
De rechtbank zal deze afspraak opnemen in haar beschikking in afwachting van de uitkomst van het Raadsonderzoek. Op dit moment ziet de rechtbank geen mogelijkheid om een verdere uitbreiding van de zorgregeling te bepalen. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader zelfstandig op zoek gaat naar hulp om zijn opvoedvaardigheden en zijn draagkracht te vergroten. De rechtbank neemt aan dat dit ook mogelijk is in zijn woonregio. De rechtbank acht het in het belang van de ouders en de kinderen dat er wel weer toegewerkt wordt naar een regeling waarbij de kinderen ook daadwerkelijk weer bij de vader thuis gaan verblijven. Of het voor de vader haalbaar is dat de kinderen alle vijf gelijktijdig bij hem verblijven of dat dit gesplitst moet blijven, is de rechtbank op dit moment onvoldoende duidelijk. Dat kan aan bod komen in het onderzoek van de Raad.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling en de beschikking van de rechtbank te Rotterdam d.d. 18 oktober 2022 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2];
- [de minderjarige 5], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats 1].
voorlopig bij de vader zullen zijn om de week op zondag met ingang van zondag 30 augustus 2026 van 12:00 uur tot 14:00 uur;
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1];
- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 2];
- [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats 1];
voorlopig bij de vader zullen zijn om de week op zondag met ingang van zondag 30 augustus 2026 van15:00 uur tot 17:00 uur;
waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de moeder en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot 15 maart 2027 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter zitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter zitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aan 15 maart 2027 pro forma.
| Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.