Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 15 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30446Zaaknummer C/09/711884 / FA RK 26-8984

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/711884 / FA RK 26-8984
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2028;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711884 / FA RK 26-8984

Datum beschikking: 15 september 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],

advocaat: mr. H. Bijlsma te Rotterdam.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 september 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 27 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een blanco zorgkaart;

- een zorgplan van 17 augustus 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 september 2026;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een brief van de officier van justitie van 6 augustus 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de psychiater, [naam 2].

Verder was aanwezig:

- de co-assistent, [naam 3];

- de begeleider, [naam 4].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene wilde niet dat zijn advocaat op zitting zou vertellen hoe het met hem gaat; hij stond erop dat zelf te doen. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat het in het algemeen goed gaat met hem. Hij is dakloos en heeft geen werk, dus de beste optie voor hem is om in de accommodatie te blijven. Ook begint hij met vrijwilligerswerk en wil hij toewerken naar een toekomst met een eigen huis en een betaalde baan. Verder heeft hij last van de bijwerkingen van de medicatie.

De advocaat stelt dat het belangrijkste is dat betrokkene door middel van de oefen-HAT kan doorgroeien naar een stuk zelfstandigheid. De advocaat heeft zich verder gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De psychiater heeft aangegeven dat het nu beter gaat met betrokkene. Vorige week zat betrokkene nog wel in de extra beveiligde kamer. Momenteel is betrokkene goed ingesteld op de medicatie en is er sprake van intensieve zorg. Tevens is betrokkene nog gevoelig voor psychosociale triggers. De mogelijkheid is aanwezig dat betrokkene naar de oefen-HAT gaat. Wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alle verzochte vormen nodig volgens de psychiater, behalve de vorm betreffende het onderzoeken van de woning en het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen.

Beoordeling

Op 8 oktober 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van 24 maanden tot en met 8 oktober 2026.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie, een stoornis in het gebruik van cannabis (in remissie) en een licht verstandelijke beperking.

Deze stoornissen leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige materiële schade;

- maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene is in het verleden betrokken geweest bij forse agressie-incidenten richting medepatiënten en medewerkers. Tevens heeft betrokkene onder psychotische symptomen suïcidale gedachten gehad. Momenteel is betrokkene stabiel, maar er is gebleken dat dit evenwicht bij betrokkene erg kwetsbaar is. Bij een mogelijke overplaatsing is er grote kans op een toename van psychische stress, waarbij de kans groot is dat hij gevoeliger zal zijn voor impulsdoorbraken en agressie. Verder is betrokkene in het verleden seksueel ontremd geweest en loopt hij hierdoor het risico om agressie over zichzelf op te roepen. Daarnaast is betrokkene al jaren klinisch opgenomen en daarom gehospitaliseerd. De terugkeer naar de maatschappij wordt hierdoor bemoeilijkt.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornissen bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Tijdens psychotische decompensatie verdwijnt het ziektebesef en -inzicht. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het kunnen toepassen van de vormen van verplichte zorg ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen’ nu dit niet noodzakelijk is gebleken. Voor het overige acht de rechtbank de verplichte vormen van zorg wel voorzienbaar en noodzakelijk.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Nu betrokkene langer dan vijf jaar aansluitend verplichte zorg heeft ontvangen zal de rechtbank de zorgmachtiging verlenen voor de verzochte duur van 24 maanden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2028;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.