Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 14 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30302Zaaknummer C/09/712358 / FA RK 26-9262

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 september 2026
Publicatiedatum
20 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712358 / FA RK 26-9262
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712358 / FA RK 26-9262

Datum beschikking: 14 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 10 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats],

advocaat: mr. H. Gailjaard te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 9 september 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 9 september 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de arts, [arts];

- [ervaringsdeskundige], de ervaringsdeskundige.

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat hij de behandeling accepteert, maar het liefst in het vrijwillig kader. Betrokkene heeft veel meegemaakt en wil graag een goed en normaal leven leiden. De advocaat heeft toegelicht dat betrokkene door zijn stoornissen soms moeilijk te sturen lijkt, maar dat hij goed samenwerkt met mensen die hij kent. Betrokkene heeft veel moeite met de huidige locatie en voelt zich niet op zijn gemak bij deze behandelaren.

Door de arts is naar voren gebracht dat betrokkene bij de opname gespannen en agressief was richting hulpverleners, waardoor hij in de separeerruimte moest worden geplaatst. Volgens de arts is sprake van een psychose, mogelijk met manische kenmerken. De samenwerking met betrokkene verloopt nog niet goed. Ook wordt gezien dat hij zijn medicatie niet altijd inneemt. Op die momenten loopt de spanning op en komt hij dwingend en dreigend over. Het is volgens de arts belangrijk te bekijken welke medicamenteuze behandeling nodig is om betrokkene te helpen stabiliseren.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige materiële schade;

- ernstige immateriële schade;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotisch toestandsbeeld. Uit de stukken en hetgeen is besproken ter zitting is gebleken dat betrokkene afgelopen maanden niet meer heeft samengewerkt met zijn behandelaren. Vanuit zijn psychotische, mogelijk manische, toestandsbeeld vertoont betrokkene verward, achterdochtig, dreigend en overlastgevend gedrag. Mogelijk is betrokkene al langer psychotisch, of is zijn beeld verergerd door de politiecontacten en zijn traumatische voorgeschiedenis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van medicatie;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hoewel betrokkene aangeeft vrijwillig te willen meewerken aan de behandeling, heeft hij de dag voor de zitting nog gediscussieerd over de inname van zijn medicatie. Gelet hierop heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen dat betrokkende de zorg in een vrijwillig kader volledig zal blijven accepteren.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.