Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 16 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30535Zaaknummer C/09/711937 / FA RK 26-9009
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/711937 / FA RK 26-9009
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wzd; toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1934 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart 2027.
| Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711937 / FA RK 26-9009
Datum beschikking: 16 september 2026
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[de cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1934 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. K.J. Kerdel te Den Haag.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 september 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 26 augustus 2026;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 20 augustus 2026;
- een op 17 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 3 augustus 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt en de advocaat van cliënt;
- de casemanager, [naam 2];
- de dochter van cliënt.
Cliënt was aanwezig in haar woning. De advocaat van cliënt heeft kort voor de zitting nogmaals geprobeerd met cliënt in gesprek te gaan maar dat wilde zij niet. De rechtbank is daarna de woning binnengegaan. Cliënt zat op de bank in de woning. De rechter heeft aan cliënt kenbaar gemaakt wie zij was, waarvoor zij kwam en dat zij graag met cliënt in gesprek wilde gaan. Cliënt gaf aan dat zij het niet wil hebben en dat iedereen weg moest gaan. De rechtbank heeft vervolgens in de tuin van cliënt – buiten aanwezigheid van cliënt – de zitting voortgezet met de overige aanwezigen.
Standpunten ter zitting
De advocaat heeft naar voren gebracht dat zij de dag voorafgaand aan de zitting langs is geweest bij cliënt voor een gesprek. Zij hebben even gesproken, maar cliënt wilde vervolgens dat de advocaat wegging. Cliënt vroeg of zij niet haar eigen advocaat mocht kiezen. De advocaat voelt zich niet vrij om het woord namens cliënt te voeren en heeft zich onthouden van het innemen van een inhoudelijk standpunt, maar merkt wel op dat cliënt zich verzet tegen het verzoek. De advocaat benoemt dat de zaak wellicht kortdurend kan worden aangehouden om cliënt de kans te geven om een andere advocaat in te schakelen.
De casemanager heeft naar voren gebracht dat zij zich ernstige zorgen maakt, cliënt denkt dat zij alles zelf kan en weigert alle zorg. Het ernstig nadeel komt voort uit de dementie. Cliënt heeft geen ziektebesef of- inzicht.
De dochter van cliënt heeft naar voren gebracht dat het thuis niet gaat. Cliënt heeft eerder wel opengestaan voor een opname in een verpleeghuis maar is daarop teruggekomen. De vraag van cliënt of zij zelf een advocaat mag kiezen komt waarschijnlijk voort uit het feit dat de overleden echtgenoot van cliënt vroeger zelf advocaat was.
Beoordeling
De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van de advocaat om de zaak voor korte duur aan te houden om cliënt in de gelegenheid te stellen zelf een advocaat te zoeken. De rechtbank overweegt daartoe dat cliënt de dag voorafgaand aan de zitting louter aan de toegevoegde advocaat heeft gevraagd of zij zelf een advocaat mocht kiezen. Zij heeft niet benoemd dat zij zelf een andere advocaat wil en zal gaan zoeken. In het gesprek kort voor de zitting met de advocaat maar ook in het gesprek met de rechtbank heeft betrokkene haar vraag niet herhaald, noch gezegd dat zij een zelf een andere advocaat wil en zal gaan zoeken. Verder overweegt de rechtbank dat de mening van cliënt is duidelijk: zij wenst thuis te blijven wonen en zij verzet zich tegen het verzoek.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt.
Cliënt is niet in staat om voor zichzelf te zorgen en zij weigert al langere tijd met grote regelmaat zorg en ondersteuning. Hierbij kan zij erg lelijk doen zowel naar de zorg als jegens haar mantelzorgers. Zij stuurt hen regelmatig weg. Cliënt doucht of wast zich soms maandenlang niet, zij neemt structureel haar medicatie niet in en eet en drinkt niet uit zichzelf. Cliënt leeft op koek, banaan en nutridrink. Tevens heeft cliënt veel oedeem in haar benen, maar zij wil haar steunkousen niet altijd dragen. Cliënt is incontinent en legt de incontinentiebroekjes naast zich neer. De bank is bevuild met urine en er is ook eens ontlasting op de tafel aangetroffen. Ook verliest cliënt soms bloed. Er is een verhoogd risico op valincidenten. Cliënt slaapt op de bank en wordt ook wel naast de bank aangetroffen. Cliënt is niet in staat om te alarmeren of telefoneren. Zij kan niet met de traplift overweg waardoor zij soms urenlang in de traplift hangt zonder de mogelijkheid om hulp in te schakelen. Cliënt laat de achterdeur en poort openstaan waardoor iedereen binnen kan komen. Zij woont afgelegen waardoor een risico bestaat dat misbruik wordt gemaakt van haar kwetsbaarheid. De dochter van cliënt is ernstig overbelast geraakt. De zoon van cliënt woont in [land]. Hij heeft recentelijk drie maanden bij cliënt ingewoond, maar is medio augustus 2026 weer teruggegaan naar [land].
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Er is sprake van verbaal verzet. Cliënt geeft tijdens het huisbezoek van de onafhankelijk arts aan dat zij niet opgenomen wil worden. Ook tegen haar kinderen en de casemanager dementie heeft zij dergelijke uitingen gedaan.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1934 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart 2027.
| Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.