Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 14 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30309Zaaknummer C/09/712356 / FA RK 26-9260

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 september 2026
Publicatiedatum
20 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712356 / FA RK 26-9260
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, inclusief ECT-behandeling;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712356 / FA RK 26-9260

Datum beschikking: 14 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 10 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in het [accommodatie] te [plaats],

advocaat: mr. J.H.T. van Brunschot te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 10 september 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 9 september 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een brief van de officier van justitie van 10 september 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de arts in opleiding, [arts];

- de psychiater, [psychiater 2];

- de zus van betrokkene.

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door de advocaat is naar voren gebracht dat hij door het toestandsbeeld van betrokkene geen contact met hem heeft kunnen krijgen en daarom geen standpunt namens betrokkene kan innemen.

Door de arts in opleiding is ter zitting toegelicht dat bij betrokkene sprake is van een ernstig katatoon toestandsbeeld. Inmiddels is gestart met de medicamenteuze behandeling, maar tot op heden heeft dat nog geen goed effect. Als de medicamenteuze behandeling niet werkt wordt elektroconvulsietherapie (ECT) overwogen, daarvoor is eerst aanvullend onderzoek nodig om te bezien of ECT veilig is.

De psychiater heeft aangevuld dat primair een psychiatrisch katatoon toestandsbeeld is vastgesteld. Tot voor kort verbleef betrokkene echter vanwege somatische problemen op de intensive care, waardoor hij nog niet adequaat is behandeld voor de katatonie.

De zus heeft aangegeven dat zij het gevoel heeft dat betrokkene niet goed kan aangeven wat hij wil en dat er op dit moment alles aan moet worden gedaan om zijn toestand te verbeteren. Zodra betrokkene weer opknapt, kan hij zelf keuzes maken en hierover overleggen met zijn behandelaren.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar.

Uit de stukken en hetgeen is besproken ter zitting blijkt dat betrokkene vanwege zijn katatonie is opgenomen in het ziekenhuis. Vanwege zijn toestandsbeeld is betrokkene niet meer in staat om zelf adequaat te communiceren en zelf vocht en voeding tot zich te nemen. Er is een verhoogd risico op somatische complicaties ten gevolge van katatonie indien deze inadequaat wordt behandeld.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychose en katatonie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, inclusief ECT-behandeling;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

De rechtbank gaat ervan uit dat een ECT-behandeling voorzienbaar is, nu ter zitting door de arts in opleiding en de psychiater is toegelicht dat de medicamenteuze behandelingen tot op heden onvoldoende effect hebben gehad.

Betrokkene verzet zich niet tegen de zorg, maar is door zijn toestandsbeeld niet in staat om te communiceren of afspraken te maken. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, inclusief ECT-behandeling;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.