Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 4 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29339Zaaknummer C/09/704978 / FA RK 26-4708
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 september 2026
- Publicatiedatum
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/704978 / FA RK 26-4708
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Partijen zijn na de zitting zorgregeling overeengekomen. Intrekking verzoek moeder benoeming bijzonder curator.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling –:
*
neemt op in deze beschikking de door partijen getroffen onderlinge regeling zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte brief van 29 juli 2026;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. T.A.L. Ravenhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-4708
Zaaknummer: C/09/704978
Datum beschikking: 4 september 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 8 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader of de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.A.C.M. Ficq te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder of de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.P. Scheer te Utrecht.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het F9-formulier van 5 juni 2026, van de zijde van de moeder;
het F9-formulier van 10 juli 2026, van de zijde van de vader, met bijlage;
het F9-formulier van 15 juli 2026, van de zijde van de vader;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen;
het F9-formulier van 21 juli 2026, van de zijde van de vader, met bijlage.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 22 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- dhr. [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Na de terechtzitting heeft de rechtbank ontvangen:
het F9-formulier van 29 juli 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
het F9-formulier van 29 juli 2026 van de zijde van de moeder.
Feiten
Partijen zijn gehuwd geweest van [datum] 2009 tot [datum] 2022.
Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats].
De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over kinderen uit.
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 augustus 2022 is – voor zover hier aan de orde –:
- de echtscheiding uitgesproken tussen partijen, gehuwd te [plaats 1] op [datum] 2009;
- bepaald dat de man € 148,50 per maand per kind dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de voornoemde minderjarigen, met ingang van de dag van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de door de ouders onderling getroffen regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat de vader verzoekt –voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:
- primair: de bestaande zorgregeling als vermeld in het eerste punt van artikel 3.1 van het ouderschapsplan onder het kopje “weekends” te wijzigen c.q. uit te breiden door te bepalen als volgt:
- vanaf het moment dat de man in [plaats 2] zal wonen zullen de kinderen week-op-week-af bij iedere ouder zullen verblijven, met als wisseldag donderdag om 18.00 uur. Voor het overige blijft de zorgregeling als aangegeven in artikel 3.1 van het ouderschapsplan en de beschikking van de Rechtbank Den Haag van 11 augustus 2022 ongewijzigd;
- subsidiair: een nader door de rechtbank te bepalen uitbreiding van de zorgregeling te bepalen vanaf het moment dat hij in [plaats 2] zal wonen;
- nadrukkelijk beide kinderen in deze procedure te horen.
Bij brief van 9 juli 2026 heeft de vader het verzoek gewijzigd in die zin dat een opbouwregeling en een subsidiair en meer subsidiair verzoek wordt toegevoegd vanaf het moment dat vader in [plaats 2] woont en wel als volgt:
- eerste maand: eenmaal per twee weken van donderdagavond tot maandagochtend;
- tweede maand: eenmaal per twee weken van woensdagavond tot maandagochtend;
- derde maand eenmaal per twee weken van dinsdagavond tot maandagochtend;
Aansluitend aan de opbouwregeling verzoekt de vader wijziging van de zorgregeling als
vermeld in het eerste punt van artikel 3.1. van het Ouderschapsplan onder het kopje
“weekends” als volgt, waarbij voor het overige de zorgregeling als aangegeven in artikel 3.1. van het Ouderschapsplan en de beschikking van de Rechtbank Den Haag van 11 augustus 2022 ongewijzigd blijft:
Primair: week-op-week-af regeling met als wisseldag donderdag om 18.00 uur;
Subsidiair: een 5-2-2-5-regeling: Bij deze regeling verblijven de kinderen bijvoorbeeld iedere maandag en dinsdag bij de ene ouder, iedere woensdag en donderdag bij de andere ouder, en worden de weekenden afgewisseld;
Meer subsidiair: een 3-4-4-3-regeling: Daarbij verblijven de kinderen in een tweewekelijkse cyclus afwisselend drie en vier dagen bij ieder van de ouders;
dan wel een nader door de Rechtbank vast te stellen uitbreiding van de zorgregeling.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:
- – voor het geval de vader naar [plaats 2] verhuist – vanaf de eerste schoolvakantie na de verhuizing van de vader de zorgregeling aan te passen en te bepalen dat de kinderen eens in de veertien dagen van donderdagavond tot zondagavond bij de vader verblijven en dat deze regeling in de zomervakantie van 2027 wordt geëvalueerd en dat als het goed gaat de kinderen eens in de veertien dagen van woensdagavond tot maandagochtend bij de vader verblijven;
- een bijzonder curator te benoemen om de belangen van de kinderen te behartigen.
Beoordeling
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Inhoudelijke beoordeling
Uit de brief van 29 juli 2026 namens de vader en uit het F9-formulier van 29 juli 2026 namens de moeder blijkt dat partijen na de zitting tot overeenstemming zijn gekomen en afspraken met elkaar hebben gemaakt over de wijziging van de zorgregeling. Namens de vader is verzocht om dat wat partijen zijn overeengekomen op te nemen in de beschikking en namens de moeder is daarmee ingestemd.
De rechtbank zal gelet op het vorenstaande bepalen dat de door partijen onderling getroffen regeling, zoals neergelegd in de brief van 29 juli 2026, deel uitmaakt van deze beschikking.
Bijzonder curator
Uit hetgeen is besproken tijdens de zitting bleek dat de moeder haar verzoek tot benoeming van een bijzonder curator heeft ingetrokken. De rechtbank constateert daarom dat zij op dit verzoek geen beslissing meer hoeft te nemen.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling –:
*
neemt op in deze beschikking de door partijen getroffen onderlinge regeling zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte brief van 29 juli 2026;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. T.A.L. Ravenhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 september 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.