Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 15 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30431Zaaknummer C/09/711912 / FA RK 26-9001
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/711912 / FA RK 26-9001
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzing aansluitende zorgmachtiging
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], [geboorteland]
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711912 / FA RK 26-9001
Datum beschikking: 15 september 2026
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. R.N. Baldew te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 september 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 27 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 26 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 september 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 6 augustus 2026, waaruit blijkt betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 2];
- de arts, [naam 3];
- de verpleegkundige, [naam 4].
Verder was aanwezig:
- de co-assistent, [naam 5].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft naar voren gebracht dat de zorgmachtiging onnodig is, omdat zij zich aan de afspraken zal houden. De advocaat heeft primair afwijzing van de zorgmachtiging verzocht, omdat er sprake is van vrijwilligheid. Betrokkene is het ook niet eens met het ernstig nadeel. Tevens kunnen de actuele noodzaak, de proportionaliteit en de subsidiariteit van de zorgmachtiging niet worden aangetoond. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de zorgmachtiging voor een kortere duur toe te wijzen en alleen maar met de vorm van verplichte zorg betreffende de medische controles.
De artsen hebben aangegeven dat betrokkene de medicatie inneemt, maar dat zij het niet eens is met de diagnose en de vervuilde thuissituatie. Het ziektebesef en ziekte-inzicht is afwezig. Tevens heeft betrokkene aansturing nodig. De samenwerking met betrokkene is lastig zonder maatregel. De ambulante psychiater heeft aangegeven dat het onzeker is of betrokkene nog terug kan keren naar huis. Een alternatief is en langdurige opname of begeleid wonen, waarvoor een wachtlijst bestaat. Wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alle verzochte vormen nodig, behalve het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen.
De verpleegkundige heeft aangegeven dat betrokkene diabetes heeft en zij hiervoor zorg nodig heeft. Tevens heeft betrokkene aansturing nodig voor de zelfzorg.
Beoordeling
De rechtbank heeft op 10 oktober 2025 het verzoek toegewezen tot en met 10 november 2025 en aangehouden voor het overige. Op 3 november 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met 10 oktober 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type en een borderline persoonlijkheidsstoornis.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Aanhoudende psychotische symptomen bij betrokkene kunnen leiden tot cognitieve schade en afname van functioneren op persoonlijk, sociaal en maatschappelijk vlak. Tijdens ontregelingen vertoont betrokkene verbale en fysieke agressie. Thuiszorg kon haar zorg niet meer verantwoord uitvoeren door de wisselende medewerking van betrokkene.
Daarnaast ontstaan door inconsequent insulinegebruik grote schommelingen in de bloedsuikerspiegel, dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Ook heeft betrokkene terugkerende beeninfecties met vochtophoping. Verder is de woning van betrokkene ernstig vervuild, wat risico's meebrengt voor medebewoners. Betrokkene rookt in de woning. Dit levert een reëel brandgevaar op.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornissen bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft tijdens een ontregeling geen ziektebesef en zij ontkent zorg nodig te hebben. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het kunnen toepassen van de vorm van verplichte zorg betreffende het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen, nu dit niet noodzakelijk is gebleken. Voor het overige acht de rechtbank de verplichte vormen van zorg wel voorzienbaar en noodzakelijk.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal dus worden toegewezen voor de duur van twaalf maanden. Een kortere duur is niet mogelijk. De twaalf maanden zijn nodig voor de zorg aan betrokkene en de eventuele overgang naar huis.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], [geboorteland]
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.