Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 15 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30403Zaaknummer C/09/708171 / FA RK 26-6640
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/708171 / FA RK 26-6640
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wijziging zorgregeling
Beslissing
De rechtbank – in zoverre met wijziging van de beschikking van 27 oktober 2025 en het ouderschapsplan van 24 september 2025 –:
*
bepaalt als reguliere zorgregeling dat de kinderen eenmaal per twee weken een weekend
van vrijdag uit school tot zondag bij de vader verblijven, waarbij de ouder bij wie de
kinderen op dat moment verblijven, zorgdraagt voor het brengen van de kinderen naar de
andere ouder;
*
bepaalt de volgende verdeling van de vakanties en feestdagen:
- de meivakantie (de moeder in de even jaren de eerste helft, de vader in de oneven jaren de eerste helft), de zomervakantie (de moeder in de oneven jaren de eerste helft, de vader in de even jaren de eerste helft) en de kerstvakantie (de moeder in de even jaren de eerste helft, de vader in de oneven jaren de eerste helft) worden bij helfte tussen de ouders verdeeld;
- tijdens de overige vakanties loopt de reguliere zorgregeling door;
- Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en Koningsdag conform de reguliere zorgregeling, tenzij deze in een vakantie vallen, in welk geval de vakantieverdeling bepalend is;
- Sinterklaas conform de reguliere zorgregeling;
- Suikerfeest conform de reguliere zorgregeling;
- Offerfeest conform de reguliere zorgregeling;
- de verjaardag van de minderjarigen conform de reguliere zorgregeling;
- de verjaardag van een ouder wordt doorgebracht bij de betreffende ouder;
- Vaderdag wordt doorgebracht bij de vader;
- Moederdag wordt doorgebracht bij de moeder;
waarbij de ouder bij wie de kinderen op dat moment verblijven, zorgdraagt voor het brengen van de kinderen naar de andere ouder;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder] (de moeder),
wonende te [plaats 2],
en
[de vader] (de vader),
wonende te [plaats 1],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo (GR JW) voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) dit vonnis te zenden naar: GR JW per beveiligde e-mail naar retmh@grjw.nl;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-6640
Zaaknummer: C/09/708171
Datum beschikking: 15 september 2026
Wijziging zorg- en contactregeling
Beschikking op het op 30 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Erdal te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: geen, voorheen mr. Y. Weggemans-Bruin te Heerhugowaard.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 28 juli 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 26 augustus 2026 van de zijde van moeder, met bijlagen;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek.
Op 1 september 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van 2019 tot 2025.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1],
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder.
- Bij beschikking van 27 oktober 2025 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Daarbij is een ouderschapsplan aan de echtscheidingsbeschikking gehecht. Hierin staat – voor zover hier van belang – opgenomen dat de kinderen eenmaal per twee weken gedurende het weekend bij de vader verblijven en dat de kinderen de vader buiten die regeling om zo veel als mogelijk zien. Ook is daarin opgenomen dat elk van de ouders de kinderen de helft van de vakanties bij zich heeft en dat de kinderen op verjaardagen van ouders, opa’s en oma’s evenals Moederdag en Vaderdag, bij de ouder zijn aan wiens kant deze bijzondere dag valt. Verjaardagen van de kinderen worden zoveel mogelijk het ene jaar bij de ene ouder en het andere jaar bij de andere ouder gevierd. Daarnaast is daarin opgenomen dat de ouder bij wie de kinderen op enig moment verblijven, zorgdraagt voor het brengen van de kinderen naar de andere ouder.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de beschikking van 27 oktober 2025 van deze rechtbank, alsmede het daaraan gehechte ouderschapsplan, ten aanzien van de daarin opgenomen zorg- en contactregeling als volgt te wijzigen:
(reguliere) zorg- en contactregeling
- de kinderen verblijven eenmaal per twee weken van vrijdagmiddag 14:30 uur uit school (jongste), dan wel 16:00 uur uit school (oudste), tot zondagmiddag 17:00 uur bij de vader, waarbij de vader zorgdraagt voor het halen en brengen van de kinderen;
vakanties
- zomervakantie: ieder de helft van de vakantie, waarbij de moeder in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie heeft en de vader in de even jaren de eerste helft van de vakantie heeft;
- herfstvakantie: de moeder heeft in de even jaren de eerste helft van de vakantie en de vader in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie;
- kerstvakantie: ieder de helft van de vakantie, waarbij de moeder in de even jaren de eerste helft van de vakantie heeft en de vader in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie heeft;
- voorjaarsvakantie: de moeder heeft in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie en de vader in de even jaren de eerste helft van de vakantie;
- meivakantie: ieder de helft van de vakantie, waarbij de moeder in de even jaren
de eerste helft van de vakantie heeft en de vader in de oneven jaren de eerste helft
van de vakantie heeft;
feestdagen
- Goede Vrijdag en Pasen conform de reguliere zorgregeling, tenzij deze in een
vakantie vallen, in welk geval de vakantieverdeling bepalend is;
- Hemelvaart conform de reguliere zorgregeling, tenzij deze in een vakantie valt,
in welk geval de vakantieverdeling bepalend is;
- Pinksteren conform de reguliere zorgregeling, tenzij deze in een vakantie valt,
in welk geval de vakantieverdeling bepalend is;
- Koningsdag conform de reguliere zorgregeling, tenzij deze in een vakantie valt,
in welk geval de vakantieverdeling bepalend is;
- Sinterklaas conform de reguliere zorgregeling;
- Suikerfeest conform de reguliere zorgregeling;
- Offerfeest conform de reguliere zorgregeling;
- de verjaardag van de minderjarigen conform de reguliere zorgregeling;
- de verjaardag van een ouder wordt doorgebracht bij de betreffende ouder;
- Vaderdag wordt doorgebracht bij de vader;
- Moederdag wordt doorgebracht bij de moeder;
een ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en compensatie van de proceskosten.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:
- de afspraak uit het ouderschapsplan, ondertekend op 24 september 2025, in artikel 4.8 in zoverre te wijzigen dat de zomervakantie en de andere grote vakanties (van meer dan een week) gelijk bij helfte in onderling overleg worden verdeeld en dat de overige schoolvakanties doorlopen conform de zorgregeling, en in zoverre ook de beschikking van 27 oktober 2025 met zaak- en rekestnummer C/09/693219 / FA RK 25-7866 als gewijzigd te beschouwen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Wijziging zorg- en contactregeling
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang gelezen met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De moeder stelt dat de omstandigheden na het opstellen van het ouderschapsplan zijn gewijzigd. Volgens de moeder zijn partijen er bij het opstellen van het ouderschapsplan vanuit gegaan dat de vader tijdelijk bij zijn moeder in [plaats 1] zou verblijven en dat hij op korte termijn over een eigen woonruimte zou beschikken in of nabij de woonomgeving van de kinderen ( [plaats 2] ). Inmiddels is gebleken dat de vader bij zijn nieuwe partner in [plaats 3] is ingetrokken. De woonkeuze van de vader brengt gevolgen met zich mee voor de uitvoering van de zorgregeling. De moeder kampt met fysieke beperkingen en is daardoor niet langer in staat de reisafstand tussen [plaats 2] en [plaats 1], dan wel [plaats 3], af te leggen. Daarnaast bevat het ouderschapsplan geen concrete afspraken over de tijdstippen waarop de kinderen worden opgehaald en teruggebracht, wat leidt tot discussie en onduidelijkheid en daarmee ook een gewijzigde omstandigheid oplevert.
Volgens de vader is er geen sprake van gewijzigde omstandigheden. Hij heeft nooit de intentie gehad om terug te keren naar de regio [plaats 2]. De vader is op dit moment op zoek naar een woning in de regio van [plaats 3]. Hij is daar altijd eerlijk over geweest. Daarnaast is de vader van mening dat er geen onduidelijkheid bestaat over de haal- en brengtijden. De vader brengt de kinderen op vaste tijden terug naar de moeder en als daarvan wordt afgeweken, stemmen partijen dat in onderling overleg met elkaar af. Verder voert de vader aan dat voor zover er sprake is van fysieke beperkingen aan de zijde van de moeder, deze al aanwezig waren ten tijde van het opstellen van het ouderschapsplan.
De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden na het opstellen van het ouderschapsplan zijn gewijzigd. Zo is recent duidelijk geworden dat de vader zich definitief wil vestigen in (de omgeving van) [plaats 3]. Daarnaast heeft [de minderjarige 1] vanwege zijn autisme een bijzondere zorgbehoefte, waarvoor hij sinds februari 2026 in behandeling is. Verder is de rechtbank gebleken dat de in het ouderschapsplan overeengekomen regeling met betrekking tot de vakanties niet geheel wordt nageleefd, in die zin dat de kinderen de meerderheid van de tijd bij de moeder verblijven. De rechtbank zal de moeder daarom ontvankelijk verklaren in haar verzoek en hierna overgaan tot de inhoudelijke beoordeling hiervan.
Inhoudelijke beoordeling
- reguliere zorgreling
De rechtbank constateert dat de ouders in beginsel achter de verdeling van de reguliere zorgregeling staan, zoals opgenomen in het ouderschapsplan, te weten dat de kinderen om de week een weekend bij de vader verblijven. Het halen en brengen van de kinderen is echter tussen de ouders in geschil. De rechtbank zal daar hierna verder op in gaan.
De moeder voert aan dat zij met fysieke klachten kampt, als gevolg waarvan zij arbeidsongeschikt is verklaard. Daarbij neemt zij het grootste gedeelte van de zorg voor de kinderen op zich en heeft zij, anders dan de vader, geen netwerk. Gelet op het voorgaande valt de reisafstand die de moeder moet afleggen om de kinderen naar de vader toe te brengen haar zwaar. De moeder is van mening dat de vader voortaan het halen en brengen op zich moet nemen. Hij heeft immers besloten zich te vestigen in [plaats 3] in plaats van nabij de omgeving van de kinderen.
De vader voert hiertegen verweer. Hij geeft aan dat de moeder de kinderen vanwege zijn werk op vrijdag brengt naar zijn moeder in [plaats 1]. Vervolgens vangt de vader de kinderen, nadat hij klaar is met werken, in het weekend op bij zijn moeder en brengt hij hen op zondag weer terug naar de moeder in [plaats 2]. Voor de vader is het vanwege de reistijd en zijn werk niet mogelijk om de kinderen op vrijdag op te halen in [plaats 2].
De rechtbank overweegt als volgt. De moeder neemt het grootste gedeelte van de zorg voor de kinderen op zich. De rechtbank begrijpt dat dat veel van de moeder vraagt, zeker omdat [de minderjarige 1] vanwege zijn autisme een bijzondere zorgbehoefte heeft. Ook volgt de rechtbank de moeder in haar stelling dat de vader gelet op zijn ouderlijke verantwoordelijkheid de benodigde zorgtaken op zich moet nemen. Anderzijds overweegt de rechtbank dat de zorgregeling, en daarmee het halen en brengen van de kinderen, wel praktisch haalbaar moet zijn voor beide ouders. Dat zorgt immers voor duidelijkheid en voorspelbaarheid voor de kinderen, wat in het bijzonder voor [de minderjarige 1] belangrijk is. De vader heeft aangegeven dat het voor hem vanwege de reistijd, zijn werktijden en het gebrek aan een (eigen) auto niet mogelijk is om de kinderen op vrijdag op te halen in [plaats 2]. De moeder heeft niet onderbouwd dat zij vanwege haar medische klachten niet in staat is auto te rijden. Anders dan de vader, werkt de moeder niet en woont zij in de buurt van de school van de kinderen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door de moeder voorgestelde regeling niet in het belang van de kinderen is. De rechtbank zal het verzoek van de moeder ten aanzien van de reguliere zorgregeling dan ook afwijzen. Hoewel de reguliere zorgregeling, zoals die in het ouderschapsplan staat opgenomen, ongewijzigd zal blijven, zal de rechtbank deze regeling voor de duidelijkheid ook vastleggen in deze beschikking.
- vakanties en feestdagen
De moeder heeft aangevoerd dat de zorg voor de kinderen in de vakanties feitelijk vooral op haar schouders terechtkomt. Gelet daarop verzoekt de moeder een concrete verdeling van de vakanties en feestdagen vast te stellen.
De vader is ermee akkoord dat de zomervakantie, de kerstvakantie en de meivakantie bij helfte tussen de ouders worden verdeeld. Wat betreft de overige vakanties heeft de vader aangegeven dat hij te weinig verlofdagen heeft, waardoor hij tijdens die vakanties niet (doordeweeks) voor de kinderen kan zorgen.
De rechtbank stelt vast dat de ouders overeenstemming hebben over de verdeling van de zomervakantie, de kerstvakantie en de meivakantie. De rechtbank zal die overeenstemming in ieder geval vastleggen. Wat betreft de overige vakanties, te weten de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is gebleken dat de vader, anders dan de moeder, een beperkt aantal verlofdagen op kan nemen. Hierdoor is hij niet in staat om ook in de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie de gedeeltelijke zorg, anders dan conform de reguliere zorgregeling, voor de kinderen te dragen. Ook ten aanzien van de vakanties geldt dat het wel haalbaar moet zijn voor beide ouders om de zorg voor de kinderen te dragen.
De vader heeft voldoende onderbouwd dat dat hem in de voorjaarsvakantie en herfstvakantie niet volledig lukt. Gelet daarop is het naar het oordeel van de rechtbank in het belang van de kinderen om de door de vader voorgestelde vakantieverdeling vast te stellen in deze beschikking. Dat betekent dat de reguliere zorgregeling tijdens de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie doorloopt. Hierbij merkt de rechtbank op dat als de ouders van de vader een rol kunnen spelen in het ontlasten van de moeder tijdens de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie, het de ouders vrijstaat om daar in onderling overleg afspraken over te maken.
Wat betreft de feestdagen overweegt de rechtbank dat de vader geen verweer heeft gevoerd tegen het verzoek van de moeder. De rechtbank zal de door de moeder voorgestelde verdeling van de feestdagen daarom vaststellen in deze beschikking.
Ouderschapsbemiddeling
Beide partijen hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling, met als doel de onderlinge verstandhouding en communicatie te verbeteren. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo (GR JW) voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de desbetreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per e-mail zenden aan GR JW. De rechtbank zal niet de zogenoemde ‘lus’ naar de Raad opnemen indien het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat. Dat neemt niet weg dat de rechtbank ervan uitgaat dat partijen zich in het belang van de kinderen tot het uiterste zullen inspannen voor het ouderschapsbemiddelingstraject.
Beslissing
De rechtbank – in zoverre met wijziging van de beschikking van 27 oktober 2025 en het ouderschapsplan van 24 september 2025 –:
*
bepaalt als reguliere zorgregeling dat de kinderen eenmaal per twee weken een weekend
van vrijdag uit school tot zondag bij de vader verblijven, waarbij de ouder bij wie de
kinderen op dat moment verblijven, zorgdraagt voor het brengen van de kinderen naar de
andere ouder;
*
bepaalt de volgende verdeling van de vakanties en feestdagen:
- de meivakantie (de moeder in de even jaren de eerste helft, de vader in de oneven jaren de eerste helft), de zomervakantie (de moeder in de oneven jaren de eerste helft, de vader in de even jaren de eerste helft) en de kerstvakantie (de moeder in de even jaren de eerste helft, de vader in de oneven jaren de eerste helft) worden bij helfte tussen de ouders verdeeld;
- tijdens de overige vakanties loopt de reguliere zorgregeling door;
- Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en Koningsdag conform de reguliere zorgregeling, tenzij deze in een vakantie vallen, in welk geval de vakantieverdeling bepalend is;
- Sinterklaas conform de reguliere zorgregeling;
- Suikerfeest conform de reguliere zorgregeling;
- Offerfeest conform de reguliere zorgregeling;
- de verjaardag van de minderjarigen conform de reguliere zorgregeling;
- de verjaardag van een ouder wordt doorgebracht bij de betreffende ouder;
- Vaderdag wordt doorgebracht bij de vader;
- Moederdag wordt doorgebracht bij de moeder;
waarbij de ouder bij wie de kinderen op dat moment verblijven, zorgdraagt voor het brengen van de kinderen naar de andere ouder;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder] (de moeder),
wonende te [plaats 2],
en
[de vader] (de vader),
wonende te [plaats 1],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo (GR JW) voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) dit vonnis te zenden naar: GR JW per beveiligde e-mail naar retmh@grjw.nl;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 september 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.