Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 16 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30569Zaaknummer C/09/711992 / JE RK 26-1564
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/711992 / JE RK 26-1564
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 17 september 2026 tot 17 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 door mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 5 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/711992 / JE RK 26-1564
Datum uitspraak: 16 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 september 2026 een spoedmachtiging verleend [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 17 september 2026 en het verzoek voor het overige deel aangehouden.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 3 september 2026 en de daarin genoemde stukken.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] en [naam 2], namens de gecertificeerde instelling.
2 De feiten
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven in een gezinshuis in [plaats].
Voor een overzicht van de overige feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 3 september 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling heeft verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van vier weken zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Dit verzoek is op 3 september 2026 voor twee weken toegewezen. De gecertificeerde instelling verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft ter zitting de volgende toelichting gegeven op het verzoek. Zij verzoeken niet meer de resterende twee weken toe te wijzen, wel willen zij graag toewijzing van de machtiging voor de duur zes maanden. De afgelopen periode zijn er gesprekken geweest met de ouders, de betrokken hulpverlening, wijkagenten en de oom en tante aan de kant van de moeder. De gecertificeerde instelling vindt een plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de oom en tante een goed alternatief, maar is daarin afhankelijk van een screening. De screening van de oom en tante is aangevraagd en zal snel worden uitgevoerd. Ook is er contact geweest met [zorginstantie] voor een gezinsopname. De ouders staan hiervoor open. De gezinsopname is gepland en zal starten op 26 oktober 2026 en vier dagen duren.
4 De standpunten
De moeder verzoekt om afwijzing van het verzoek. De moeder wil samen met de vader de opvoeding van de kinderen op zich nemen. Het valt de moeder zwaar dat de kinderen niet thuis zijn en nu ver weg wonen. Als de kinderen niet naar huis kunnen, heeft de moeder liever dat de kinderen bij haar broer verblijven. Zij staat ervoor open om samen met de vader (en de kinderen) deel te nemen aan een gezinsopname.
De vader stemt ook niet in met het verzoek. Hij geeft aan dat hij niet begrijpt waarom dit verzoek is gedaan. De vader doet erg zijn best, ook voor de moeder. Maar hij heeft het idee dat zijn mening er niet toe doet.
5 De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_2c92283e-b43b-4f1f-a81a-bfe5fa18886e] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Er zijn veel zorgen over de thuissituatie van de ouders. Er zijn meerdere meldingen geweest van huiselijk geweld. Ouders lijken een relatie te hebben waarbij zij elkaar aantrekken en afstoten waarbij sprake is van geweld, spanningen en instabiliteit. De moeder heeft ook een huisverbod gehad en heeft contact opgenomen met de vader toen dit niet mocht. De moeder is bekend met psychiatrische problematiek en zij is hiervoor meermalen gedwongen opgenomen geweest. Ook zijn er zorgen over het cognitieve vermogen van de vader. De vader is structureel overbelast en hij krijgt hiervoor intensieve ondersteuning. Positief is dat de moeder nu haar medicatie neemt en zich aan afspraken lijkt te houden. Toch vindt de kinderrechter dat de kinderen op dit moment nog niet terug naar hun ouders kunnen gaan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn prematuur geboren. Zij zijn erg kwetsbaar en hebben veel zorg en aandacht nodig. De kinderen verblijven op dit moment in een gezinshuis in [plaats] waar zij de passende zorg krijgen. De kinderrechter begrijpt dat het erg lastig is voor de ouders dat de kinderen op dit moment zo ver bij hen vandaan zijn. De jeugdbeschermers zijn op dit moment bezig om goed te kijken wat alle opties zijn. Het is daarom goed om te horen dat de oom en tante snel gescreend zullen worden, zodat kan worden uitgezocht of dat eventueel een passende plek is voor de kinderen. Ook is er zeer binnenkort een gezinsopname bij [zorginstantie] waardoor er meer zicht zal komen op de opvoedvaardigheden van de ouders. Op die manier kan worden bekeken of de ouders voor de kinderen kunnen zorgen en welke ondersteuning zij daar eventueel bij nodig hebben. Zo kan er meer duidelijkheid komen over de vraag of de kinderen terug naar de ouders kunnen. Gelet op alles wat er de komende tijd nog moet gebeuren zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlenen voor de duur van zes maanden.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 17 september 2026 tot 17 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 door mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 5 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.