Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 4 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29343Zaaknummer C/09/690616 / FA RK 25-6430
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 september 2026
- Publicatiedatum
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/690616 / FA RK 25-6430
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet ontvankelijk verzoek kinderalimentatie want verzoek niet nader geconcretiseerd.
De rechtbank:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot kinderalimentatie;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve verdeling van de zorg- en
opvoedingstaken aan tot 1 maart 2027 pro forma.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6430
Zaaknummer: C/09/690616
Datum beschikking: 4 september 2026
Kinderalimentatie
Beschikking op de op 21 augustus 2025 ingekomen verzoeken van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.D. Groenewoud te Nieuw-Vennep.
Procedure
Bij beschikking van 18 juni 2026 van deze rechtbank in zaak – en rekestnummer C/09/69061 6FA RK 25-6430:
- is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- is een voorlopige zorgregeling vastgesteld tussen de man en de minderjarige;
- zijn de ouders doorverwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling;
- is de Raad voor de Kinderbescherming verzocht bij een niet positief verlopen traject te bezien of een raadsonderzoek noodzakelijk is;
- is iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tot 1 maart 2027 aangehouden;
- is de vrouw in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 2 juli 2026 uit te laten over de vraag of zij het alimentatieverzoek handhaaft en het zo nodig te concretiseren;
- zijn partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk op die datum eventuele bezwaren tegen schriftelijke afdoening van de kinderalimentatie kenbaar maken.
- is iedere verdere beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie tot 2 juli 2026 aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het F9 formulier van 24 juni 2026 van de zijde van de vrouw;
- het F9 formulier van 25 juni 2026 van de zijde van de vrouw;
- het F9 formulier van 29 juni 2026 van de zijde van de vrouw;
- het F9 formulier van 30 juni 2026 van de zijde van de man;
- het F9 formulier van 7 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het F9 formulier van 4 augustus 2026 van de zijde van de man;
- de terugmelding van 5 augustus 2026 van Cardea;
- het F9 formulier van 20 augustus 2026 van de zijde van de man.
Beoordeling
Uit het verweerschrift van de vrouw op de zelfstandige verzoeken van de man van 19 december 2026 blijkt dat de vrouw bij wijze van aanvullend verzoek de rechtbank verzoekt “een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en op
voeding vast te stellen met ingang van de geboortedatum van het kind.” Dit verzoek is onvoldoende concreet is. De rechtbank heeft de vrouw daarom bij beschikking van 18 juni 2026 in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 2 juli 2026 uit te laten over de vraag of zij het alimentatieverzoek handhaaft en het zo nodig te concretiseren.
De vrouw heeft de rechtbank vervolgens op 25 juni 2026 uitsluitend bericht dat zij het verzoek om kinderalimentatie handhaaft en heeft nadien nog een tweetal producties overgelegd. De vrouw stelt niet wat de omvang van de kinderalimentatie moet zijn en heeft evenmin stellingen ingenomen ten aanzien van de behoefte van de minderjarige of de draagkracht van partijen. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek daarmee onvoldoende concreet en ontbeert het feitelijke grondslag. De rechtbank verklaart de vrouw daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot kinderalimentatie;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve verdeling van de zorg- en
opvoedingstaken aan tot 1 maart 2027 pro forma.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 september 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.