Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 16 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30532Zaaknummer C/09/711904 / FA RK 26-8995

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/711904 / FA RK 26-8995
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wzd; toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt],

geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats],

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart 2027.

Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711904 / FA RK 26-8995

Datum beschikking: 16 september 2026

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt],

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. Y. Polko te Den Haag.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 september 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 29 mei 2026;

- een aanvraag voor een artikel 21-besluit aan het CIZ van 14 augustus 2026;

- een op 25 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een zorgplan van 12 augustus 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

- de waarnemend casemanager, [naam];

- de echtgenote van cliënt, bijgestaan door de tolk Spaans.

Standpunten ter zitting

Cliënt heeft naar voren gebracht dat het goed gaat en dat hij het liefst thuis wil blijven wonen.

De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit, cliënt verzet zich tegen het verblijf in een verzorgingstehuis.

De waarnemend casemanager heeft naar voren gebracht dat het toestandsbeeld fors achteruitgaat. Cliënt en zijn echtgenote vinden het moeilijk om hulp te accepteren en de situatie thuis is niet langer houdbaar. Cliënt staat op de wachtlijst voor [accommodatie] en kan daar binnen een maand terecht. Er wordt gezocht naar een plek waar cliënt samen met zijn echtgenote kan verblijven, maar deze is nog niet gevonden. Het vinden van een dergelijke plek kan niet worden afgewacht, het ernstig nadeel is te groot.

De echtgenote heeft naar voren gebracht dat zij samen met haar man wil blijven.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang.

Cliënt is niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Hij neemt geen initiatief en eten en drinken moet worden klaargezet voor hem. Hij brengt de dagen voornamelijk zittend door op de bank en hij gaat nooit naar buiten. Er is thuiszorg betrokken maar de hulp wordt afgehouden door zowel cliënt als zijn vrouw. Cliënt is incontinent en weigert incontinentiemateriaal. Hij wil alleen door zijn vrouw worden geholpen voor verschonen en ondersteuning bij ADL-taken. Cliënt is de laatste tijd erg achteruitgegaan in zijn cognitie, eerder was hij juist mantelzorger voor zijn partner. De thuissituatie is hierdoor erg kwetsbaar. Zijn echtgenote is lichamelijk kwetsbaar en is onlangs van de trap gevallen. Drie maanden geleden ontstond een acute medische situatie bij de echtgenote van cliënt in verband met haar diabetes mellitus waarbij direct handelen nodig was. Cliënt kon niet adequaat alarmeren, hij wist niet hoe hij hulp moest inschakelen en was niet in staat om de ambulance op te vangen. Er kunnen geen zorgafspraken gemaakt worden met het echtpaar waardoor cliënt soms ongewild taken op zich krijgt die hij niet kan overzien. Er zijn zorgen om de veiligheid van het echtpaar. Cliënt ruikt en ziet er onverzorgd uit. De thuiszorg is betrokken geraakt omdat cliënt maandenlang geen medicatie had gehad, er werd medicatie gevonden voor een periode van negen maanden.

De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Cliënt geeft aan dat hij niet opgenomen wil worden, hij wil thuis blijven wonen met zijn echtgenote. Er is een poging gedaan tot een artikel 21-procedure door het CIZ maar deze is afgewezen vanwege verzet. Ook de echtgenote van cliënt waarmee hij samenwoont, toont verzet. Zij wil niet dat hij gaat verhuizen naar een plek waar zij hem enkel kan bezoeken. Er is een mentor aangevraagd, omdat er ernstige twijfels zijn of zij in staat is de belangen van cliënt voldoende te behartigen.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt],

geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats],

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart 2027.

Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.