Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 14 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30321Zaaknummer C/09/712332 / FA RK 26-9243
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 september 2026
- Publicatiedatum
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/712332 / FA RK 26-9243
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712332 / FA RK 26-9243
Datum beschikking: 14 september 2026
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking naar aanleiding van het op 9 september 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats],
advocaat: mr. S.M. den Hollander te Den Haag.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 9 september 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Den Haag van 8 september 2026;
- de op 8 september 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, S. Kulcu, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- de physician assistant, [naam 1];
- de zorgcoördinator, [naam 2].
Standpunten ter zitting
Door en namens cliënt is ter zitting verzocht het verzoek af te wijzen. Volgens cliënt is geen specifieke diagnose gesteld. Sinds de implantatie van de ICD voelt cliënt zich beter en ervaart hij weinig beperkingen. Het liefst wil cliënt thuis zelf zaken, zoals fysiotherapie, de tandarts en de inname van zijn medicatie oppakken. Cliënt wil graag weer zelfstandig functioneren en op termijn weer de zorg voor zijn echtgenoot op zich nemen. In de accommodatie lukt het cliënt ook om veel zaken zelf te regelen. Ter zitting heeft cliënt aangegeven vrijwillig mee te zullen werken aan de cognitieve revalidatie.
Door en namens de physician assistant is toegelicht dat cliënt in de accommodatie goed functioneert, maar het nog onzeker is of hij zich in de thuissituatie zal kunnen redden. De physician assistant durft het alleen aan zonder IBS als met cliënt afspraken kunnen worden gemaakt over het noodzakelijke revalidatietraject. Daarbij is de motivatie van cliënt van groot belang, aangezien het een vrijwillig traject betreft. De physician assistant kan zo snel mogelijk een plek regelen bij revalidatie- en verpleegcentrum [instelling]. Daar kan worden vastgesteld welke zorg nodig is en welke restverschijnselen aanwezig zijn, zodat verantwoord en veilig kan worden bepaald of cliënt naar huis kan, mede in het licht van de zorg voor zijn echtgenoot.
Door de zorgcoördinator is aangevuld dat zij het cliënt gunt om goed te revalideren. In de accommodatie wordt gezien dat cliënt geen verzet toont.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een aandoening die gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische stoornis, te weten een neurocognitieve stoornis ten gevolge van niet-aangeboren hersenletsel, leidt tot ernstig nadeel. Ter zitting is gebleken dat cliënt bereid is om het noodzakelijke revalidatietraject bij revalidatie- en verpleegcentrum [instelling] te volgen om dit ernstig nadeel af te wenden.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.