Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 11 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30024Zaaknummer C/09/710045 / JE RK 26-1353

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 september 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/710045 / JE RK 26-1353
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 14 september 2027;

6.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 14 september 2027;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Klopper als griffier, en op schrift gesteld op 25 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/710045 / JE RK 26-1353

Datum uitspraak: 11 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de pleegmoeder],

hierna te noemen: de pleegmoeder,

en

[de pleegvader],

hierna te noemen: de pleegvader,

hierna ook gezamenlijk te noemen: de pleegouders,

beide wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de moeder;
  • de pleegouders, bijgestaan door G. Neng (tolk Engels);

- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met toestemming van [minderjarige] samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 14 september 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 augustus 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 14 september 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek als volgt. [minderjarige] woont al geruime tijd in het huidige pleeggezin. Hier voelt hij zich thuis en de pleegouders motiveren hem voor school, waardoor dit positiever verloopt. Desondanks bestaan er aanhoudende zorgen over zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en het opvoedklimaat. In de afgelopen periode is sprake geweest van meerdere escalaties tussen [minderjarige] en de pleegouders, waarbij het zorgelijk is dat de gemaakte veiligheidsafspraken niet altijd na worden gekomen. Volgens [minderjarige] wordt zijn perspectief niet meegenomen door de pleegouders en vanuit de pleegouders bestaat de verwachting dat [minderjarige] de verantwoordelijkheid neemt. De verwachtingen van [minderjarige] en de pleegouders lopen uiteen en de vraag bestaat of de pleegouders voldoende kunnen aansluiten bij zijn behoeften. Zorgelijk is dat de pleegouders weinig openheid geven over de gebeurtenissen in de thuissituatie, waardoor er voor de hulpverlening beperkt zicht is op de dagelijkse opvoedsituatie en de veiligheid van [minderjarige]. Daarnaast verloopt het contact tussen het pleeggezin en de moeder en tussen de moeder en [minderjarige] wisselend. Momenteel geeft [minderjarige] aan geen contact te willen met de moeder. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer is nog nodig, om zo de hulpverlening door te kunnen zetten en [minderjarige], de pleegouders en de moeder te kunnen ondersteunen. In dat kader is een aanmelding gedaan voor een gezinscoach van [zorginstantie]. Op die manier kunnen de pleegouders worden ondersteund bij de opvoeding van [minderjarige] om zo beter bij hem aan te kunnen sluiten en zullen zij -in samenwerking met de coach van [minderjarige]- onderzoeken wat [minderjarige] nodig heeft. Het is positief dat de pleegouders en [minderjarige] achter de inzet van deze hulp staan. Ook is het positief dat [minderjarige] het steeds beter doet op school en dat de pleegouders hem daarvoor motiveren. Hiernaast is het belangrijk dat de plaatsing bij de pleegouders continueert. Een terugplaatsing bij de moeder is momenteel niet mogelijk, en is ook niet de wens van [minderjarige] zelf.

4 De standpunten

4.1.

De moeder stemt in met het verzoek. Zij heeft naar voren gebracht dat zij het paspoort voor [minderjarige] heeft aangevraagd en dat zij doorkreeg dat de pleegouders dit nu verder op moeten pakken.

4.2.

De pleegouders hebben toegelicht dat zij het aanvragen van het paspoort van [minderjarige] verder zullen oppakken.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_b1586b43-5935-40d5-9e9a-761bbc1fa9eb] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[_56aa5235-b388-4c0e-9244-8e978669586d] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

Ondanks dat [minderjarige] positieve stappen zet in het pleeggezin, zijn er nog altijd zorgen over zijn ontwikkeling. Hij heeft in zijn leven veel meegemaakt, de relatie met de moeder is verstoord en binnen het pleeggezin wordt niet altijd voldoende voorzien in zijn opvoedbehoefte. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer is nog altijd nodig. Op die manier kan toezicht worden gehouden op de ontwikkeling van [minderjarige] en kan de regie worden gevoerd over de (nog in te zetten) hulpverlening. Ook is de voortzetting van de plaatsing van [minderjarige] bij de pleegouders van belang. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] is gestagneerd. [minderjarige] heeft nu geen draagkracht om dit contact opnieuw aan te gaan en heeft de wens bij de pleegouders -waar hij al langere tijd verblijft- te blijven. De komende tijd moet de opvoedondersteuning voor de pleegouders worden ingezet. Van de pleegouders wordt -gelet op de zorgen over het opvoedklimaat en het gegeven dat de pleegouders onvoldoende zicht hebben gegeven in de opvoedsituatie- verwacht dat zij de opvoedondersteuning daadwerkelijk aangaan. Op die manier kan gewerkt worden aan een betere aansluiting van de pleegouders bij de opvoedbehoeften van [minderjarige] en wordt onderzocht wat [minderjarige] zelf nodig heeft. Het is positief dat de pleegouders en [minderjarige] hiervoor openstaan en dat een samenwerking wordt aangegaan met de coach van [minderjarige]. Zo kan gewerkt worden aan een duurzame en noodzakelijke verbetering van de opvoedsituatie. Verder is het belangrijk dat ingezet wordt op enig contactherstel met de moeder (in welke vorm van ook), waarbij het tempo en het belang van [minderjarige] altijd leidend zal zijn.

5.3.

Gelet hierop is de ondertoezichtstelling daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar[_30a0b819-13bb-44ad-8207-ee2cb685ceac] en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing ook voor een jaar.

5.4.

De beslissing tot de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_bcb46368-a4d1-4ca8-99bf-2a8b01ad06d0]

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 14 september 2027;

6.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 14 september 2027;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.E. Klopper als griffier, en op schrift gesteld op 25 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.