Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 11 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30021Zaaknummer C/09/698392 / JE RK 26-126

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 september 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/698392 / JE RK 26-126
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 14 maart 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/698392 / JE RK 26-126

Datum uitspraak: 11 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. R. Vermeer uit Utrecht,

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 12 maart 2026;

- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 21 augustus 2026.

1.2.

Op 11 september 2026 heeft de zitting met gesloten deuren plaatsgevonden. De kinderrechter heeft de vader en de advocaat van de moeder op verschillende tijdstippen gehoord. Namens de gecertificeerde instelling was [naam] op beide tijdstippen aanwezig.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

2 De feiten

2.1.

[de minderjarige] is erkend door de vader.

2.2.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.3.

[de minderjarige] woont bij haar vader.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 14 september 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling handhaaft niet langer het aangehouden deel van haar verzoek. Verzocht wordt dan ook de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de resterende duur van zes maanden af te wijzen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft dit, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.

3.2.

Na de vorige zitting heeft de gecertificeerde instelling uitvoerig overleg gevoerd met de moeder over verschillende mogelijkheden binnen het kader van de ondertoezichtstelling om contactherstel tussen haar en [de minderjarige] te kunnen realiseren. De mogelijkheden van zowel een netwerkberaad als hulpverlening zijn besproken, als ook haar wensen met betrekking tot het gezag over [de minderjarige]. De moeder is hierin ambivalent geweest maar heeft uiteindelijk aangegeven niet te willen meewerken aan een netwerkberaad. Daarnaast gaf zij aan geen medewerking te willen verlenen aan hulpverlening vanuit Cardea, gericht op het realiseren van contactherstel tussen haar en [de minderjarige], zolang [de minderjarige] bij haar vader woont. Gelet op het standpunt van de moeder ziet de gecertificeerde instelling op dit moment geen mogelijkheden om, met instemming van moeder, verdere stappen te zetten in het onderzoeken en vormgeven van contactherstel tussen moeder en [de minderjarige]. Sinds januari 2026 woont [de minderjarige] samen met haar vader in een zelfstandige woning. Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 16 april 2026 is vastgesteld dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader is. Het zelfstandig wonen verloopt naar behoren en er zijn geen bijzonderheden bekend. [de minderjarige] groeit op binnen een duidelijke en voorspelbare structuur. Er is sprake van een vaste weekindeling, waarbij zij meerdere dagen per week de kinderopvang bezoekt, wekelijks verblijft bij haar grootmoeder van vaderszijde en in de weekenden tijd doorbrengt met de vader en familie. Ook de dagstructuur is stabiel. Binnenkort start zij op de basisschool en daarnaast zal zij gebruikmaken van de buitenschoolse opvang. De pedagogisch coach geeft aan geen zorgen te hebben over de ontwikkeling van [de minderjarige]. De vader heeft geen psychologische behandeling meer ontvangen, omdat hij zelf heeft aangegeven geen hulpvraag te hebben. De vader is betrokken, heeft oog voor de behoeften van [de minderjarige] en vraagt, indien nodig, advies over opvoedingsvraagstukken. Er zijn geen signalen waargenomen die aanleiding geven tot directe zorgen over de ontwikkeling of het welzijn van [de minderjarige] in de thuissituatie van de vader. De door de moeder naar voren gebrachte zorgen zijn door de gecertificeerde instelling onderzocht, maar worden niet gedeeld. In de komende periode kan, ook zonder voortzetting van de ondertoezichtstelling, aandacht worden besteed aan het presenteren van de Words and Pictures aan [de minderjarige]. Daarnaast kan worden ingezet op een zorgvuldige afronding en borging. Hierbij zal de vader worden geïnformeerd over de mogelijkheden en de toegang tot vrijwillige hulpverlening, zodat, indien nodig, passende ondersteuning kan worden ingezet. Wanneer de moeder in de toekomst toch openstaat voor contact met [de minderjarige], kan dit ook in het vrijwillige kader worden vormgegeven, In de huidige situatie is er geen sprake meer van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] en acht de gecertificeerde instelling een verlenging van de ondertoezichtstelling niet meer noodzakelijk.

4 De standpunten

4.1.

De advocaat van de moeder heeft namens de moeder verzocht de ondertoezichtstelling voor het resterende deel te verlengen. De moeder heeft zeer veel verdriet van de huidige situatie met [de minderjarige], maar ziet door haar verleden van huiselijk geweld met de vader op dit moment geen mogelijkheid tot contactherstel met [de minderjarige], zolang [de minderjarige] nog bij de vader woont. Dit zou te traumatiserend zijn voor de moeder en ook wil zij haar twee andere kinderen hier niet aan blootstellen. De moeder heeft geprobeerd haar netwerk in te zetten, maar ook zij zijn niet bereid contact te hebben met de vader door het geweld dat vanuit de vader heeft plaatsgevonden. Cardea zou verder betrokken worden om de omgang uit te voeren, maar de moeder heeft door hun eerdere mislukte betrokkenheid hier geen vertrouwen meer in. De vader heeft, ondanks dat dit noodzakelijk werd geacht door GGZ Drenthe, geen aanvullende behandeling meer gehad voor zijn psychische problematiek, wat zeer zorgelijk is gezien zijn verleden. Het is onbegrijpelijk dat de vader, gelet op wat hij in het verleden heeft gedaan, hiermee lijkt weg te komen. Hoewel Cardea betrokken is geweest, is dit een veel minder intensief traject, wat maakt dat dit onvoldoende is voor alle conclusies die worden getrokken. De gecertificeerde instelling heeft hierin onvoldoende opgetreden. De vader heeft zich verder meteen na de zitting over de informatieverschaffing zich hier niet meer aan gehouden. De moeder heeft verder zorgen over de veiligheid van [de minderjarige] bij de vader en, wanneer de ondertoezichtstelling wegvalt, zal er onvoldoende zicht zijn om haar veiligheid te kunnen waarborgen. [de minderjarige] gaat bijna naar de basisschool en het zou fijn zijn als zij eventuele zorgelijke signalen nog zouden kunnen terugkoppelen aan de gecertificeerde instelling. Hiernaast moet het Words and Pictures nog plaatsvinden en vindt de moeder het van belang dat dit goed wordt uitgevoerd en dat erop wordt toegezien dat niet van het afgesproken verhaal wordt afgeweken.

4.2.

De vader is het eens met de beëindiging van de ondertoezichtstelling. Het gaat goed met [de minderjarige] bij hem. Ze gaat bijna naar school en heeft daar veel zin in. De vader staat open voor contactherstel tussen [de minderjarige] en de moeder en zal dit in de toekomst niet in de weg staan. Het klopt dat de vader de door GGZ Drenthe noodzakelijk geachte behandeling niet meer heeft gehad. De vader heeft geen hulpvraag en heeft bij GGZ Drenthe zelf al voldoende behandeling gehad om een situatie van huiselijk geweld, zoals deze tussen de moeder en de vader heeft plaatsgevonden, in de toekomst te voorkomen. De vader heeft verder geprobeerd te voldoen aan de informatieverschaffing aan de moeder, maar redde dit niet door de frequentie ervan en de hoeveelheid tijd die hierin moest worden gestoken. De moeder heeft echter nu aangegeven niks meer te willen ontvangen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter stelt allereerst vast dat de gecertificeerde instelling haar initiële verzoek niet handhaaft en de ondertoezichtstelling dus wil beëindigen. Bij het niet handhaven van het verzoek door de gecertificeerde instelling is noodzakelijk dat hetzij een toetsing over het beëindigen van de ondertoezichtstelling van de Raad voor de Kinderbescherming[_2702ce61-5148-4971-8acd-07bc047c9637] wordt bijgevoegd, hetzij deze beslissing van de gecertificeerde instelling door de kinderrechter wordt getoetst. Nu de toetsing van de Raad voor de Kinderbescherming in deze zaak ontbreekt, ziet de kinderrechter aanleiding om de noodzaak van een verlenging van de ondertoezichtstelling te toetsen.

5.2.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_5d797286-3b43-4156-9687-99269be7978b] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

Uit de stukken en wat ter zitting door de vader en de gecertificeerde instelling naar voren is gebracht volgt, kort samengevat, dat [de minderjarige] op dit moment bij de vader woont, dat het hier goed met haar gaat en dat de gecertificeerde instelling geen zorgen heeft over de thuissituatie bij de vader. en ook geen zorgelijke signalen te zien bij [de minderjarige]. De kinderrechter is desalniettemin van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] nog niet geheel is weggenomen. Daartoe is van belang dat [de minderjarige], ondanks haar jonge leeftijd, al veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Zo is zij gedurende een langere periode getuige geweest van huiselijk geweld tussen haar vader en moeder. Daarnaast heeft zij op dit moment al langere tijd geen contact meer met haar moeder en met haar halfbroer- en zus, wat een zeer verdrietige situatie is. Het meemaken van dergelijke situaties kan een grote invloed hebben op de emotionele veiligheid en ontwikkeling van een kind en kan ook in de toekomst nog een grote invloed hebben op haar (identiteits)ontwikkeling. Het is positief dat de gecertificeerde instelling samen met de ouders een Words and Pictures boekje heeft opgesteld om de situatie gedegen aan [de minderjarige] uit te kunnen leggen, maar bij het direct beëindigen van de ondertoezichtstelling zou er vanuit de gecertificeerde instelling geen zicht meer zijn op welk effect dit nieuws op [de minderjarige] zal hebben en of zij nog verdere hulpverlening nodig heeft om dit te verwerken. De kinderrechter overweegt verder dat het positief is dat de vader en de gecertificeerde instelling aangeven dat het goed gaat met [de minderjarige] in de thuissituatie van de vader. Echter blijktuit de stukken en ook uit wat ter zitting naar voren is gebracht, dat de vader, los van zijn gezinsopname bij GGZ Drenthe, geen individuele behandeling heeft ontvangen en dat hij dit ook niet noodzakelijk acht. De kinderrechter vindt dit zorgelijk, gezien het verleden van huiselijk geweld tussen de ouders en het feit dat deze individuele behandeling als voorwaarde was gesteld door GGZ Drenthe om een veilige plaatsing bij de vader mogelijk te maken. De moeder heeft hiernaast zorgen geuit over de veiligheid van [de minderjarige] bij de vader en los van het feit of deze zorgen gegrond zijn of niet, zal er als de ondertoezichtstelling nu wordt beëindigd onvoldoende zicht zijn op [de minderjarige] om haar veiligheid te kunnen monitoren en te waarborgen.

5.3.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de stabilisatie van de opvoedsituatie van [de minderjarige] op dit moment nog onvoldoende duurzaam is bestendigd om de ondertoezichtstelling te kunnen beëindigen en het gezin over te kunnen dragen aan het vrijwillige kader. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft in de komende periode noodzakelijk om de ontwikkeling en veiligheid van [de minderjarige] in de thuissituatie van de vader te monitoren, om het effect van de Words and Pictures op [de minderjarige] te monitoren en hiervoor eventueel nog noodzakelijke hulpverlening in te zetten. Hiernaast gaat [de minderjarige] bijna naar de basisschool en het is wenselijk dat de gecertificeerde instelling nog kan fungeren als aanspreekpunt als er zorgen over [de minderjarige] bij haar school naar voren komen.

5.4.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de resterende duur van zes maanden.[_1657ca76-33f5-43cb-8f93-6caf2a9d298d]

5.5.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_3201bd2d-04df-49f5-91a8-1405e8a9b3d9]

5.6.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 14 maart 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.