Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30378Zaaknummer NL26.59796
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.59796
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bewaring – 59a – voortvarend handelen – paspoort ligt op bekend adres in Nederland.
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Eerde, rechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.59796
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser,
(gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. J. Kaikai).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw[_83311c48-ce5e-4a41-a1be-819459faf036]. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een beroepsgrond aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.[_0f88e764-bb9f-4ffe-81b4-76e8883002bc]
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Ook handelt de minister voldoende voortvarend. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 7 oktober 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.[_3ede7d2b-a59f-4706-81cb-f344ba306d1f]
De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Voortraject en gronden
3. De rechtbank stelt vast dat eiser het voortraject en de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd niet betwist. Voortvarend handelen
4. De gemachtigde van eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de overdracht. Niet omdat er niet tijdig uitzettingshandelingen zijn verricht, maar vanwege het feit dat eisers paspoort en (waardevolle) spullen op een (bekend) adres in [plaats] liggen en eiser straks zonder dit belangrijke document en zijn persoonlijke eigendommen aan de Belgische autoriteiten wordt overgedragen. Het paspoort en de (waardevolle) spullen kunnen niet naar het detentiecentrum worden gebracht, maar kunnen wel worden opgehaald. De DT&V[_f3e5e8af-cbeb-4308-ad9c-5deef9e0308b] is daartoe niet bereid. Eiser vult zijn gemachtigde aan en verklaart dat hij op 14 oktober 2026 om 19.00 uur telefonisch contact heeft gehad met een medewerker van de IOM[_c9d1acd1-6123-456c-9408-e2be45f06491] die heeft toegezegd het paspoort en de persoonlijke spullen op te halen. Met de IOM heeft eiser contact opgenomen, omdat hij het liefst wil terugkeren naar Suriname.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen in feite niet in geschil is dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de overdracht. Op 8 oktober 2026 is een claimverzoek verzonden, op 12 oktober 2026 is een vertrekgesprek met eiser gehouden en op 14 oktober 2026 is er een claimakkoord ontvangen. Eiser kan worden overgedragen zodra er een overdrachtsbesluit voorhanden is. Daar komt bij dat eiser zijn paspoort en zijn persoonlijke spullen bij overdracht kan meenemen, wat praktisch gezien zeer wenselijk is. De beroepsgrond slaagt niet.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
5. Los van de door eiser aangevoerde grond, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.[_aeac5d75-3b11-4262-8e99-153bf7840e62]
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Eerde, rechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.
Voetnoten
- Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
- Het beroep tegen een maatregel van bewaring wordt ook aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.
- Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.
- Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V).
- Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).
- Vergelijk HvJEU 8 november 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.