Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 16 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30547Zaaknummer C/09/709916 / FA RK 26-7721
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/709916 / FA RK 26-7721
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenen vervangende toestemming indienen verzoek tot geslachtsnaamwijziging bij Dienst Justis.
De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – tot het doen van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats];
zoals bedoeld in artikel 1:7 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 3 van het Besluit geslachtsnaamswijziging;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-7721
Zaaknummer: C/09/709916
Datum beschikking: 16 september 2026
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 23 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.P. Mandema te Maasdijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen namens de moeder;
- het bericht van 29 juli 2026, met bijlagen, namens de moeder;
- de brief van 14 augustus 2026 van de vader.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in een gesprek met de kinderrechter hun mening over het verzoek gegeven.
Op 19 augustus 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
- De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2015.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen verblijven bij de moeder.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de rechtbank:
- aan de moeder vervangende toestemming te verlenen in het kader van de door haar voorgenomen wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2];
- althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het licht van het hiervoor geschetste belang van de kinderen wenselijk acht;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Wettelijk kader
De moeder verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen in het kader van de door haar voorgenomen wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De rechtbank zal het verzoek van de moeder aldus lezen dat zij verzoekt om haar vervangende toestemming te verlenen om een aanvraag in te dienen tot wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Het is immers niet aan de rechtbank maar aan de Koning om te beslissen of de geslachtsnaam wordt gewijzigd, zoals hierna uiteengezet wordt.
Artikel 1:7 BW bepaalt dat de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek, of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, door de Koning kan worden gewijzigd. In het Besluit houdende regels voor de geslachtsnaamwijziging (hierna: het Besluit) zijn met betrekking tot de gronden waarop de geslachtsnaamwijziging kan worden verleend, de wijze van indiening en de behandeling van dergelijke verzoeken nadere regels gesteld.
De rechtbank stelt vast dat de vader en de moeder gezamenlijk het gezag uitoefenen over de kinderen. Dit betekent dat de moeder op grond van het bepaalde in artikel 1:7 BW juncto artikel 3 van het Besluit slechts met medewerking van beide ouders een verzoek bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid kan indienen tot wijziging van de geslachtsnaam van de kinderen. Nu de vader zijn toestemming weigert te verlenen, heeft de moeder de rechtbank verzocht aan haar vervangende toestemming te verlenen. Zodoende is sprake van een geschil omtrent de gezamenlijke gezagsuitoefening als bedoeld in artikel 1:253a BW. De rechtbank dient in dat verband een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat gezien de actuele beleving van de kinderen van hun familieband en identiteit een achternaam wijziging in het belang van de kinderen is. [minderjarige 1] heeft sinds de zomer van 2022 geen contact meer met haar vader en [minderjarige 2] sinds september 2024 niet meer. De kinderen en ouders hebben allen professionele hulpverlening gehad. Er is geprocedeerd over de zorgregeling tussen de kinderen en de vader waarbij – door de moeder verkort weergegeven – uiteindelijk zowel door de rechtbank als het hof is bepaald dat er geen zorgregeling geldt tussen vader en kinderen, met als uitgangspunt dat contact alleen kan worden hersteld als de kinderen daar zelf aan toe zijn en dit aangeven.
De kinderen wonen bij hun moeder samen met de nieuwe echtgenoot van de moeder en hun halfbroer en halfzus. De moeder stelt dat de kinderen hun huidige achternaam als belastend ervaren, nu deze rechtstreeks verwijst naar de vader en tot het gezinssysteem waarvan zij zich willen distantiëren. Zij willen dat hun geslachtsnaam aansluit bij de ouder bij wie zij wonen, bij wie zij zich veilig voelen en met wie zij zich in de dagelijkse praktijk identificeren: de moeder. De moeder acht het, gezien de leeftijd van de kinderen, hun consistent geuite wensen, hun kwetsbaarheid en de door professionele instanties en rechterlijke macht vastgestelde noodzaak om druk op de relatie met de vader weg te nemen, in het belang van de kinderen dat hun achternaam wordt gewijzigd in die van haar.
De vader heeft in een brief aan de rechtbank aangegeven dat hij zich niet kan verenigen met het verzoek van de moeder, maar dat hij omwille van de band met zijn kinderen geen actief verweer zal voeren.
De rechtbank oordeelt als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting, en uit het gesprek van de kinderrechter met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is gebleken dat de kinderen een al langer durende, authentieke en consistente wens hebben om hun geslachtsnaam wijzigen.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat zij de gevolgen van de geslachtsnaamwijziging voldoende overzien. De rechtbank acht het verzoek van de moeder ook in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zal het verzoek daarom toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – tot het doen van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats];
zoals bedoeld in artikel 1:7 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 3 van het Besluit geslachtsnaamswijziging;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 september 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.