Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 16 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30542Zaaknummer C/09/673236 / FA RK 24-6990
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/673236 / FA RK 24-6990
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, dwangsom en proceskosten
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 8 maart 2024 – :
*
bepaalt dat de zorgregeling tussen de vader en de kinderen zal worden hervat, in die zin dat:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats],
met ingang van de week van 1 november 2026, één keer in de maand gedurende twee uur onder begeleiding van een gezinsbegeleider van ’s Heeren Loo, dan wel Tugra, Middin Lievegoed, Gemiva of Eleos bij de vader zal zijn;
en dat
- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats], met ingang van de week van 1 februari 2027 één keer in de maand gedurende twee uur onder begeleiding van een gezinsbegeleider van ’s Heeren Loo, dan wel Tugra, Middin Lievegoed, Gemiva of Eleos bij de vader zal zijn,
waarbij de moeder de kinderen haalt en brengt;
*
veroordeelt de moeder tot betaling van een dwangsom aan de vader van € 150,- elke keer, dag of gedeelte van een dag dat de regeling niet wordt nageleefd door de moeder, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 3.450,-;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6990
Zaaknummer: C/09/673236
Datum beschikking: 16 september 2026
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, dwangsom en proceskosten
Beschikking op het op 13 mei 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
De vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Erkens te Wateringen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.L. Weterings te Leiden.
Procedure
Bij beschikking van 13 mei 2025 van deze rechtbank is iedere beslissing ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedkosten, de dwangsom en de proceskosten aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het F9-formulier van 15 april 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 29 april 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen waaronder een aanvullend verzoekschrift;
- het verweerschrift van 17 juni 2026 van de zijde van de moeder, met producties;
Op 19 augustus 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de advocaat van de moeder met mr. J.H. Weermeijer-Patist. Namens de Raad voor de kinderbescherming is verschenen [naam]. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd. De moeder is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet verschenen.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Nog voorliggende verzoeken
Bij F9-formulier van 29 april 2026 heeft de vader zijn verzoeken gewijzigd c.q. aangevuld in die zin dat hij nu verzoekt:
- de schorsing van elke zorgregeling op te heffen;
- te bepalen dat de moeder het woonadres van de kinderen deelt met de vader;
- de moeder verzorgt het halen en brengen van de kinderen, in elk geval zolang de kinderen niet binnen 10 km van de woning van de vader wonen;
- de duur van de omgang is in redelijke verhouding tot de reistijd: het contact tussen de vader en de kinderen duurt vier uur zolang de kinderen niet binnen 10 km van de woning van de vader wonen;
- als de vader moet reizen, betaalt de moeder zijn reiskosten;
- te bepalen dat de moeder terugverhuisd met de kinderen naar de regio [regio];
- of een andere beslissing in goede justitie voor zover niet beperkter is dan de huidige regeling uit de beschikking;
- voor elke keer, dag of gedeelte van een dag dat de regeling niet wordt nageleefd door de moeder verbeurt zij een dwangsom aan de vader ter hoogte van € 150,- met een maximum van € 10.000,-.
Ook de moeder heeft haar verzoeken bij F9-formulier van 17 juni 2026 (voorwaardelijk) gewijzigd c.q. aangevuld, in die zin dat zij nu verzoekt:
- te bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen wordt gewijzigd in eenhoofdig gezag waarbij de moeder met het eenhoofdig gezag wordt belast over de minderjarige kinderen van partijen, althans zodanige beslissing te nemen die de rechtbank juist acht;
- (voorwaardelijk) het recht op omgang te ontzeggen, voor zover de gronden voor opheffing van de schorsing van het recht op contact niet worden bestreden en daardoor voor toewijzing gereed zouden liggen;
- een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
Zorgregeling
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken, is gebleken dat er sinds juni 2024 geen enkel contact is tussen de vader en de kinderen. De kinderen hebben gedurende een jaar onder toezicht gestaan van de William Schrikker Stichting, maar er zijn geen stappen gezet in het herstellen van het contact tussen de vader en de kinderen; zorgen rondom identiteit en vaderbeeld van de kinderen blijven daarmee bestaan.
De rechtbank overweegt dat aan genoemd contactverlies ten grondslag ligt dat de moeder met de kinderen naar een voor de vader onbekend adres is vertrokken uit angst voor haar veiligheid en die van de kinderen. De rechtbank is er gelet op de uitdrukkelijke, uitvoerige en gedetailleerde betwisting door de vader van de beschuldigingen van de moeder niet van overtuigd dat hetgeen de moeder ten aanzien van het bedreigende gedrag van de vader heeft gesteld zich ook geheel zo heeft voorgedaan, en als dit al op feiten berust, dit een afdoende rechtvaardiging voor het algeheel verbreken van het contact tussen de vader en de kinderen kan vormen. Het raadsrapport noch het verweer van de moeder geven hier concrete aanknopingspunten voor. De rechtbank acht een inschaling ‘code rood’ weliswaar een zwaarwegend signaal, maar in het licht van wat aan concrete feiten is voorgelegd niet zonder meer voldoende. Hieraan doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat, blijkens de stukken, de vader in het contact met de kinderen nadrukkelijk begeleiding nodig heeft en, zo interpreteert de rechtbank de verslagen van [zorginstantie], wellicht ook blijvend nodig zal hebben.
De rechtbank overweegt verder dat wat er zij van de gebeurtenissen in het verleden inmiddels de situatie is ontstaan dat voor [minderjarige 2] contactherstel een aanmerkelijke belasting zal betekenen. Dit roept de vraag op of contactherstel de draagkracht van [minderjarige 2] te boven gaat, en als contactherstel haalbaar is, dit tot een structureel contact kan leiden. Deze vraag is in het raadsrapport van 27 maart 2025 aan de orde gekomen. Vanuit Veilig Thuis is in dat verband in februari 2025 aangegeven dat wanneer de veiligheid niet meer in het geding is, er omgang kan worden opgestart tussen vader en de kinderen met het juiste omgangshuis. De rechtbank constateert dat de ondertoezichtstelling is afgesloten met de vaststelling dat de veiligheid van de kinderen gewaarborgd is, en dat noodzakelijke hulpverlening wordt ingezet (afsluitrapportage februari 2026). De rechtbank acht daarmee in beginsel de voorwaarden voor begeleid contactherstel tussen de vader en [minderjarige 2] aanwezig.
Ten aanzien van [minderjarige 1] overweegt de rechtbank als volgt. Blijkens genoemde afsluitrapportage zijn bij [minderjarige 1] geen trauma’s gebleken en ontwikkelt zij zich leeftijdsadequaat. De rechtbank overweegt tevens dat uit de verslagen van [zorginstantie] blijkt dat de vader met [minderjarige 1] begeleid contact kan hebben, zij het dat dit contact voor [minderjarige 1] beter is wanneer dit niet gecombineerd wordt met het contact met [minderjarige 2].
De rechtbank overweegt dat aan de zijde van de vader begeleiding voldoende gewaarborgd is. Dit betreft dan begeleiding door de ook eerder beoogde instelling Eleos, maar kan ook – zoals eerder bepaald - door een gezinsbegeleider van ’s Heeren Loo, Tugra, Middin Lievegoed of Gemiva worden ingezet.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat begeleid contactherstel tussen de kinderen en de vader mogelijk is, zonder daarbij de veiligheid of de ontwikkeling van de kinderen in gevaar te brengen.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de praktische invulling daarvan als volgt. In de eerste plaats gaat de rechtbank ervan uit dat het contact tussen de vader en de kinderen dient te worden georganiseerd zodanig dat de [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ieder apart contact met de vader hebben. Voorts acht de rechtbank het dienstig om het contact tussen de vader en [minderjarige 1] eerder te starten dan dat met [minderjarige 2], zodat [minderjarige 2] meer tijd heeft om aan het idee van contact te wennen. De rechtbank acht een frequentie van één keer per maand voor [minderjarige 1] en één keer per maand voor [minderjarige 2], en daarmee om de week een contact van vader met één van de twee kinderen afdoende. De rechtbank zal conform beslissen in het dictum.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de ondersteuning door de moeder als volgt. De rechtbank is er niet van overtuigd dat de moeder in staat is om zonder dwangsom de navolgende regeling te ondersteunen. De rechtbank zal dan ook een dwangsom opleggen. De rechtbank staat voorts voor de vraag hoe het halen en brengen van de kinderen naar de contactlocatie moet worden vorm gegeven. Gelet op het geheime adres van de moeder acht de rechtbank het in het belang van partijen en de kinderen dat de moeder het halen en brengen voor haar rekening neemt.
De rechtbank oordeelt in dit verband dat zij de verzoeken van de man ten aanzien van het uitbreiden van de contactmomenten wegens reistijd, het verstrekken van het adres van de moeder en de kinderen en de terugverhuizing van de moeder met de kinderen afwijst. De vast te stellen contactregeling is niet van zodanige omvang of belasting voor de vader dat de vader voldoende belang heeft bij zijn verzoeken, te meer gelet op de zwaarwegende gevolgen voor de moeder en de kinderen.
Gezag
De moeder verzoekt het gezag van de vader te beëindigen en te bepalen dat zij voortaan alleen met het gezag over de kinderen zal zijn belast. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. Hoewel het de ouders niet lukt om op constructieve wijze te communiceren, ziet de rechtbank op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat hierdoor gezagsbeslissingen niet worden genomen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de ondertoezichtstelling is beëindigd en dat de noodzakelijke hulpverlening wordt ingezet. Ook blijkt daaruit dat de vader bereid is om waar nodig toestemming te verlenen. Dat hij soms om aanvullende informatie vraagt voordat hij zijn toestemming verleent, maakt niet dat sprake is van een situatie waarin de kinderen klem of verloren dreigen te raken tussen de ouders.
Proceskosten
Nu het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 8 maart 2024 – :
*
bepaalt dat de zorgregeling tussen de vader en de kinderen zal worden hervat, in die zin dat:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats],
met ingang van de week van 1 november 2026, één keer in de maand gedurende twee uur onder begeleiding van een gezinsbegeleider van ’s Heeren Loo, dan wel Tugra, Middin Lievegoed, Gemiva of Eleos bij de vader zal zijn;
en dat
- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats], met ingang van de week van 1 februari 2027 één keer in de maand gedurende twee uur onder begeleiding van een gezinsbegeleider van ’s Heeren Loo, dan wel Tugra, Middin Lievegoed, Gemiva of Eleos bij de vader zal zijn,
waarbij de moeder de kinderen haalt en brengt;
*
veroordeelt de moeder tot betaling van een dwangsom aan de vader van € 150,- elke keer, dag of gedeelte van een dag dat de regeling niet wordt nageleefd door de moeder, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 3.450,-;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.