Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Den Haag, 23 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30335Zaaknummer C/09/690575 / HA ZA 25-742
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Publicatiedatum
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/690575 / HA ZA 25-742
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis, vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2026:12851
De rechtbank
verwijst de zaak naar de rolzitting van 7 oktober 2026 voor een akte aan de zijde van partijen als bedoeld in rechtsoverweging 2.14;
houdt iedere verder beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Amperse en in het openbaar uitgesproken op
23 september 2026.
type: 1554
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/690575 / HA ZA 25-742
Vonnis van 23 september 2026
in de zaak van
[eiseres], te [woonplaats],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. J.H. Hommel te Rotterdam,
tegen
[gedaagde], te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. S.C. Krekel te Den Haag.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het tussenvonnis van 20 mei 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de akte uitlaten van [gedaagde] van 3 juni 2026;
- de akte uitlaten van [eiseres] van 3 juni 2026;
- de brief van 3 juni 2026 van mr. S.C. Krekel;
- de brief van 12 juni 2026 van mr. J.H. Hommel;
- de brief van 14 juli 2026 van de rechtbank, waarin is aangekondigd dat een online regiezitting zal worden gehouden.
Op 31 augustus 2026 heeft de online regiezitting plaatsgevonden. Hierbij waren partijen aanwezig, met hun advocaten. De griffier heeft aantekening gemaakt van wat tijdens de regiezitting is gezegd.
Tenslotte is een datum voor vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
Inleiding
Deze zaak gaat over de verdeling van de per 14 augustus 2025 ontbonden vennootschap onder firma [bedrijf]. In het tussenvonnis van 20 mei 2026 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank onder meer overwogen dat een deskundigenbericht zal worden gelast om de waarde van de onderneming te bepalen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld deskundigen voor te stellen en zich uit te laten over de in het tussenvonnis geformuleerde vragen. Vervolgens heeft een aktewisseling plaatsgevonden, waarna mr. Krekel bij brief van 3 juni 2026 bezwaar heeft gemaakt tegen de randnummers 7 en 9 van de akte van [eiseres]. Mr. Hommel heeft op dit bezwaar gereageerd bij brief van 12 juni 2026.
Bezwaar [gedaagde], terugkomen op bindende eindbeslissingen?
[gedaagde] stelt zich - kort gezegd - op het standpunt dat de randnummers 7 en 9 van de akte uitlaten van [eiseres] een nieuwe schriftelijke ronde inhouden over punten waarover reeds is beslist, wat [gedaagde] in strijd met de goede procesorde acht. Dit bezwaar gaat niet op, gelet op het volgende.
In de randnummers 7 en 9 heeft [eiseres] het volgende aangevoerd:
‘7. Voorts geldt dat, zoals bij dagvaarding al gemeld, [gedaagde] het abonnement van Snelstart heeft opgezegd en een ander boekhoudpakket is gaan gebruiken. Gevolg is dat [eiseres] niet in staat is de administratie te raadplegen en zij kan later dus niet beoordelen of de bevindingen van de deskundigen juist zijn. Te dien aanzien dient het slot van rechtsoverweging 4.20 te worden heroverwogen, althans [eiseres] dient in de gelegenheid te worden gesteld de administratie te raadplegen.
(…)
9. Bij de rechtsoverwegingen 4.11 t/m 4.15 wordt gesteld dat sprake zou zijn van
inbreng door [gedaagde] ter waarde van € 183.668,92, welk bedrag dan in mindering zou moeten worden gebracht op de uiteindelijke te verdelen waarde.
Daargelaten dat tijdens de zitting reeds gemotiveerd verweer is gevoerd tegen de
bewering dat sprake zou zijn van deze inbreng, heeft beoordeling van de opgemaakte jaarstukken ten eerste geleerd dat de inbreng van [gedaagde] vanaf het begin consciëntieus is verwerkt in de administratie van in totaal maximaal € 66.000,00 via rekening 1940, waarvan [eiseres] bewijs aanbiedt. Aldus is heroverweging op haar plaats. Voor een grotere inbreng dan maximaal € 66.000,00 is in de jaarstukken geen ruimte. Wat is de verklaring van de deskundigen hierover?’
De rechtbank maakt uit deze randnummers op dat [eiseres] de rechtbank verzoekt terug te komen op bindende eindbeslissingen in het tussenvonnis inhoudende dat i) de vordering van [eiseres] tot afgifte van de administratie aan haarzelf zal worden afgewezen en ii) dat [gedaagde] ter waarde van € 183.668,92 aan sieraden en horloges in de vof heeft ingebracht. Voor dergelijke beslissingen geldt de hoofdregel dat daarvan in dezelfde instantie niet meer kan worden teruggekomen. Als partijen het niet eens zijn met een beslissing is het in beginsel de bedoeling dat een rechtsmiddel wordt ingesteld. Dit uitgangspunt geldt echter niet onverkort. De eisen van de goede procesorde kunnen ook meebrengen dat de rechtbank van zo’n eindbeslissing terugkomt, als blijkt dat de beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Dit is bijvoorbeeld het geval als het oordeel was gegrond op een onhoudbare feitelijke lezing van een of meer gedingstukken, welke lezing, bij handhaving, zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechter overtuigd is dat die ondeugdelijk zou zijn.[_cd8aa089-4fdd-403d-88c6-db872ca3a6a0] Daarbij geldt dat de rechter bevoegd is om aan een verzoek om terug te komen van een eindbeslissing voorbij te gaan, als dat verzoek is gestoeld op feiten en stellingen die al eerder in de procedure ter kennis van de rechter en de wederpartij zijn gebracht of, gelet op het partijdebat, hadden moeten zijn gebracht.
Het enkele gegeven dat [eiseres] verzoekt om terug te komen op bindende eindbeslissingen van de rechtbank, is op zichzelf dus niet in strijd met de goede procesorde.
Ten aanzien van beslissing i) geldt dat partijen het inmiddels erover eens zijn dat [eiseres] alle stukken krijgt die aan de deskundige(n) zullen worden verstrekt (zie hierna onder 2.8.), zodat het reeds om die reden niet nodig is dat de rechtbank terugkomt op deze beslissing. Uit hetgeen [eiseres] verder heeft aangevoerd volgt niet dat beslissing ii) berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Er is dus geen grond om van die beslissing terug te komen.
De te benoemen deskundige(n)
Partijen hebben geen gezamenlijk voorstel voor de te benoemen deskundigen gedaan. [eiseres] heeft gemotiveerd bezwaar tegen de door [gedaagde] voorgestelde deskundigen. Op zijn beurt heeft [gedaagde] gemotiveerd bezwaar tegen de enige door [eiseres] voorgestelde deskundige op het gebied van bedrijfswaardering.
Nu partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de te benoemen deskundigen en mede gelet op de bezwaren van partijen tegen de door de andere partij voorgestelde deskundigen, heeft de rechtbank aanleiding gezien zelf deskundigen te benaderen. Zij heeft de volgende personen in staat en bereid gevonden om als deskundigen op te treden:
- mevrouw F.J.M. Vermaas (hierna: Vermaas) - bijgestaan door mw. [naam 1] en dhr. [naam 2] (Expertise-Taxatieburo Ciska Vermaas) - als taxateur voor de bedrijfsvoorraad (sieraden/edelstenen etc.); en
- de heer drs. G. Rooijackers RC RV (hierna: Rooijackers) als bedrijfswaarderings-deskundige.
De offertes van Vermaas en Rooijackers zijn voorafgaand aan de online regiezitting aan partijen toegestuurd.
Bij het benaderen van Vermaas en Rooijackers is de rechtbank op enkele vragen gestuit die zij eerst met partijen wenste af te stemmen, waaronder de vraag of er voldoende informatie beschikbaar is om de waarde van de vof te kunnen bepalen. Met het oog hierop heeft de rechtbank een online regiezitting gehouden. Uit deze zitting is, voor zover nu van belang, naar voren gekomen dat:
- de beoogd bedrijfswaarderingsdeskundige heeft aangegeven dat hij voor het bepalen van de waarde van de vof de jaarstukken over 2024 en 2025 nodig heeft;
- partijen het niet eens worden over de (concept) jaarstukken 2024 en 2025 (met eindbalans per 14 augustus 2025);
- partijen het erover eens zijn dat de rechtbank eerst een onafhankelijke registeraccountant benoemt om (1) de jaarstukken 2024 en (2) de jaarstukken 2025 (met eindbalans per 14 augustus 2025) op te stellen;
- partijen ieder hun eigen visie voorleggen aan de registeraccountant, die uiteindelijk de knoop moet doorhakken en voornoemde stukken opstelt;
- [eiseres] alle stukken krijgt die aan de deskundige(n) zullen worden verstrekt en dat [gedaagde] voorts bereid is om aan [eiseres] (1) de inloggegevens van het opkopersregister en (2) de inloggegevens van het boekhoudprogramma Yuki te verstrekken;
- de rechtbank aan de registeraccountant voorlegt of er ook nog een taxateur moet worden benoemd en als dat zo is, deze taxateur ook direct benoemt;
- partijen geen bezwaar hebben tegen de benoeming van Vermaas als taxateur en van Rooijackers als bedrijfswaarderingsdeskundige tegen de door Rooijackers bedongen aansprakelijkheidsbeperking, maar dat zij in een later stadium zullen laten weten of er, na vaststelling van de jaarstukken en eindbalans, nog behoefte is aan de inschakeling van Rooijackers;
- partijen zich nog mogen uitlaten over de door de rechtbank benaderde registeraccountant en zijn kostenbegroting.
De rechtbank heeft na de online regiezitting de heer A. Oskam (hierna: Oskam) - werkzaam bij Grant Thornton Forensic & Investigation Services B.V - bereid en in staat gevonden om als deskundige op te treden. Oskam is registeraccountant en ook opgenomen in het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen (LRGD). Oskam heeft in zijn offerte toegelicht op welke wijze naar zijn inzicht het onderzoek zou kunnen worden aangepakt. Hij gaat daarbij tevens uit van de inzet van een taxateur. De rechtbank zal de e-mail waarin Oskam is benaderd en zijn offerte met als bijlage de aansprakelijkheids-beperking en de kostenbegroting aan partijen toesturen.
De rechtbank is voornemens om Oskam als deskundige te benoemen en hem de volgende vragen voor te leggen:
- Kunt u onderzoek doen naar de geschilpunten van partijen ten aanzien van de concept jaarrekening 2024 en dat betrekken in een door u als deskundige op te stellen eindbalans per 14 augustus 2025 van de vennootschap onder firma [bedrijf] ?
- Kunt op grond van onderzoek naar de in de administratie beschikbare informatie de eindbalans per 14 augustus 2025 opstellen voor de vennootschap onder firma [bedrijf], waarbij de balans per 31 december 2024 in de vergelijkende cijfers wordt gepresenteerd, zonder daarbij een volledige jaarrekening op te stellen, maar met als resultaat een eindbalans, met noodzakelijke toelichtingen en waarderings-grondslagen ten behoeve van de beoogde afrekening van de vof in het kader van de beslechting van het civiele geschil?
- Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak?
Gelet op de opmerking van Oskam dat het laten opstellen van een (volledige) jaarrekening 2024 diens onderzoek nog duurder maakt en niet noodzakelijk lijkt voor de beoogde afrekening van de vof, is de rechtbank vooralsnog niet voornemens om dit ook in de opdracht aan Oskam te betrekken. Dit betekent dat er door Oskam geen (volledige) jaarrekening 2024 zal worden opgesteld, maar – zoals door hem toegelicht in zijn offerte – enkel een balans per 31 december 2024 die in de vergelijkende cijfers zal worden gepresenteerd.
Oskam heeft voor zijn werkzaamheden een voorschot berekend van € 83.369 (inclusief btw). Dit voorschot dienen partijen voorafgaand aan de werkzaamheden van Oskam ieder voor de helft te betalen.
De rechtbank is daarnaast voornemens om Vermaas als deskundige te benoemen en haar de volgende opdracht te geven:
Kunt u - in overleg met de heer A. Oskam - de waarde van de bedrijfsvoorraad van de vennootschap onder firma [bedrijf] per 14 augustus 2025 bepalen?
Vermaas heeft voor haar werkzaamheden een voorschot berekend van € 4.888,40 (inclusief btw). Ook dit voorschot dienen partijen voorafgaand aan de werkzaamheden ieder voor de helft te betalen. Omdat het voorschot niet is bepaald aan de hand van de door Oskam voorgenomen aanpak, moeten partijen er rekening mee houden dat Vermaas mogelijk een aanvullend voorschot zal opvragen.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte nog kunnen uitlaten over de voorgenomen benoeming van Oskam, zijn kostenbegroting en de vraagstelling aan hem als deskundige. De rechtbank verzoekt partijen tevens om zich uit te laten over de vraag of zij kunnen instemmen met de door Oskam gehanteerde aansprakelijkheidsbeperking.
De rechtbank geeft partijen in overweging om, vóór zij zich bij akte uitlaten over het voorgaande, eerst met elkaar in overleg te treden. Daarbij wijst de rechtbank nadrukkelijk op de opmerking die Oskam in punt 5 van zijn offerte heeft gemaakt. Oskam meldt dat hij vermoedt dat de kosten van de diverse deskundigenonderzoeken het financieel belang van de afwikkeling van de vof te boven zouden kunnen gaan. Mogelijk kunnen partijen – al dan niet onder begeleiding van een mediator – nogmaals met elkaar in gesprek gaan om te bezien of zij een minnelijke regeling kunnen treffen. Indien partijen geen algehele overeenstemming kunnen bereiken, staat het hen uiteraard ook vrij om gezamenlijk een andere (register)accountant te benaderen die voor hen de benodigde jaarstukken (inclusief eindbalans) opstelt, waarna die stukken kunnen worden ingebracht in de procedure.
Iedere verdere beslissing – waaronder ook de beslissing ten aanzien van de vragen die te zijner tijd aan de bedrijfswaarderingsdeskundige zouden moeten worden voorgelegd – wordt aangehouden.
3 De beslissing
De rechtbank
verwijst de zaak naar de rolzitting van 7 oktober 2026 voor een akte aan de zijde van partijen als bedoeld in rechtsoverweging 2.14;
houdt iedere verder beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Amperse en in het openbaar uitgesproken op
23 september 2026.
type: 1554
Voetnoten
- Zie o.a. conclusie A-G Rank-Berenschot 30 augustus 2019, ECLI:NL:PHR:2019:845, 2.16-2.18.
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.