Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 5 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29709Zaaknummer NL26.31295
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.31295
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen, omdat al op het beroep is beslist.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.I. Legendal-Moesker, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31295
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker,
(gemachtigde: mr. E.A. Welling),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).
Procesverloop
Met het bestreden besluit van 3 juni 2026 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep[_e44755a3-72bf-4942-bc73-e353a84e803a], op 22 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de heer Ido Onwuegbuchu als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.31294, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.I. Legendal-Moesker, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.