Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 4 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29338Zaaknummer C/09/708592 / FA RK 26-6896

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 september 2026
Publicatiedatum
12 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/708592 / FA RK 26-6896
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieningen. Toevertrouwing, zorgregeling, uitsluitend gebruik echtelijke woning, kinderalimentatie. Verzoeken t.a.v. informatieregeling en afgifte goederen afgewezen. aantal verzoeken valt niet onder 822 Rv.

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats];

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat er – tot na te noemen fysieke zorgregeling zal ingaan – voorlopig videobelcontact zal zijn tussen de man en de kinderen op woensdag 18.00 uur en zondag 18.00 uur;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben:

- de eerste maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 12.00 uur;

- de tweede maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 14.00 uur;

- de derde maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur;

- de vierde maand: van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;

- vanaf de vijfde maand: van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur;

- waarbij geldt dat deze zorgregeling doorloopt gedurende de vakanties en feestdagen;

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats 2] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 7 juli 2026, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 1.071,- per maand voor de twee kinderen samen zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-6896

Zaaknummer: C/09/708592

Datum beschikking: 4 september 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 7 juli 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. van den Berg te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.Z.D. Nasrullah te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het F9-formulier van 19 augustus 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen;

- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.

[minderjarige 1] heeft in raadkamer zijn mening kenbaar gemaakt.

Op 21 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

- de man, bijgestaan door zijn advocaat;

- [naam 1], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2018 te [plaats 1].

- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats], hierna: [minderjarige 1];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats], hierna: [minderjarige 2].

- De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.

- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.

Verzoek en verweer

De vrouw heeft verzocht:

- te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet meer mag betreden, behoudens met voorafgaande instemming van de vrouw;

- te bepalen dat de man voor de duur van het geding zonder voorafgaand overleg met en toestemming van de vrouw geen gelden van de gezamenlijke spaarrekening zal opnemen, overboeken of anderszins aan die rekening zal onttrekken;

- subsidiair te bepalen dat de man binnen twee dagen na betekening van de beschikking het door hem na 19 juni 2026 aan de gezamenlijke spaarrekening onttrokken bedrag, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, terugstort op de gezamenlijke spaarrekening, althans op een door de vrouw aan te wijzen rekening ten behoeve van de vrouw en de kinderen;

- primair te bepalen dat de man de door hem aangebrachte wijziging met betrekking tot de storting van zijn salaris ongedaan maakt en zijn salaris opnieuw laat storten op de gezamenlijke betaalrekening van partijen;

- subsidiair te bepalen dat de man alle vaste lasten betreffende de woning en de huishouding, waaronder in ieder geval de huur en de gebruikelijke woonlasten en gezinslasten, tijdig en volledig zal blijven voldoen voor de duur van het geding;

- te bepalen dat de man de door hem doorgegeven adreswijziging en/of doorzendservice voor post geadresseerd aan de vrouw ongedaan maakt, althans zodanige maatregelen treft dat de vrouw al haar post weer rechtstreeks op haar eigen adres ontvangt;

- te bepalen dat de man alle voor de vrouw bestemde post die hij sinds 19 juni 2026 heeft ontvangen of gedurende het geding nog zal ontvangen, ongeopend en onverwijld aan de vrouw doorzendt dan wel afgeeft;

- te bepalen dat de kinderen worden toevertrouwd aan de vrouw, waarbij tevens, indien de kinderen niet reeds in de macht van de vrouw mochten zijn, de man wordt bevolen de kinderen aan de vrouw af te geven;

- een zorgregeling tussen de kinderen en de man vast te stellen, aldus dat:

- primair: contact tussen de man en de kinderen uitsluitend begeleid plaatsvindt via een nader te bepalen instantie of begeleider, op nader af te stemmen momenten;

- subsidiair: voor zover begeleide omgang nog niet feitelijk kan worden opgestart, dagelijks een belmoment dan wel FaceTime-moment tussen de man en de kinderen plaatsvindt rond etenstijd, voor zover dit in het belang van de kinderen is en zolang de hulpverlening hieromtrent nog niet volledig op gang is gekomen;

- te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met € 658,50 per kind per maand, bij vooruitbetaling per maand aan de vrouw te voldoen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift;

- in de overwegingen van de beschikking te verstaan dat de man het aandeel van de vrouw in de huurkosten, alsmede de daarbij behorende vaste lasten betreffende de voormalige echtelijke woning draagt en rechtstreeks aan de betrokken crediteuren voldoet, bij gebreke waarvan te bepalen dat de man aanvullend zal bijdragen in het levensonderhoud van de vrouw met een bedrag van € 3.141,- bruto per maand, bij vooruitbetaling per maand aan haar te voldoen;

- te bepalen dat de kosten van tenuitvoerlegging van de door de rechtbank te geven alimentatiebeslissingen voor rekening van de man komen, voor zover deze kosten door hem worden veroorzaakt;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht:

- primair te bepalen dat de man gerechtigd is tot onbegeleid contact met de kinderen:

- in schoolweken iedere week van vrijdag na school tot maandagochtend;

o waarbij de man de kinderen op vrijdag uit school ophaalt;

o waarbij de man de kinderen maandagochtend naar school brengt;

o waarbij de vrouw de kinderen na school kan ophalen;

- te bepalen dat de kinderen gedurende de zomervakantie 2027, voor zover alsdan nog geen definitieve zorgregeling is vastgelegd, van 1 tot en met 23 augustus 2026 (de rechtbank begrijpt: 2027) bij de man verblijven, waarbij de man met hen binnen Nederland op vakantie kan gaan;

- te bepalen dat de kinderen gedurende de kerstvakantie van 26 december tot en met 1 januari bij de man verblijven en dat de kerst- en nieuwjaarsvakantie daarna jaarlijks tussen partijen worden afgewisseld;

- voor wat betreft de (overige) bijzondere dagen/feestdagen een zorgregeling vast te stellen overeenkomstig randnummer 35 van het processtuk;

- te bepalen dat de man wordt geïnformeerd over en voor zover praktisch mogelijk

wordt betrokken bij belangrijke gelegenheden van de kinderen, waaronder schoolgesprekken, afzwemmen en informatiemomenten van het SKT;

- subsidiair, indien de rechtbank begeleid contact noodzakelijk acht, te bepalen dat dit

uitsluitend voorlopig plaatsvindt, met een evaluatie binnen zes weken en met uitbreiding naar onbegeleide omgang zodra de eerste contacten zonder concrete veiligheidsproblemen zijn verlopen;

- meer subsidiair, zolang fysiek contact nog niet kan plaatsvinden, te bepalen dat de

man dagelijks telefonisch of via FaceTime contact met de kinderen heeft rond etenstijd;

- te bepalen dat de vrouw de Kia Sportage, kenteken [kenteken], met de daarbij

behorende autosleutels en voertuigdocumenten, binnen twee dagen na betekening van de beschikking aan de man ter beschikking stelt en afgeeft, zulks voor de duur van de echtscheidingsprocedure, althans totdat in de echtscheidingsprocedure een definitieve beslissing over de verdeling of toedeling van de auto is gegeven;

- te bepalen dat de vrouw aan de man binnen zeven dagen na de datum van de

beschikking afgeeft, althans ter beschikking stelt, alle nog in de echtelijke woning aanwezige persoonlijke spullen van de man, waaronder in ieder geval:

- de persoonlijke goederen met emotionele waarde, waaronder de foto’s van overleden dierbaren, te weten foto’s van [naam 2], de overleden zus [naam 3] en opa en oma;

- de persoonlijke sieraden van de man;

- het gereedschap van de man;

- de visspullen van de man;

- te bepalen dat de man de hiervoor genoemde goederen op één vooraf tussen de advocaten af te stemmen moment kan ophalen, zonder rechtstreeks contact tussen partijen en, indien nodig, via een door partijen gezamenlijk aan te wijzen neutrale derde;

- subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat de genoemde goederen onvoldoende bepaalbaar zijn, de vrouw te bevelen binnen zeven dagen een overzicht te verstrekken van de persoonlijke goederen van de man die zich nog in de woning bevinden, waarna de man binnen veertien dagen één moment mag aanwijzen waarop hij deze goederen ophaalt althans laat ophalen;

- te bepalen dat de vrouw haar medewerking verleent aan de contractovername van de mobiele aansluiting horende bij telefoonnummer [telefoonnummer], door het mobiele telefooncontract dat thans op haar naam staat op naam van de man te laten zetten;

- te bepalen dat de vrouw daartoe binnen zeven dagen na de beschikking:

- het door KPN voorgeschreven formulier voor contractovername volledig invult en ondertekent;

- de voor de contractovername noodzakelijke gegevens en bescheiden aanlevert;

- haar medewerking verleent aan iedere verdere handeling die redelijkerwijs noodzakelijk is om de contractovername bij KPN te voltooien;

- te bepalen dat de vrouw de man een afschrift verstrekt van het door haar ingediende formulier en van eventuele verdere correspondentie met KPN over de contractovername;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

Voorlopige toevertrouwing en afgifte kinderen

De vrouw heeft verzocht de kinderen voorlopig aan haar toe te vertrouwen. De man heeft zich daar niet tegen verzet. Vast staat dat de kinderen momenteel met de vrouw in de echtelijke woning verblijven. Ook heeft de vrouw onweersproken gesteld dat het zwaartepunt van de zorg voor de kinderen tijdens het huwelijk bij haar lag. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de vrouw in het belang van de kinderen toewijzen. Het verzoek van de vrouw tot afgifte van de kinderen zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen.

Voorlopige zorgregeling

De man heeft de kinderen al enkele weken niet fysiek gezien en mist hen enorm. De man vindt dat onbegeleide omgang kan worden opgestart omdat het Sociaal Kernteam in een emailbericht van 7 augustus 2026 heeft aangegeven geen noodzaak te zien voor professionele begeleiding bij de omgang. De vrouw staat open voor een voorlopige zorgregeling maar vindt dat dit goed moet worden begeleid omdat de kinderen een hoop hebben meegemaakt en [minderjarige 1] bijzondere problematiek heeft.

De rechtbank heeft met partijen gesproken over de mogelijkheden van hervatting van het contact tussen de man en de kinderen. Vaststaat dat er op 19 juni 2026 een geweldsincident tussen de man en de vrouw heeft plaatsgevonden, waar [minderjarige 1] getuige van is geweest en ook [minderjarige 2] hier iets van heeft meegekregen. De man heeft een huisverbod gekregen dat is verlengd en hij wordt ook strafrechtelijk vervolgd. Hoewel de man op de zitting heeft aangegeven dat hij de situatie niet zo heeft ervaren als de vrouw in haar aangifte stelt, moet deze situatie, de betrokkenheid van de politie daarbij, het leed van hun moeder en het plotselinge vertrek van de vader, een zeer heftige ervaring voor hen zijn geweest. In het kindgesprek heeft [minderjarige 1] ook aangegeven over wat er is gebeurd niet te willen praten.

Daarbij komt dat sinds het incident van 19 juni 2026 er geen fysiek contact meer is geweest tussen de man en de kinderen. Wel hebben zij af en toe contact middels (video)bellen. Dit alles maakt dat het contact tussen de man en de kinderen geleidelijk moet worden opgebouwd. Op de zitting hebben partijen afgesproken dat zij middels Words and Pictures en onder begeleiding van het SKT een verhaal over de scheiding van de ouders en het incident van 19 juni 2026 aan de kinderen zullen vertellen. Dit is door het SKT ook geadviseerd. De rechtbank heeft op de zitting met partijen besproken dat daarna een voorlopige onbegeleide zorgregeling tussen de man en de kinderen zal gelden met de volgende opbouw:

- de eerste maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 12.00 uur;

- de tweede maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 14.00 uur;

- de derde maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur; - de vierde maand: van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur.

- vanaf de vijfde maand: om de week van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur.

Hierbij merkt de rechtbank uitdrukkelijk op dat deze voorlopige zorgregeling pas zal ingaan nadat het Words and Pictures-verhaal aan de kinderen is verteld.

Ook zijn partijen op de zitting overeengekomen dat de man op woensdag en zondag om 18.00 uur met de kinderen zal videobellen totdat de fysieke zorgregeling ingaat. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.

Ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen overweegt de rechtbank dat een voorlopige voorziening het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om een afzonderlijke vakantie- en feestdagenregeling voor de kinderen vast te stellen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de reguliere zorgregeling doorloopt gedurende de vakanties en feestdagen.

De rechtbank zal de voorlopige zorgregeling vaststellen als na te melden. Het meer of anders verzochte te dien aanzien zal de rechtbank afwijzen.

Voorlopige informatieregeling

De rechtbank overweegt dat de man mede het gezag heeft over de kinderen. Dat betekent dat de man zelf informatie kan opvragen over de kinderen waar nodig. De rechtbank gaat er verder vanuit dat de ouders elkaar per e-mail informeren over wat van belang is om te weten voor de uitvoering van de voorlopige zorgregeling. De rechtbank zal het verzoek van de man tot het vaststellen van een informatieregeling dan ook bij gebrek aan belang afwijzen.

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

De vrouw heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De man heeft verweer gevoerd. Gebleken is dat de man de woning heeft verlaten en de vrouw momenteel samen met de kinderen in de woning verblijft. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw een daarom groter belang heeft bij het voortgezet gebruik van de woning dan de man. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.

Voorlopige kinderalimentatie

De vrouw heeft verzocht een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. Drie data liggen het meest voor de hand: de datum van het inleidend (zelfstandig) verzoek, de datum waarop de rechter beslist of de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn.

De rechtbank zal de kinderalimentatie in redelijkheid vaststellen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, 7 juli 2026, zoals de vrouw heeft verzocht. Daartoe overweegt de rechtbank dat de man vanaf dit moment rekening heeft kunnen houden met een door hem te betalen voorlopige bijdrage.

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen in 2026 € 1.317,- per maand bedraagt, zodat de rechtbank daarvan zal uitgaan.

Draagkracht man

Partijen zijn het erover eens dat de draagkracht van de man € 1.316,- per maand bedraagt, zodat de rechtbank daarvan zal uitgaan.

Draagkracht vrouw

Partijen zijn het erover eens dat de draagkracht van de vrouw € 50,- per maand bedraagt, zodat de rechtbank daarvan zal uitgaan.

Draagkrachtvergelijking en zorgkorting

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.366,- per maand (€ 1.316,- + € 50,-). Dit is voldoende om in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Het eigen aandeel van de man bedraagt: 1.316 / 1.366 x 1.317 = € 1.269,-

Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 50 / 1.366 x 1.317 = € 48,-

samen € 1.317,-

Van de totale behoefte van de kinderen komt een gedeelte van € 1.269,- per maand voor rekening van de man. Een gedeelte van € 48,- per maand komt voor rekening van de vrouw.

Tussen partijen is het te hanteren zorgkortingspercentage in geschil. De vrouw heeft gesteld dat geen sprake is van een zorgkorting voor de man, omdat zij op dit moment alle zorg voor de kinderen heeft. De man heeft zich op het standpunt gesteld dat wel rekening moet worden gehouden met een zorgkorting, omdat de man ook een deel van de zorg voor de kinderen voor zijn rekening wil nemen. Gelet op de voorlopige zorgregeling zal de rechtbank uitgaan van een zorgkorting van 15%. De zorgkorting bedraagt dan € 198,- per maand (15% van € 1.317,-).

De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel. De door de man te betalen bijdrage bedraagt dan € 1.071,- per maand (€ 1.269,- -/- € 198,-).

Conclusie

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de man, met ingang van 7 juli 2026, een bedrag van € 1.071,- per maand voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] samen aan de vrouw moet voldoen aan kinderalimentatie.

Afgifte goederen

De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft verzocht te bepalen dat de vrouw de Kia en de persoonlijke spullen van de man aan hem dient af te geven. Op de zitting is gebleken dat partijen in het bezit zijn van twee auto’s, te weten een Kia en een Nissan. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat zij de Kia tijdens het huwelijk gebruikte voor het vervoer van de kinderen en dat de man de Nissan gebruikte voor het vervoer van en naar zijn werk. Ook heeft de vrouw aangegeven dat zij de sleutels van de Nissan al aan de man heeft afgegeven. De man heeft dit niet betwist. Verder heeft de vrouw op de zitting toegelicht dat zij de persoonlijke spullen van de man al aan hem heeft afgegeven en de overige spullen tot de inboedel behoren die in de bodemprocedure moet worden verdeeld. Hoewel de man op de zitting heeft gesteld dat hij de foto van zijn beste vriend en enkele sieraden niet van de vrouw heeft gekregen, is niet gebleken dat de man de goederen die hij voor zijn dagelijks gebruik nodig heeft niet al in zijn bezit heeft. Artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) biedt geen grondslag voor de afgifte van inboedelgoederen. De inboedelgoederen zullen in de bodemprocedure moeten worden verdeeld. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken van de man afwijzen.

Overige verzoeken

Beide partijen hebben verzoeken gedaan die niet vallen onder de limitatieve opsomming van artikel 822 Rv. Op de zitting hebben zij de volgende afspraken gemaakt. Zij hebben afgesproken dat de man de helft van het spaargeld dat de man van de gezamenlijke rekening heeft gehaald, te weten een bedrag van € 5.500,-, op de privérekening van de vrouw zal terugstorten. Ook zal de man de helft van de huurlasten van de echtelijke woning van augustus en september 2026 voor zijn rekening nemen. Bovendien hebben partijen afgesproken dat zij de afschrijvingen van de vaste lasten van de woning zullen overzetten naar de privérekening van de vrouw. Daarbij zijn partijen overeengekomen dat de persoonlijke afschrijvingen van de man van de gezamenlijke rekening, waaronder zijn telefoonabonnement, naar de privérekening van de man zullen worden overgezet. Ook zullen partijen ieder de helft van de schuld op de gezamenlijke en/of-rekening op de peildatum van het nog in te dienen echtscheidingsverzoek voor zijn/haar rekening nemen. Gelet op de gemaakte afspraken heeft de vrouw haar verzoeken op de zitting ingetrokken. Voor zover de man zijn verzoeken handhaaft, zal de rechtbank deze afwijzen. De afspraken lenen zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat ervan uit dat partijen deze zullen nakomen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats];

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat er – tot na te noemen fysieke zorgregeling zal ingaan – voorlopig videobelcontact zal zijn tussen de man en de kinderen op woensdag 18.00 uur en zondag 18.00 uur;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben:

- de eerste maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 12.00 uur;

- de tweede maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 14.00 uur;

- de derde maand: op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur;

- de vierde maand: van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;

- vanaf de vijfde maand: van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur;

- waarbij geldt dat deze zorgregeling doorloopt gedurende de vakanties en feestdagen;

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats 2] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 7 juli 2026, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 1.071,- per maand voor de twee kinderen samen zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.