Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 15 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30427Zaaknummer C/09/711814 / FA RK 26-8935

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/711814 / FA RK 26-8935
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijziging zorgmachtiging

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711814 / FA RK 26-8935

Datum beschikking: 15 september 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],

advocaat: mr. A.C.H. Walkate te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 31 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 25 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een blanco zorgkaart;

- een zorgplan van 31 juli 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 28 augustus 2026;

- een afschrift van de politiemutaties;

- een brief van de officier van justitie van 24 juli 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. M.P. Friperson, waarnemend voor de advocaat;

- de verpleegkundig specialist, [naam 2].

Verder was aanwezig:

- de begeleider, [naam 3];

- de vader van betrokkene, [vader].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat zij de hulp wil accepteren en zich niet verzet tegen de zorg. De advocaat heeft verzocht om het verzoek af te wijzen. Er is onvoldoende sprake van verzet en dit is ook in de toekomst niet voorzienbaar. Mocht het misgaan, kan er met een crisismaatregel worden ingegrepen.

De verpleegkundig specialist heeft aangegeven dat betrokkene onlangs weer in beeld is gekomen bij de crisisdienst. Aan het begin van de opname was het verwarde gedrag nog fors aanwezig, maar dit is na twee maanden iets verbeterd. Er bestaat een vermoeden op een neurocognitieve stoornis. Er wordt verder onderzoek gedaan om uit te sluiten dat er sprake is van een langer bestaand cognitieve stoornis. Betrokkene werkt mee aan dit onderzoek. De uitslag van dat onderzoek wordt over twee maanden verwacht. De verpleegkundig vindt het voorzienbaar dat betrokkene zich zal verzetten op het moment dat er uit het onderzoek een diagnose blijkt met vervelende - en verstrekkende gevolgen.

Beoordeling

De betrokkene heeft ter zitting verklaard dat zij zich niet zal verzetten tegen de benodigde zorg. Op dit moment is er dus geen sprake van verzet. De rechtbank stelt vast dat er dus momenteel mogelijkheden zijn voor passende zorg binnen het vrijwillig kader. Het is nog niet voorzienbaar dat er verzet zal zijn omdat de uitslag van het onderzoek en de reactie van betrokkene hierop niet met zekerheid zijn vast te stellen.

De rechtbank is van oordeel dat niet is voldaan aan de criteria voor en de doelstellingen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank wijst om die reden het verzoek af.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.