Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Den Haag, 10 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30136Zaaknummer SGR 24/5436
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 april 2026
- Publicatiedatum
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- SGR 24/5436
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep tegen de weigering van een WIA-uitkering. Beroep ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Boer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/5436
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. O. Labordus),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. G.M. Folkers).
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing van het Uwv om haar geen WIA-uitkering toe te kennen.[_ce52286c-ff50-4105-a08d-8eb3a59076af] Eiseres is het niet eens met deze weigering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de besluitvorming rechtmatig is en dat het Uwv eiseres terecht een uitkering heeft geweigerd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres werkte voorheen als medewerkster schoonmaak voor gemiddeld 15,67 uur per week. Zij heeft een WIA-uitkering aangevraagd. In het besluit van 12 juni 2023 (het primaire besluit) heeft het Uwv bepaald dat eiseres per 23 februari 2023 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Aan dit besluit liggen rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige ten grondslag.
Bij besluit van 3 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de weigering gehandhaafd. Aan dit besluit liggen rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en de arbeidsdeskundige b&b ten grondslag.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft aanvullende gronden ingediend.
Het Uwv heeft een aanvullend verweerschrift ingediend.
Op 9 oktober 2025 heeft eiseres in aansluiting op een aanvullend beroepschrift nadere medische stukken ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.
Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van het Uwv aangegeven de ingebrachte stukken voor te willen leggen aan de verzekeringsarts b&b. Het gaat om het rapport van het psychologisch onderzoek van de GGZ [regio] van 26 juni 2025 (het intelligentieonderzoek). De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting daarop geschorst en het Uwv in de gelegenheid gesteld om de stukken voor te leggen aan de verzekeringsarts b&b en indien nodig ook aan de arbeidsdeskundige b&b.
De rechtbank heeft de reactie van het Uwv op 6 januari 2026 ontvangen. Eiseres heeft hier op 5 februari 2026 op gereageerd.
Partijen zijn door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om kenbaar te maken of zij op een nadere zitting willen worden gehoord. Partijen hebben hier niet op gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten en de uitspraak bepaald op heden.
Medische beoordeling
3. Eiseres betoogt dat haar medische situatie onjuist is ingeschat en dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsarts van het Uwv is aangenomen. Uit het intelligentieonderzoek van de GGZ [regio] van 26 juni 2025 blijkt dat eiseres een disharmonisch profiel heeft en dat zij op verschillende indexen een score behaalt die past bij een lichte verstandelijke beperking. De daarmee gepaard gaande concrete beperkingen ten aanzien van het onthouden en verwerken van informatie en het uitvoeren van basale cognitieve taken moeten worden opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Verder zijn in de FML van 2023 minder zware beperkingen opgenomen ten aanzien van duwen en trekken, het frequent hanteren van lichte voorwerpen en het frequent hanteren van zware lasten dan in de FML van 2019, terwijl haar klachten zijn toegenomen. Zij was ten gevolge van haar armklachten in 2023 feitelijk eenarmig. Ook heeft de verzekeringsarts b&b geen rekening gehouden met het carpaaltunnelsyndroom en de hielspoorklachten van eiseres. Zij is van mening dat zij beperkt is ten aanzien van het hand en vingergebruik, een sterke beperking van de trillingsbelasting heeft, niet in staat is om boven schouderhoogte te werken en geen lasten van meer dan 1 kg kan hanteren. Eiseres verwijst in dit verband naar de informatie van de huisarts, de informatie van de reumatoloog en de informatie van de manueel therapeut van 14 juli 2023.
De rechtbank overweegt dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de rapporten moeten begrijpelijk zijn. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze voorwaarden voldoen.
De primaire verzekeringsarts heeft eiseres zowel lichamelijk als psychisch onderzocht op een spreekuur. Ook heeft deze arts kennisgenomen van de voorhanden medische informatie. De verzekeringsarts b&b heeft het standpunt van de primaire verzekeringsarts in haar rapport van 23 april 2024 heroverwogen. Zij heeft eiseres lichamelijk en psychisch onderzocht en dossierstudie verricht. Zij komt tot de slotsom dat er geen aanleiding is om anders te oordelen dan de primaire verzekeringsarts. De rechtbank overweegt dat de verzekeringsartsen alle genoemde klachten van eiseres hebben betrokken bij de beoordeling. De informatie van de manueel therapeut is benoemd in de medische rapportage van de verzekeringsarts b&b en kenbaar betrokken bij de heroverweging. De verzekeringsartsen hebben bovendien eenduidig, inzichtelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe hun beoordeling tot stand is gekomen. De rechtbank is gelet op de onderzoeksactiviteiten van oordeel dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Dat betekent dat de rapporten aan de hiervoor vermelde drie voorwaarden voldoen. Er is dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest.
De verzekeringsarts b&b geeft aan dat de neuroloog geen afwijkingen vond bij lichamelijk onderzoek aan de handen, maar dat bij aanvullend onderzoek wel aanwijzingen zijn gevonden voor licht carpaaltunnelsyndroom rechts. De verzekeringsarts b&b heeft bij eigen onderzoek op dat punt geen reële medische afwijkingen gevonden. Vanwege de beperkte bewegelijkheid van de rechterschouder zijn in de FML beperkingen opgenomen (ten aanzien van tillen, duwen, omgaan met trillingen). Deze beperkingen zijn ook voldoende passend bij een mogelijk licht carpaaltunnelsyndroom. Dat eiseres van tijd tot tijd last heeft van hielspoor volgt uit de informatie van de behandelende sector, maar eiseres is hiervoor succesvol behandeld in 2019. Zij heeft zich nadien niet meer met deze klachten gemeld bij de huisarts. Pas in 2024, zo blijkt uit de brief van de reumatoloog van 21 maart 2024, meldt zij weer klachten op dat vlak. Hieruit valt niet af te leiden dat op de datum in geding sprake was van hielspoor. Tenslotte stelt de verzekeringsarts b&b dat het feit dat eiseres in staat is (voor beperkte duur) auto te rijden zich niet verhoudt tot de claim van eiseres dat zij feitelijk eenarmig is. Gelet op het voorgaande ziet de verzekeringsarts b&b geen aanleiding om aan te nemen dat er extra beperkingen hadden moeten worden aangenomen.
In verband met het ingebrachte intelligentieonderzoek heeft een (tweede) verzekeringsarts b&b beoordeeld in hoeverre de bevindingen uit dit onderzoek aanleiding geven aanvullende beperkingen aan te nemen ten aanzien van de belastbaarheid op de datum in geding. De verzekeringsarts b&b stelt zich op het standpunt dat de bevindingen hiertoe geen aanleiding geven. Het disharmonische intelligentieprofiel van eiseres geeft enkel aan dat zij op bepaalde vlakken beter is dan andere. Hieruit blijkt niet dat sprake is van ziekte. De verzekeringsarts b&b merkt op dat de depressie die eiseres had ten tijde van het intelligentieonderzoek van negatieve invloed kan zijn geweest op haar cognitieve vermogens. Op basis van enkel het IQ kan geen belastbaarheid worden vastgesteld, omdat ook de onderzoeksbevindingen en het functioneren hierbij van belang zijn. Uit de onderzoeken die voorafgaand aan het ontstaan van de depressie zijn verricht door de verzekeringsartsen, blijken volgens de verzekeringsarts b&b echter geen aanwijzingen voor problemen in de aandacht, concentratie of andere cognitieve functies. In het dagelijks functioneren van eiseres ziet de verzekeringsarts b&b ook geen aanwijzingen van belemmeringen op basis van een beperkt verstandelijk vermogen. De verzekeringsarts b&b concludeert hierom dat het ingebrachte intelligentieonderzoek geen aanleiding geeft om het standpunt ten aanzien van de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding te wijzigen.
De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsartsen b&b hiermee de beperkingen van eiseres zoals die in de FML zijn opgenomen, voldoende deugdelijk hebben gemotiveerd. Nu eiseres geen (andere) medische informatie heeft ingediend waarmee zij onderbouwt dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsarts b&b is aangenomen, ziet de rechtbank geen aanleiding om van de heroverweging van de verzekeringsarts b&b af te wijken.
Arbeidskundige beoordeling
4. Door haar beperkingen acht eiseres zichzelf niet in staat om de door het Uwv geduide functies te kunnen uitvoeren. Haar belastbaarheid wordt in alle functies overschreden omdat lichte en zware voorwerpen moeten worden gehanteerd, boven schouderhoogte moet worden gewerkt en er met toetsenbord en muis moet worden gewerkt. Verder betoogt eiseres dat het Uwv uitgaat van een onjuist opleidingsniveau. De opleiding LHNO die eiseres heeft gevolgd en afgerond komt volgens haar niet overeen met het voor de functies vereiste vmbo-niveau. Eiseres voert ook aan dat zij ongeschikt is voor functies op MBO-niveau en de geduide functies waarvoor opleidingsniveau 3 vereist is. Ook in dit verband wijst eiseres op het intelligentieonderzoek van 26 juni 2025 omdat hieruit blijkt dat opleidingsniveau 3 niet aansluit bij haar feitelijke cognitieve niveau. De functies vragen volgens eiseres namelijk om taalbegrip, instructieverwerking, geheugen en tempo, terwijl uit het intelligentieonderzoek blijkt dat eiseres op deze punten ernstig beperkt is. Aanvullend betoogt eiseres dat de functies evenmin voor haar geschikt zijn door haar verstandelijke beperking.
De rechtbank stelt vast dat uit de Resultaat functiebeoordeling blijkt dat de belastbaarheid ten aanzien van het hanteren van lichte en zware voorwerpen in de geduide functies niet wordt overschreden. Het Uwv heeft hierover in het verweerschrift aangegeven dat het hanteren van lichte en zware voorwerpen eenmaal per maand voorkomt en dat eiseres met links t/m 10kg kan tillen. Gezien de frequentie is er voldoende recuperatietijd. Het hanteren van de voorwerpen kan verdeeld worden (bijvoorbeeld het verdelen van boodschappen of een zak met wasgoed over meerdere zakken) en eventueel kan een collega om hulp gevraagd worden, aldus het Uwv. De arbeidsdeskundige stelt in het rapport van 9 juni 2023 dat de verzekeringsarts heeft aangegeven dat eiseres in staat is om een muis en/of toetsenbord te gebruiken. Verder stelt de arbeidsdeskundige dat de geduide functies vooral administratieve functies betreffen waarbij de rechterarm niet belast wordt en dat onder andere gebruik kan worden gemaakt van headsets bij het telefoneren. De arbeidsdeskundige b&b ziet in de rapportage van 2 mei 2024 geen aanleiding om af te wijken van de functieduiding.
Wat betreft het opleidingsniveau geeft het Uwv in het verweerschrift aan dat eiseres de LHNO opleiding heeft gevolgd en behaald. Deze opleiding geldt als een oudere of alternatieve opleiding voor opleidingsniveau 3. Over de stelling van eiseres dat haar GGZ-behandelaar heeft aangegeven dat functies op mbo-niveau voor haar niet geschikt zijn, stelt de rechtbank tenslotte vast dat alleen functies op vmbo-niveau zijn geselecteerd. De rechtbank overweegt in dit verband nog dat er slecht één geduide functie met opleidingsniveau 3 is. Dit is de functie Bell-sell medewerker. Deze functie heeft twee arbeidsplaatsen binnen de functie telefonist, medewerker callcenter, welke laatstgenoemde functie in totaal vijf arbeidsplaatsen heeft. Zelfs als de Bell-sell functie zou komen te vervallen, dan zijn er nog steeds drie functies met ieder drie arbeidsplaatsen beschikbaar. De geduide functies die meetellen voor het arbeidsongeschiktheidspercentage blijven daarbij ongewijzigd. Ook de mediaanfunctie (receptionist) blijft hetzelfde. Dit betekent dat het arbeidsongeschiktheidspercentage gelijk blijft, zelfs als de Bell-sell functie zou vervallen. Omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage niet verandert, heeft het vervallen van de Bell-sell functie in dit geval geen invloed op het recht van eiseres op een WIA-uitkering.
Nu de verzekeringsarts b&b in het intelligentieonderzoek geen aanleiding heeft gezien om extra beperkingen aan te nemen, is de belastbaarheid van eiseres gelijk gebleven. Wat het Uwv in het verweerschrift heeft overwogen over het opleidingsniveau van eiseres geldt daarom onverkort. Eiseres is in de FML beperkt geacht ten aanzien van een dwingend werktempo. De belastbaarheid van eiseres wordt blijkens de Resultaat functiebeoordeling op dit punt niet overschreden. De arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 9 juni 2023 bovendien overwogen dat de functies passen bij de vaardigheden en de werkervaring van eiseres omdat in de functies geen specifieke vaardigheden worden gevraagd. Er zijn dus ook geen specifieke (cognitieve) functie eisen gesteld.
De rechtbank is van oordeel dat het Uwv voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat de geduide functies binnen de belastbaarheid van eiseres passen. De gronden van eiseres slagen niet.
Conclusie en gevolgen
8. Het vorenstaande betekent dat aan eiseres terecht per de datum in geding (23 februari 2023) een WIA-uitkering is geweigerd omdat het verdienverlies van eiseres 4,68% bedraagt, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid minder is dan 35%.
9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Boer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.