Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 7 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29579Zaaknummer C/09/711245 / FA RK 26-8568

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
7 september 2026
Publicatiedatum
13 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/711245 / FA RK 26-8568
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wzd; toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van drie weken

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt],

geboren op [geboortedatum] 1950 te [geboorteplaats],

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 september 2026.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 15 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711245 / FA RK 26-8568

Datum beschikking: 7 september 2026

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt],

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1950 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats],

advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 augustus 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 13 augustus 2026;

- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 11 augustus 2026;

- een op 14 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een zorgplan van 11 augustus 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

- de arts-assistent, [arts-assistent].

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft namens cliënt afwijzing van het verzoek bepleit, omdat cliënt bereid is om vrijwillig mee te werken aan de opname en het verblijf in een verpleeghuis. Er is geen sprake van ambivalentie. Het ernstig nadeel deed zich voor in de thuissituatie en is vanwege de bereidheid om te verhuizen naar een verpleeghuis niet meer aan de orde.

De arts-assistent heeft naar voren gebracht dat cliënt ambivalent is ten aanzien van het beoogde verblijf in het verpleeghuis. Hij vindt dat hij niet thuishoort in een verpleeghuis. Cliënt kan per 15 september 2026 geplaatst worden. Na een eerdere opname is thuiszorg ingezet, maar dit bleek niet voldoende om ernstig nadeel te voorkomen. De neurocognitieve stoornis staat bij cliënt op de voorgrond. Cliënt is stabiel met de medicatie voor de schizofrenie.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening gepaard gaand met psychische stoornissen, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis, schizofrenie en een stoornis in het gebruik van alcohol.

Ook is gebleken dat deze psychogeriatrische aandoening die gepaard gaat met psychische stoornissen leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang.

De thuissituatie van cliënt was onhoudbaar. Er was sprake van een dreigende uithuiszetting, omdat anderen de woning van cliënt gebruikten als ‘drugshol’. Dit geeft overlast voor de buurt, waarvoor meerdere overlastmeldingen zijn gedaan. Familie en hulpverleners durven door de aanwezigheid van daklozen en gebruikers niet meer bij cliënt op bezoek te gaan, waardoor het vangnet van cliënt beperkt is. De maaltijden van cliënt werden opgegeten door anderen. Ook kon de thuiszorg cliënt geen medicatie aanreiken. Cliënt is door zijn psychogeriatrische stoornis niet langer in staat voor zichzelf te zorgen. Er is sprake van inadequate medicatie-inname, inadequate voedselintake en onvoldoende zelfzorg. Ook is cliënt niet in staat huishoudelijke taken uit te voeren.

De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Gebleken is dat cliënt ambivalent is ten aanzien van de opname en het verblijf in een accommodatie. Op de afdeling verzet cliënt zich mondeling tegen een opname in een Wzd-geregistreerde accommodatie. Hij geeft aan daar niet opgesloten te willen worden. Ook is cliënt van mening dat hij niet behoort tot deze patiëntencategorie. In gesprekken met zijn advocaat en ter zitting is het verbale verzet niet als zodanig gebleken. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment niet voldoende op vertrouwd kan worden dat cliënt zijn verzet tegen de overplaatsing naar de Wzd-accommodatie echt heeft gestaakt en opname daar in het vrijwillige kader zal accepteren.

De rechtbank is verder van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging. Omdat het verzet van cliënt tegen de Wzd-opname wel lijkt af te nemen zal de machtiging, in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn, worden verleend voor de duur van drie weken, en geldt aldus tot en met 28 september 2026.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt],

geboren op [geboortedatum] 1950 te [geboorteplaats],

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 september 2026.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 15 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.