Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:28686Zaaknummer C/09/710692 / FA RK 26-8226
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 6 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/710692 / FA RK 26-8226
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking zorgmachtiging - Wvggz
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteland],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 februari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 augustus 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak- en rekestnummer: C/09/710692 / FA RK 26-8226
Datum beschikking: 26 augustus 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteland],
wonend in [woonplaats],
verblijvend in de accommodatie [accommodatie], [plaats],
advocaat: mr. J.J. van Kuijk uit Den Haag.
ProcesverloopOp 22 juli 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 12 augustus 2026.
De officier van justitie heeft op 7 augustus 2026 verzocht om een zorgmachtiging. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 1];
- de begeleider, [naam 2].
Beoordeling
Uit de stukken en de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis, nog onduidelijk in welk kader. Differentiaal diagnostisch wordt gedacht aan schizofrenie, een cognitieve stoornis en NAH-problematiek door middelenmisbruik.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
-maatschappelijke teloorgang;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Betrokkene heeft last van psychotische symptomen waarbij zij fors gedesorganiseerd is. Zij werkte tot voor kort in de zorg, maar maakte hierbij fouten en kon zich niet concentreren. De onderliggende reden voor de psychotische symptomen is vooralsnog onbekend en wordt nog nader onderzocht. Belangrijk is dat de zorgverleners de komende tijd een vinger aan de pols kunnen houden. Betrokkene is zwanger waardoor er ook zorgen zijn over haar tweeling. Betrokkene kan moeilijk overzien wat haar te wachten staat en wat hiervoor nodig is. Als betrokkene niet goed behandeld wordt, kan dit nadelig zijn voor zowel betrokkene als voor haar tweeling. Zij is bekend met cannabis- en lachgasgebruik, maar zij geeft aan hier inmiddels mee te zijn gestopt. Betrokkene heeft ook schulden en geen inkomsten en had geen overzicht.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Ter zitting is door de advocaat om afwijzing verzocht, omdat betrokkene op basis van vrijwilligheid verder behandeld wil worden. Anders dan de advocaat, is de rechtbank van oordeel dat nog onvoldoende is gebleken dat een behandeling in een vrijwillig kader voldoende zal lukken. Ondanks dat er afgelopen periode een stijgende lijn zichtbaar is, heeft betrokkene een ander inzicht in wat nodig is, dan de behandelaren. Het ziekte-inzicht ontbreekt waardoor betrokkene anders tegen de noodzaak van medicatie aankijkt. In gesprekken geeft zij soms aan dat medicatie niet nodig is, omdat het beter met haar gaat. Ook geeft zij regelmatig aan dat zij naar huis wil. De rechtbank is daarom van oordeel dat verplichte zorg de komende tijd nog nodig is.
De rechtbank is op grond van het dossier en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de vormen van verplichte zorg zoals hierna in de beslissing zijn opgenomen nodig zijn. Daarbij ziet de rechtbank ook aanleiding om de vormen toe te wijzen die zien op het onderzoek van kleding of lichaam en de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen. Weliswaar heeft betrokkene aangegeven dat zij is gestopt met het middelengebruik, maar zij gebruikte die tot voor kort nog wel. Het is dus voorzienbaar dat betrokkene de komende tijd nog gecontroleerd moet worden om te kunnen waarborgen dat zij geen middelen gebruikt. Dit is des te belangrijker omdat betrokkene op dit moment zwanger is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.
De rechtbank zal de machtiging toewijzen voor de gevraagde duur van zes maanden zodat betrokkene gedurende de volledige zwangerschap zorg krijgt en er tijdig ingegrepen kan worden als betrokkene decompenseert.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteland],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 februari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 augustus 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.