Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 16 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30530Zaaknummer C/09/711685 / FA RK 26-8843

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/711685 / FA RK 26-8843
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz; toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 september 2027;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711685 / FA RK 26-8843

Datum beschikking: 16 september 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. E.A.E.G.J. Libosan te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 21 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een blanco zorgkaart;

- een zorgplan van 15 juli 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 25 augustus 2026;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een brief van de officier van justitie van 6 augustus 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn;

- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- [naam 2], de casemanager.

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat het goed gaat met hem. Hij is het niet eens met het verzoek, er is geen sprake van schizofrenie en hij verzet zich tegen het depot.

De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene wil geen (depot)medicatie.

De casemanager heeft naar voren gebracht dat betrokkene redelijk stabiel is op de huidige depotmedicatie. Betrokkene decompenseert snel als hij geen medicatie krijgt. Hij is het afgelopen jaar gedwongen opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis omdat hij tweemaal zijn insuline weigerde. In de afgelopen periode is er meerdere malen gebruik gemaakt van verplichte zorg onder de zorgmachtiging. Het doel is om het huidige stabiele toestandsbeeld te behouden.

Beoordeling

Op 15 april 2026 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 15 oktober 2026.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

Betrokkene is al jaren bekend met deze diagnose en deze diagnose is recentelijk weer gesteld door een onafhankelijk psychiater. De rechtbank ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen reden te twijfelen aan de diagnose en volgt het oordeel van de onafhankelijk psychiater op dit punt.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing.

Betrokkene heeft haptische hallucinaties en een paranoïde gedachtegang. Hij heeft geen ziektebesef zowel op somatisch als op psychiatrisch gebied. Betrokkene is sterk vermijdend in het contact. Betrokkene zal zonder antipsychotische depotmedicatie verslechteren en geen zorg meer toelaten op zijn kamer. Psychoses gingen in het verleden gepaard met forse agressie en gedwongen opnames waarbij ook separatie nodig was. Betrokkene heeft diabetes en dit zorgt voor complicaties omdat hij weigert dagelijks geprikt te worden. Hij krijgt nu orale medicatie die wordt gegeven onder de zorgmachtiging. Bij ontregeling zal de zelfzorg van betrokkene verslechteren en dit zal leiden tot zelfverwaarlozing en ernstig gevaar voor de gezondheid van betrokkene, mede vanwege zijn diabetes. Door de paranoïde gedachtegang en psychotische lichaamsbelevingen van betrokkene zal zonder verplichte zorg geen behandeling mogelijk zijn en zal zijn situatie snel escaleren. Betrokkene is enkele maanden geleden verbaal agressief geweest jegens een ambulante medewerker.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene geeft aan niet ziek te zijn en geen gesprek met een psychiater nodig te hebben. Betrokkene wil met rust gelaten worden en kan met heftig verzet reageren. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Nu betrokkene korter dan vijf jaar aansluitend verplichte zorg heeft ontvangen zal de rechtbank – anders dan verzocht – de zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 september 2027;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.