Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 15 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30440Zaaknummer C/09/712064 / FA RK 26-9087

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712064 / FA RK 26-9087
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing rechterljke machtiging

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt],

geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats], Nederlands-lndië,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2026.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712064 / FA RK 26-9087

Datum beschikking: 15 september 2026

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt],

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats], Nederlands-lndië,

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats],

advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 september 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 26 juni 2026;

- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 17 augustus 2026;

- een op 14 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een levenstestament.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

- de specialist ouderengeneeskunde, [specialist];

- de verpleegkundige, [verpleegkundige].

Verder was aanwezig:

- de arts, [arts 2].

Standpunten ter zitting

Cliënt heeft naar voren gebracht dat hij graag zou willen proberen om weer zelfstandig te zijn. De advocaat heeft primair naar voren gebracht dat er geen sprake is van consistent verzet. Subsidiair heeft de advocaat verzocht dat de rechterlijke machtiging voor een kortere duur, namelijk drie maanden, moet worden toegewezen.

De specialist ouderengeneeskunde heeft aangegeven dat het goed gaat met cliënt. Hij functioneert goed, maar hij heeft wel veel sturing nodig. Om die reden bestaan er zorgen om hem naar huis te laten gaan. Er is geen verbetering op dat punt. Daarnaast is er bij betrokkene consistent sprake van verbaal verzet.

De verpleegkundige heeft aangegeven dat cliënt zichzelf niet kan verzorgen en veel structuur en alledaagse zorg nodig heeft.

De gevolmachtigde heeft naar voren gebracht dat cliënt op zichzelf woonde in Zoetermeer en dit jarenlang goed ging. Daarna heeft cliënt in een aanleuning gewoond, totdat er incidenten hebben plaatsgevonden. Cliënt heeft de wens om weer zelfstandig te wonen maar dat is niet realistisch. Cliënt zal op korte termijn naar de accommodatie [arts 2] worden overgeplaatst, dat zou voor hem en zijn familie fijn zijn.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten neurocognitieve stoornissen in het kader van een dementie mengbeeld (alzheimer en vasculair).

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Er is bij cliënt sprake van ernstige geheugenproblemen, desoriëntatie in tijd en plaats, sterk verminderd inzicht, agitatie bij aanspreken / aansturen, verminderde zelfzorg en decorumverlies. Ook dwaalt cliënt door de accommodatie en komt daarbij op verkeerde afdelingen of in kamers van anderen terecht. Wanneer hij wordt aangesproken of bijgestuurd, kan hij verbaal agressief reageren of een zorgmedewerker hard vastpakken.

De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie.

Er is sprake van verbaal verzet tegen de opname. Hij ziet de noodzaak er niet van in en wil zelfstandig wonen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een machtiging. Gezien de mogelijkheid van een verhuizing naar een andere locatie zal de machtiging voor een kortere duur worden toegewezen, namelijk drie maanden. In de nieuwe accommodatie zal opnieuw beoordeeld moeten worden of er verzet tegen de opname bestaat. De machtiging zal dus, in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn, worden verleend voor de duur van drie maanden, en geldt aldus tot en met 15 december 2026.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt],

geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats], Nederlands-lndië,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2026.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.