Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:28976Zaaknummer C/09/708425 / FA RK 26-6786

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31 augustus 2026
Publicatiedatum
8 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/708425 / FA RK 26-6786
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gezagsuitoefening

De rechtbank

*

bepaalt – met wijziging in zoverre van de beschikking van 20 mei 2026 van deze rechtbank – dat de minderjarigen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats],

volgens de volgende vaste zorgregeling zullen verblijven:

- iedere maandag, dinsdag en woensdag tot 17.00 uur bij de moeder;

  • iedere woensdag vanaf 17.00 uur tot vrijdag 17.00 uur bij de vader;
  • in de weekenden van de even weken bij de moeder en in de weekenden van de oneven weken bij de vader, zoals nader omschreven in het lichaam van deze beschikking;
  • waarbij de moeder de kinderen iedere woensdagmiddag om 17.00 uur bij de vader brengt en de vader eens in de twee weken de kinderen op vrijdag om 17.00 uur bij de moeder brengt.

*

bepaalt dat de kinderen in de zomervakanties de eerste drie weken bij de vader zullen zijn en de laatste drie weken bij de moeder;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.N. van Megesen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezagsuitoefening
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-6786

Zaaknummer: C/09/708425

Datum beschikking: 31 augustus 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 2 juli 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.A. Spek te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T. Ertekin te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het bericht van 6 augustus 2026, met bijlagen, van de vader.

De minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben op 14 augustus 2026 gesproken met de rechter.

Op 17 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en een tolk (M. Shaker) en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

  • Bij beschikking van deze rechtbank van 20 mei 2026 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats].

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 20 mei 2026 is – voor zover hier van belang – :

- het huwelijk tussen de ouders ontbonden;

- vastgesteld dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben;

- vastgesteld dat [minderjarige 3] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft;

- een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen drieënhalve dag per week bij de vader en drieënhalve dag per week bij de moeder zijn.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) de beschikking van deze rechtbank van 20 mei 2026 te wijzigen in die zin dat:

ten aanzien van de hoofdverblijfplaats

- primair de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij de vader wordt bepaald;

- subsidiair de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader wordt bepaald;

ten aanzien van de zorgregeling

- een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen:

in oneven weken

  • van zondagavond tot en met woensdagochtend bij de moeder zijn;
  • van woensdagavond tot en met vrijdag bij de vader zijn;
  • van vrijdagavond tot zondagavond bij de moeder zijn;

in even weken

  • van zondagavond tot en met woensdagochtend bij de vader zijn;
  • van woensdagmiddag tot en met vrijdagmiddag bij de moeder zijn;
  • van vrijdagavond tot en met zondagavond bij de vader zijn;
  • de kinderen hebben avondeten bij de ouder waar ze het weekend waren;
  • bij het wisselmoment op woensdag naar school worden gebracht door de ouder waar de kinderen hebben geslapen en de andere ouder de kinderen ophaalt uit school;
  • in de zomervakantie ieder jaar de eerste drie weken bij de vader zijn en de laatste drie weken bij de moeder zijn, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op de zondagavond van het eerste en het derde weekend van de maand,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:

  • primair de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken;
  • subsidiair de verzoeken van de vader af te wijzen;
  • te bepalen dat de vader de zorgregeling in de beschikking van deze rechtbank van

20 mei 2026 nakomt op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag bij het niet nakomen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Wijziging van de zorgregeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a vierde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.

Ontvankelijkheid

Op de zitting is de rechtbank gebleken dat de zorgregeling die in de beschikking van 20 mei 2026 is bepaald veel onduidelijkheid opleverde en dat er daardoor voor de kinderen vervelende situaties zijn ontstaan. Zowel de ouders als de kinderen hebben behoefte aan een duidelijkere zorgregeling. De rechtbank is van oordeel dat hierin een relevante wijziging van omstandigheden is gelegen en zal de vader daarom ontvangen in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Op de zitting zijn de ouders in samenspraak met de rechtbank tot de volgende regeling gekomen, waarbij de kinderen verblijven:

- bij de moeder vanaf vrijdag 21 augustus 2026 om 17:00 uur tot woensdag 26 augustus 2026 om 17:00 uur;

- bij de vader vanaf woensdag 26 augustus 2026 om 17:00 uur tot maandag

31 augustus 2026 naar school;

- bij de moeder vanaf maandag 31 augustus 2026 na school tot woensdag 2 september 2026 om 17:00 uur;

bij de vader vanaf woensdag 2 september 2026 om 17:00 uur tot vrijdag 4 september 2026 om 17:00 uur.

Daarna zal deze regeling op dezelfde manier worden voortgezet. De moeder zal de kinderen iedere week op woensdag om 17:00 uur naar de vader brengen en de vader zal de kinderen iedere twee weken op vrijdag om 17:00 uur naar de moeder brengen. De overige wisselmomenten vinden plaats via het brengen naar school en het ophalen van school.

Vanaf vrijdag 4 september geldt de volgende vaste regeling. De kinderen zijn iedere maandag, dinsdag en woensdag tot 17.00 uur bij de moeder en iedere woensdag vanaf 17.00 uur tot vrijdag 17.00 uur bij de vader. In de weekenden van de even weken zijn zij bij de moeder en in de weekenden van de oneven weken bij de vader. Concreet ziet dit er als volgt uit:

  • in het weekend dat begint op vrijdag 4 september 2026 (even week) zijn de kinderen bij de moeder. De vader brengt de kinderen op vrijdag om 17:00 uur naar de moeder en de kinderen blijven tot de daaropvolgende woensdag om 17:00 uur bij de moeder, waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt;
  • in het weekend dat begint op vrijdag 11 september 2026 (oneven week) zijn de kinderen bij de vader, zodat zij niet op vrijdag om 17.00 uur naar de moeder gaan maar bij de vader blijven. De vader brengt dan de kinderen op maandagochtend naar school;
  • en daarna zo verder.

Vanaf 2027 zullen de kinderen in de zomervakanties de eerste drie weken bij de vader, en de laatste drie weken bij de moeder bij de moeder zijn, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op de zondagavond van het eerste weekend van de vakantie (tenzij de kinderen volgens de reguliere regeling in dat weekend al bij de vader zijn) en op de zondagavond van het derde weekend van de vakantie.

Wijziging van de hoofdverblijfplaats

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Dit verzoek van de ouders of één van hen kan onder meer zien op een wijziging van de eerder vastgestelde hoofdverblijfplaats van het kind.

Inhoudelijke beoordeling

Sinds de beschikking van deze rechtbank van 20 mei 2026 zijn volgens de vader de omstandigheden gewijzigd. De vader stelt dat hij het grootste deel van de zorg op zich neemt en dat daarom de hoofdverblijfplaats bij hem moet worden vastgesteld.

De moeder verzoekt de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek, dan wel het verzoek af te wijzen.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit het voorgaande volgt dat – ook in de gewijzigde zorgregeling – de verdeling van de zorg vrijwel gelijk tussen de ouders is verdeeld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen en zal het verzoek van de vader daarom afwijzen.

Kindbrieven

De kinderrechter heeft met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] afgesproken dat zij haar beslissing in een aparte brief aan hen zou uitleggen. Hieronder volgt de tekst van die brieven.

Brief aan [minderjarige 3]:

Beste [minderjarige 3],

We hebben elkaar op 14 augustus 2026 gesproken op de rechtbank. Jij kwam samen met [minderjarige 2].

Je hebt mij toen verteld dat jullie tijdens de zomervakantie een deel van de tijd bij jullie vader, en een deel van de tijd bij jullie moeder geweest zijn. Voor jou is het niet helemaal duidelijk wanneer jullie nou bij je vader en wanneer jullie bij je moeder zouden zijn.

Je hebt ook verteld dat je het allerliefste wat meer bij je vader zou willen zijn, en dat je het ene weekend bij je vader en het andere weekend bij je moeder wil zijn.

Na ons gesprek heb ik op de zitting met jouw moeder, jouw vader en hun advocaten gepraat.

Ik heb toen gezegd dat ik het voor jou, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] belangrijk vind dat er een duidelijke regeling komt. Ook vind ik het belangrijk dat jullie ongeveer even vaak bij jullie vader als bij jullie moeder zijn.

We hebben toen de volgende regeling afgesproken:

- iedere maandag, dinsdag en woensdag tot 17.00 uur zijn jullie bij je moeder

  • iedere woensdag vanaf 17.00 uur tot vrijdag 17.00 uur zijn jullie bij je vader.
  • in het ene weekend zijn jullie bij je moeder en in het andere weekend zijn jullie bij je vader.

Jullie moeder brengt jullie altijd op de woensdagmiddag naar je vader. Eens in de twee weken brengt jullie vader jullie op vrijdagmiddag naar je moeder.

Ik hoop dat deze brief jou duidelijkheid geeft.

Ik wens je verder heel veel succes met school en alle andere dingen!

Met vriendelijke groet,

A.C. Olland, de kinderrechter

Brief aan [minderjarige 2]:

Beste [minderjarige 2],

We hebben elkaar op 14 augustus 2026 gesproken op de rechtbank, samen met [minderjarige 3].

Jij hebt mij toen verteld dat jullie tijdens de zomervakantie een deel van de tijd bij jullie vader, en een deel van de tijd bij jullie moeder geweest zijn. Maar het is voor jou niet helemaal duidelijk wat de afspraken zijn.

Jij wil het allerliefst alleen nog maar bij je vader zijn omdat je moeder niet altijd aardig is. Je hebt ook verteld dat je moeder een keer de deur niet open wilde doen toen jullie naar haar toe kwamen.

Ik weet dus dat jij liever niet meer naar je moeder zou willen gaan. Maar ik vind het niet goed voor jou als je het contact met je moeder zou verliezen. Ik vind het belangrijk dat jij, [minderjarige 3] en [minderjarige 1] met z’n drieën even vaak bij jullie vader als bij jullie moeder zijn.

Na ons gesprek heb ik op de zitting met jouw moeder, jouw vader en hun advocaten gepraat en ik heb verteld over ons gesprek, en wat ik ervan vind. We hebben toen de volgende regeling afgesproken:

- iedere maandag, dinsdag en woensdag tot 17.00 uur zijn jullie bij je moeder.

  • iedere woensdag vanaf 17.00 uur tot vrijdag 17.00 uur zijn jullie bij je vader.
  • in het ene weekend zijn jullie bij je moeder en in het andere weekend zijn jullie bij je vader.

Jullie moeder brengt jullie altijd op de woensdagmiddag naar je vader. Eens in de twee weken brengt jullie vader jullie op vrijdagmiddag naar je moeder.

Ik hoop dat deze brief jullie duidelijkheid geeft.

Ik wens je verder heel veel succes met school en alle andere dingen!

Met vriendelijke groet,

A.C. Olland, de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank

*

bepaalt – met wijziging in zoverre van de beschikking van 20 mei 2026 van deze rechtbank – dat de minderjarigen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats],

volgens de volgende vaste zorgregeling zullen verblijven:

- iedere maandag, dinsdag en woensdag tot 17.00 uur bij de moeder;

  • iedere woensdag vanaf 17.00 uur tot vrijdag 17.00 uur bij de vader;
  • in de weekenden van de even weken bij de moeder en in de weekenden van de oneven weken bij de vader, zoals nader omschreven in het lichaam van deze beschikking;
  • waarbij de moeder de kinderen iedere woensdagmiddag om 17.00 uur bij de vader brengt en de vader eens in de twee weken de kinderen op vrijdag om 17.00 uur bij de moeder brengt.

*

bepaalt dat de kinderen in de zomervakanties de eerste drie weken bij de vader zullen zijn en de laatste drie weken bij de moeder;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.N. van Megesen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 augustus 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.