Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 10 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29947Zaaknummer C/09/712204 / FA RK 26-9171

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 september 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712204 / FA RK 26-9171
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg - Wvggz

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Afwijzing wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712204 / FA RK 26-9171

Datum beschikking: 10 september 2026

Afwijzing wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie], [plaats],

advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 september 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 23 december 2025 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 3 september 2026;

- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 3 september 2026 door [zorgverantwoordelijke], zorgverantwoordelijke;

- een aanvraag aan de officier van justitie van 7 september 2026 door de geneesheer-directeur;

- een aanvullende medische verklaring van 4 september 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de psychiater, [zorgverantwoordelijke].

Ook waren de moeder van betrokkene en een verpleegkundige van de afdeling aanwezig.

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting verzocht om het wijzigingsverzoek af te wijzen. Sinds maandag verblijft betrokkene weer op de afdeling. De aanleiding tot plaatsing in de EBK op 3 september jl. vond plaats na een heftige escalatie in het toestandsbeeld van betrokkene met fysieke agressie toen iemand op de afdeling volgens betrokkene suggereerde dat zij geen goede moeder zou zijn. Inmiddels gaat het echt beter met betrokkene en is zij goed ingesteld op de medicatie. Aankomend weekend mag zij naar huis om tijd met haar in juni jl. geboren dochtertje door te brengen. Tijdens een vorige opname heeft betrokkene een keer 56 dagen in de separatieruimte moeten verblijven en dat is voor haar traumatiserend geweest.

Door de psychiater is naar voren gebracht dat tijdens een manische episode de spanning bij betrokkene ineens zodanig kan oplopen, dat insluiting in de ICU niet meer afdoende is om ieders veiligheid te waarborgen en insluiting in een EBK noodzakelijk is. Dat betrokkene tijdens een vorige opname 56 dagen ingesloten is geweest en deze lange insluiting haar heeft getraumatiseerd is bekend. Daarmee wordt rekening gehouden en daarom wordt extra terughoudend omgegaan met het inzetten van deze interventie. Op 3 september 2026 was er echter ineens zo’n heftige escalatie dat insluiting van betrokkene in de EBK als noodmaatregel niet te vermijden was. Vanwege het heftige toestandsbeeld van betrokkene werd op dat moment ook ingeschat dat de insluiting langer dan 72 uur zou moeten duren. Om die reden is een wijziging van de zorgmachtiging is aangevraagd. Echter, al in de dagen erna verbeterde het toestandsbeeld van betrokkene geleidelijk aan en lukte het om betrokkene een paar uurtjes, ook een keer met haar dochtertje, uit de EBK te halen en te laten verblijven op de ICU. Op 7 september 2026 was betrokkene zodanig opgeknapt dat kon worden besloten om het insluiten in de EBK zelfs helemaal te beëindigen. Ingeschat werd dat zo nodig volstaan kon worden met plaatsing op de ICU. Op dit moment wordt gesproken van een meer dan verbeterd toestandsbeeld. Betrokkene is goed in de samenwerking, neemt haar medicatie ook goed in en haar vrijheden worden verder opgebouwd. Er is binnenkort een ZAG-gesprek. Betrokkene is temperamentvol en zal daarmee moeten leren omgaan. Het is belangrijk dat zij goed in contact blijft met haar (ambulante) behandelaars over haar behandeling. Het kunnen insluiten in de EBK is nu niet langer nodig en het is ook niet voorzienbaar dat dat binnen nu en een paar dagen zal veranderen.

Beoordeling

Ter zitting heeft de rechtbank begrepen dat er positieve ontwikkelingen zijn. Het toestandsbeeld van betrokkene is heel goed opgeknapt, zij werkt samen met de behandelaren en zij is goed in contact. Betrokkene verblijft op de afdeling en het is niet nodig noch voorzienbaar dat zij de komende tijd in de EBK ingesloten moet worden.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek tot wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.