Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 15 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30437Zaaknummer C/09/712089 / FA RK 26-9106

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712089 / FA RK 26-9106
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2027;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712089 / FA RK 26-9106

Datum beschikking: 15 september 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],

advocaat: mr. H. Gailjaard te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 september 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 2 september 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een blanco zorgkaart;

- een zorgplan van 17 augustus 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 3 september 2026;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de psychiater, [naam 2].

Verder was aanwezig:

- de verpleegkundige, [naam 3].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven dat het goed met hem gaat en dat hij het liefst begeleid wil wonen. Ook heeft hij momenteel een baan. De advocaat heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en zij benadrukt dat het een positieve ontwikkeling is dat betrokkene werkt en abstinent wil blijven.

De psychiater heeft naar voren gebracht dat het op dit moment beter gaat met betrokkene. Om die reden wordt er gekeken of betrokkene binnen een halfjaar kan uitstromen. De psychotische klachten zijn af en toe nog op de achtergrond aanwezig. Daarnaast is betrokkene abstinent van drugs. Dat is van belang voor de uitstroom naar begeleid wonen. De zorgmachtiging zal dienen als ondersteuning voor de volgende fase. Wat betreft de vormen van zorg is de vorm ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ niet nodig. De andere vormen van zorg zijn wel nodig volgens de psychiater.

Beoordeling

Op 8 april 2026 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 8 oktober 2026.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en een stoornis in middelengebruik.

Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige immateriële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Betrokkene is sinds zijn zeventiende in behandeling bij GGZ Delfland. Betrokkene kan dreigend en intimiderend zijn. Zo heeft betrokkene zich meerdere keren dreigend geuit naar de groepsleiding en GGZ-personeel, alsmede spullen vernield. Ook is er sprake van gebrekkige zelfzorg. Het drugsgebruik van betrokkene kan zijn psychoses doen toenemen. Verder heeft betrokkene heftige angsten en kan hij als gevolg van zijn pathologie afvallen.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene komt alleen onder dwang tot goede gedragskeuzes ten aanzien van zijn stoornissen en het daaruit voortkomende ernstig nadeel. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het kunnen toepassen van overige verzochte vormen van verplichte zorg, nu dit niet noodzakelijk is gebleken. Voor het overige acht de rechtbank de verplichte vormen van zorg wel voorzienbaar en noodzakelijk.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2027;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.