Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 4 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29352Zaaknummer C/09/711842 / FA RK 26-8952

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 september 2026
Publicatiedatum
12 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/711842 / FA RK 26-8952
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz - voortzetting van de crisismaatregel. Beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wordt gepasseeerd

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 september 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711842 / FA RK 26-8952

Datum beschikking: 4 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 1 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie]

te [plaats],

advocaat: mr. B.F. van Es te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 31 augustus 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 31 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 04 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de physician assistant, [naam].

De officier van justitie heeft een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig geacht en het is de rechtbank ter zitting gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen. Daarom is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft opgeworpen dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in haar verzoek. Betrokkene zou op zondag 30 augustus 2026 al zijn opgenomen in de kliniek en de crisismaatregel is pas op 31 augustus 2026 afgegeven. Hierdoor verblijft zij zonder geldige titel in de accommodatie. Daarbij is zij niet gehoord door de burgermeester. Betrokkene geeft aan dat zij ten onrechte is opgenomen.

De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene kan zich niet vinden in de gestelde diagnose. Daarbij herkent zij zich niet in de gedragingen zoals omschreven in de medische verklaring. Betrokkene verzet zich tegen de aangeboden medicatie en heeft een eigen netwerk om haar heen gecreëerd die zorg verleent. De crisismaatregel is een disproportioneel zware maatregel.

De physician assistant heeft naar voren gebracht dat het beeld zich sinds de opname iets lijkt te stabiliseren. Niettemin was tot en met hedenochtend verblijf in de separeer wel nodig. De manische decompensatie is nog steeds aanwezig. De hoop en verwachting is dat het beeld nu wel snel opklaart. De inname van medicatie verloopt niet altijd volgens plan, betrokkene wilde de medicatie niet oraal nemen en daarom is er gekozen om de medicatie via een injectie toe te dienen. Dat is conform het ‘slikken of prikken’ beleid. Eerder is er getracht om betrokkene in zorg te krijgen van Rivierduinen in het ambulant kader maar dit is niet mogelijk gebleken. Gelet op de persisterende wens van betrokkene om geen zorg te ontvangen wordt dit niet mogelijk geacht.

Beoordeling

De rechtbank dient allereerst te beoordelen of het verweer van betrokkene, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, doel treft. Daartoe wordt als volgt overwogen.Uit de beschikking van de burgermeester van Leiden en het informatierapport WvGGZ van de politie van 1 september 2026 blijkt dat betrokkene op 31 augustus 2026 in verwarde toestand op straat is aangetroffen. Op diezelfde datum is om 21.53 uur de crisismaatregel afgegeven door de burgermeester. Van een eerdere opname op 30 augustus is in geen van de stukken melding gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene op geldige titel in de accommodatie verblijft. Het verweer wordt gepasseerd, de officier van justitie is ontvankelijk in zijn verzoek.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel.

Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene in verwarde toestand op straat is aangetroffen; zij gooide met spullen naar mensen op straat, had de overtuiging vermoord te worden, viel mensen lastig en heeft met de politie gevochten. Bij opname op de psychiatrische eerste hulp was betrokkene toenemend geladen, zij schreeuwde, bonsde op de deuren bonst en heeft een arts beetgepakt. Bij beoordeling heeft zij (doods)bedreigingen geuit tegen de onafhankelijk psychiater.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten manische decompensatie in het kader van een bipolaire-1-stoornis. Betrokkene kan zich niet verenigen met het vermoeden van deze diagnose, maar heeft ter onderbouwing daarvan geen concrete feiten of omstandigheden aangedragen. De rechtbank stelt vast dat het vermoeden van een psychische stoornis is vastgesteld door een onafhankelijk psychiater en ziet in de enkele betwisting van betrokkene geen aanleiding om het oordeel van die onafhankelijk psychiater in twijfel te trekken.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene kan zich niet vinden in de gestelde diagnose, het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en verzet zich tegen de noodzakelijk geachte medicatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, die een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 september 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.