Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30359Zaaknummer NL25.57024
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL25.57024
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De afwijzing van de asielaanvraag kan in stand blijven. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister terecht dat eisers problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Somalië dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade.
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 24 oktober 2025;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht-Kampman, rechter, in aanwezigheid van mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57024
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. J.O. Isibor).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw[_f4dac081-37be-41f9-8ae0-ef367da66eb1]. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2006. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Mahed als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard dat zijn vader twee keer is gebeld door Al-Shabaab met het verzoek om voor Al-Shabaab te gaan werken. Eisers vader heeft dit geweigerd. De dag daarna is eisers vader naar zijn werk gegaan en niet meer terug gekomen. Eisers moeder werd daarna gebeld door Al-Shabaab en zij zei tegen eiser dat Al-Shabaab haar had verteld dat zij eisers vader vermoord hadden en dat eiser hetzelfde lot te wachten stond. Vervolgens heeft eiser vijf dagen bij een onbekende vrouw in huis gezeten en is hij daarna uit Somalië vertrokken. Eiser vreest bij terugkeer naar Somalië te worden gedood door Al-Shabaab.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst; - de problemen met Al-Shabaab.
De minister vindt de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar de
identiteit, specifiek de leeftijd van eiser, vindt de minister niet geloofwaardig. De AVIM[_fea43d60-25b1-4549-9fd7-1fe57ee0608e] en de minister hebben afzonderlijk van elkaar een leeftijdsschouw uitgevoerd. De medewerkers
van de AVIM hebben geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. De
gehoormedewerker heeft echter geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. Hierdoor is
de eindconclusie dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. De minister heeft daarom
nader onderzoek gedaan bij de Griekse autoriteiten. Daaruit bleek dat eiser in Griekeland staat geregistreerd met de geboortedatum [geboortedatum] 2004. De minister is in deze procedure van die geboortedatum uitgegaan.
De problemen met Al-Shabaab vindt de minister niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel.[_d48f2904-0491-4ed1-9ef3-13fe388575ab] Ook kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd.[_9147a17e-0811-4d4e-960f-9e78bf973b33] De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Arrest Ebilum
5. De rechtbank stelt voorop dat zij, gelet op het arrest Ebilum van het Hof van Justitie[_7d1a2b01-3b73-4520-8ea6-c7b7a371844d], het standpunt over de geloofwaardigheid van de door een vreemdeling afgelegde verklaringen voortaan zonder enige terughoudendheid zal beoordelen. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten van de relevante feitelijke elementen. De rechtbank zal daarom niet langer beoordelen of de minister zich ‘niet ten onrechte’ op een bepaald standpunt heeft gesteld, maar zal het standpunt van de minister over de geloofwaardigheid vol toetsen.
De geloofwaardigheid van de gestelde leeftijd
Wat is het standpunt van eiser?
6. Eiser is van mening dat zijn identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht moeten worden. Eiser is van mening dat de geboortedatum die hij in deze procedure heeft opgegeven klopt en dat dus moet worden uitgegaan van de geboortedatum [geboortedatum] 2006. Eiser wijst op de tegenstrijdige bevindingen in enerzijds het rapport van de schouw in het aanmeldgehoor van de minister en anderzijds de schouw van de AVIM. Eiser is het er niet mee eens dat gekeken wordt naar de leeftijd in de Griekse procedure. Eiser stelt dat hij in Nederland de juiste geboortedatum heeft opgegeven. In Griekenland is zijn leeftijd geschat, waardoor hij ouder is geschat dan hij in werkelijkheid is. Volgens eiser kan aan deze schatting geen waarde worden gehecht. Eiser meent dat uit moet worden gegaan van de door eiser opgegeven leeftijd. Volgens eiser is de leeftijdsvaststelling dan ook niet zorgvuldig. Op zitting heeft eiser naar voren gebracht dat hij onlangs via contacten uit de moskee in Nederland aan zijn geboorteakte is gekomen. Hij heeft deze akte overgelegd aan Bureau Documenten. Eiser geeft aan dat hij hiervan nog geen uitslag ontvangen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
De Afdeling[_371651a3-fd90-4fa5-99d4-d57e3905dde0] heeft in haar uitspraak van 20 augustus 2025[_6d3c98c9-2616-49f9-9170-2e70489dc84e] geoordeeld dat als één
van de leeftijdsschouwen niet inzichtelijk en concludent is, de leeftijdsschouw in die zaak
geen bruikbaar middel is om uitspraken te doen over de vraag of al dan niet getwijfeld moet
worden aan de verklaring van een vreemdeling dat hij minderjarig is. De minister moet in
dat geval uitgaan van het vermoeden van minderjarigheid en het is aan de minister om dat te
ontzenuwen.[_46a0e10a-ee79-4ad5-b95d-2b970958d5c7] Ook volgt uit deze uitspraak dat de minister inzichtelijk moet maken welk
gewicht hij aan de leeftijdsregistratie in de andere lidstaat heeft toegekend en waarom hij
daar gewicht aan toekent. Verder moet de minister toelichten waarop de autoriteiten van de
andere lidstaat de leeftijdsregistratie hebben gebaseerd. Als aan de leeftijdsregistratie in een
andere lidstaat slechts een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, zal de
minister moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De
vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring,
omdat deze afwijking in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn
verklaringen.
De minister zal dus moeten uitgaan van de minderjarigheid van eiser en het is aan de minister om het vermoeden van de minderjarigheid te ontzenuwen. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister daar in dit geval niet in geslaagd. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
In de kern komt de motivering van de minister in het bestreden besluit en verweerschrift erop neer dat wordt uitgegaan van [geboortedatum] 2004 als de geboortedatum van eiser, omdat hij met die geboortedatum in Griekenland is geregistreerd. De minister heeft die informatie verkregen na het opvragen van informatie over eiser in Griekenland. Ook stelt de minister zich op het standpunt dat de door eiser overgelegde ‘Certificate of Identity Confirmation’ en de geboorteakte, het besluit niet anders maken. Dit zijn kopieën van documenten, die niet op echtheid te onderzoeken zijn en het is niet duidelijk hoe eiser deze heeft verkregen en hoe het komt dat deze gedateerd zijn op een datum ver na zijn vertrek uit het land van herkomst. Ook is het onduidelijk welke brondocumenten ten grondslag hebben gelegen aan afgifte van de documenten.
Het is de rechtbank niet gebleken dat de minister heeft uitgezocht op basis waarvan de registratie in Griekenland heeft plaatsgevonden en onder welke omstandigheden die registratie heeft plaatsgevonden. De minister heeft enkel informatie opgevraagd en is daarvan uitgegaan. Op zitting heeft eiser naar voren gebracht dat hij in Griekenland op een steen heeft moeten zitten en dat zijn leeftijd toen is geschat. Dat eiser niet zelf de registratie in Griekenland heeft gewijzigd doet daar niet aan af omdat het aan de minister is om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, concludeert de rechtbank dat de minister
onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gestelde leeftijd van eiser en onvoldoende
heeft gemotiveerd dat eiser niet minderjarig was ten tijde van de aanvraag. Daarbij volgt de rechtbank het betoog van eiser dat het bevreemdend is dat er tegenstrijdigheden zijn tussen de schouw van de AVIM en van de gehoormedewerker. Verder heeft de rechtbank bij eigen waarneming op zitting ook geconstateerd dat eiser erg jong oogt en dat eiser niet beschikt over de door de AVIM beschreven kenmerken. Deze beroepsgrond slaagt.
De geloofwaardigheid van de problemen met Al-Shabaab
7. Niet in geschil is dat eiser zijn asielmotieven niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten die deze asielmotieven volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister conform WI 2024/6 beoordeeld of de asielmotieven alsnog geloofwaardig zijn. Dat is volgens de minister niet het geval.[_0490949a-d738-495d-9170-8df7fd8970f0]
Wat is het standpunt van eiser?
8. Eiser stelt zich op het standpunt dat zijn problemen met Al-Shabaab geloofwaardig dienen te worden bevonden. Volgens eiser zijn de verklaringen aannemelijk en heeft hij niet anders verklaard in Nederland dan in Griekenland. Eiser stelt dat de afwijkingen zijn veroorzaakt doordat zijn procedure in Griekenland minder waarborgen en controlemogelijkheden kende dan de procedure in Nederland. Ook wijst eiser op de kwaliteit van de tolk en de gehoormedewerkers, mogelijkheid tot correcties en aanvullingen, toegang tot een advocaat en het verkrijgen van inzicht in het gehoorverslag in Griekenland, dat is onder de maat. Eiser meent dat de minister daarom meer onderzoek had moeten doen naar hoe de verklaringen tot stand zijn gekomen in Griekenland. Door dit niet te doen is het besluit niet op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen.
Verder is eiser van mening dat hij niet vaag of summier heeft verklaard. Volgens eiser heeft hij niet vaag verklaard over de dood van zijn vader. Ook is eiser van mening dat het logisch is dat de Al-Shabaab tegen zijn moeder heeft gezegd dat zij zijn vader hadden vermoord en dat eiser hetzelfde te wachten stond. Al-Shabaab probeerde namelijk op die manier eiser en zijn moeder ervan te overtuigen om mee te werken. Eiser betoogt dat hij tijdens het gehoor meer bevraagd had moeten worden.
Eiser weet zeker dat hij nog gezocht wordt door Al-Shabaab en dat hij in [plaats] door Al-Shabaab gevonden kan worden. Eisers vader is vermoord door Al-Shabaab omdat hij niet wilde meewerken aan rekrutering. Al-Shabaab wil eiser alsnog rekruteren of hem ook vermoorden. De familie van eiser houdt zich schuil en verandert telkens van verblijf, dat is de reden dat zijn familie nog geen problemen met Al-Shabaab heeft gehad. Eiser is van mening dat er - gelet op zijn verklaringen en hetgeen over de Al-Shabaab bekend is - geen reden is om zijn relaas in grote lijnen niet geloofwaardig te achten.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
9. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister terecht dat eisers problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn.
De minister heeft eiser terecht tegengeworpen dat hij wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over de rekrutering en de bedreigingen van Al-Shabaab.[_b947ecf5-4876-4adc-8e19-d0a16ea8af80] Eiser heeft in Griekenland bijvoorbeeld verklaard dat zijn vader kruier was en dat Al-Shabaab meerdere keren bij hem thuis is geweest, waarbij eiser gedetailleerd kon beschrijven welke kleding Al-Shabaab droeg. In Nederland heeft hij bijvoorbeeld verklaard dat zijn vader automonteur was en Al-Shabaab enkel telefonisch contact heeft opgenomen om de bedreigingen te uiten. Deze verklaringen wijken erg van elkaar af. Het is niet gebleken of onderbouwd dat het gehoor van eiser in Griekenland verkeerd is vertaald of eiser in zijn Griekse procedure anderszins is benadeeld. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen aanleiding om meer onderzoek te doen naar hoe de verklaringen van eiser tot stand zijn gekomen in Griekenland en kan daar dan ook vanuit gegaan worden. De stelling dat de kwaliteit of professionaliteit van de procedure in Griekenland te wensen overlaat en de tegenstrijdige verklaringen heeft veroorzaakt volgt de rechtbank niet. De tegenstrijdigheden hebben betrekking op de kern van eisers asielrelaas, van hem mag verwacht worden dat daarover eenduidig kan verklaren, in Griekenland en in Nederland.
De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht geconcludeerd dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de problemen met Al-Shabaab. De minister heeft bijvoorbeeld gewezen op het nader gehoor[_571c95e1-46e6-466b-9884-1f13900e76b0] waarin eiser heeft verklaard dat Al-Shabaab aan zijn vader heeft verteld dat hij een wapen moest kopen. Toen zijn vader dit weigerde heeft Al-Shabaab hem verteld dat hij een schuilplek moest zoeken. Deze werkwijze, waarbij de gerekruteerde zelf een wapen moet regelen, is niet in lijn met de handelingen van een groepering als Al-Shabaab. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft weten te maken waarom Al-Shabaab dit aan zijn vader heeft verteld. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser vaag heeft verklaard over de dood van zijn vader. Eiser verklaarde dat Al-Shabaab aan zijn moeder heeft verteld dat zij eisers vader hebben vermoord en dat hem ook hetzelfde te wachten stond.[_8d48e423-40fc-4361-9754-04d8a28e736f] Eiser heeft niet kunnen verklaren waarom zij dit aan zijn moeder hebben verteld, enkel de stelling dat dat logisch is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. De rechtbank volgt eiser ook niet in het standpunt dat onvoldoende zou zijn doorgevraagd hierover. Ook is de enkele verwijzing naar algemene informatie over Al-Shabaab onvoldoende om eisers relaas geloofwaardig te achten.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet heeft kunnen verklaren of hij nog wordt gezocht door Al-Shabaab. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij momenteel nog door Al-Shabaab gezocht wordt en waarom zij hem nog zouden zoeken. De minister heeft terecht gewezen op eisers verklaring in het nader gehoor[_8ce70834-6d28-431f-8fa9-e6113e589959] dat hij niet weet of Al-Shabaab op de hoogte is van zijn naam en dus van zijn bestaan. Het is niet gebleken dat eiser wordt gezocht, het blijft een vermoeden. De beroepsgronden slagen niet.
Risico bij terugkeer en eisers medische situatie
Wat is het standpunt van eiser?
10. Eiser vreest bij terugkeer naar Somalië door Al-Shabaab vervolgd te worden. Ook stelt eiser dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiser wijst op de algemene informatie[_fd836da7-e014-4a9d-8ca6-a787aed37bdf] waaruit blijkt dat rekrutering aannemelijk is en Al-Shabaab de mogelijkheid heeft om eiser bij terugkeer naar Somalië te vinden. Ook stelt eiser dat de minister rekening had moeten houden met zijn medische situatie. Eiser slikt veel medicatie, heeft last van dwangmatig handelen en controle. Dit heeft veel invloed op eiser. Ter onderbouwing heeft hij een brief van de praktijkondersteuner van de huisarts van 17 juli 2026 overgelegd. De minister had dit moeten meewegen in de beoordeling.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Somalië dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade. Hierbij is van belang dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat eisers problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn.
Ten aanzien van eisers medische situatie is de rechtbank van oordeel dat uit de verklaring van de praktijkondersteuner volgt dat eiser psychische klachten ervaart en dat deze in belangrijke mate beïnvloed lijken te worden door stressfactoren als de asielprocedure en onzekerheid over de toekomst. Er is geen diagnose gesteld, er is geen behandeling en ter zitting heeft eiser verklaard dat er ook geen indicatie is afgegeven voor een diagnostisch traject. De rechtbank begrijpt dat de beschreven klachten erg vervelend zijn voor eiser. Echter blijkt uit de overgelegde documentatie niet dat eiser niet in staat is te reizen, dat sprake is van een medische noodsituatie dan wel dat hij een risico loopt bij terugkeer naar Somalië. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
12. Gelet op het onder 6.5 geconstateerde motiveringsgebrek ten aanzien van het onderzoek naar eisers leeftijd, is het beroep gegrond en ziet de rechtbank aanleiding het bestreden besluit te vernietigen. Nu de minister de problemen met Al-Shabaab terecht ongeloofwaardig heeft geacht, ziet de rechtbank echter aanleiding de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand te laten.[_2a2cc773-0e8a-4267-baf9-34e2c06b34c9] De rechtbank merkt op dat ter zitting duidelijk is geworden dat eiser via contacten in de moskee in Nederland zijn geboorteakte heeft kunnen verkrijgen en dat deze naar Bureau Documenten is gestuurd. De rechtbank ziet gelet op de conclusie ten aanzien van de geloofwaardigheid van eisers relaas geen aanleiding om het onderzoek van Bureau Documenten af te wachten.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 24 oktober 2025;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht-Kampman, rechter, in aanwezigheid van mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Vreemdelingenwet 2000
- Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
- Voorwaarde van artikel 31 zesde lid onder c.
- Voorwaarde van artikel 31 zesde lid onder e.
- HvJ EU 4 juni 2026, ECLI:EU:C:2026:448, onder 58.
- Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
- ECLI:NL:RVS:2025:3801.
- Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, r.o. 6.9 tot en met 7.3.
- Eiser voldoet volgens de minister niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw.
- De minister heeft in dit kader verwezen naar het rapport van het nader gehoor pagina 13 en het Griekse dossier pagina 8.
- Pagina 13 van het rapport van het nader gehoor.
- Pagina 14 van het rapport van het nader gehoor.
- Pagina’s 15 en 17 van het rapport van het nader gehoor.
- AAB Somalië juni 2023 pagina 36 en AAB Somalië april 2025 pagina 30.
- Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.