Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 21 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:27475Zaaknummer C/09/710587 / FA RK 26-8154
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 28 september 2026
- Zaaknummer
- C/09/710587 / FA RK 26-8154
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wvggz; toewijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 februari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 augustus 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/710587 / FA RK 26-8154
Datum beschikking: 21 augustus 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. R.N. Baldew te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 5 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 27 juli 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 5 augustus 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 15 juli 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts-assistent, [naam 2].
De officier van justitie heeft een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet
nodig geacht en het is de rechtbank ter zitting gebleken dat diens aanwezigheid ook niet
noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen. Daarom is de officier
van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft naar voren gebracht dat hij achter het verzoek staat.
De advocaat heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene neemt zijn medicatie en de decompensatie komt voort uit stressoren, niet medicatieontrouw. Betrokkene wil terug naar een beschermde woonplek. In de medische verklaring wordt de wilsonbekwaamheid niet toegelicht, dat aspect is onvoldoende onderbouwd door het Openbaar Ministerie.
De arts-assistent heeft naar voren gebracht dat er verbetering wordt waargenomen door de medicatie maar dat er nog sprake is van psychotische symptomen. De behandeling is nog in gang en er is sprake van een betere samenwerking dan eerst. Betrokkene had een kamerprogramma, maar dat is er sinds twee weken af. Het is de verwachting dat de komende zes maanden verplichte zorg moet worden aangewend. Betrokkene is aangemeld voor de afdeling klinisch intensieve zorg.
Beoordeling
Op 20 juli 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 10 augustus 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten manisch-psychotische decompensatie in het kader van een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
In de dagen voorafgaand aan de opname, tijdens de crisisdienstbeoordeling en tijdens de opname hebben zich meerdere geweldsincidenten voorgedaan, waaronder een gevecht met uitsmijters in een kroeg. Betrokkene heeft ook een persoon in de supermarkt geslagen. Betrokkene heeft soms een dreigende houding naar verpleging. Betrokkene is bekend met medicatieontrouw, wat meerdere keren heeft geleid tot een manisch-psychotische decompensatie. Betrokkene toont geen inzicht in de risico's van zijn gedrag, zowel voor hemzelf als voor anderen en toont geen inzicht in de mogelijke emotionele gevolgen van zijn agressieve gedrag richting anderen. Hij is ervan overtuigd dat hij anderen juist helpt door zich te keren tegen personen met een verkeerde energie.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft ter zitting laten weten dat hij achter het verzoek staat en dat de zorgmachtiging voor zes maanden kan worden afgegeven. De advocaat heeft bij haar betoog wel betrokken dat het standpunt van betrokkene daags voor de zitting anders was. Los daarvan maakt de rechtbank uit de stukken op dat betrokkene zich tot zeer recent wel verzette tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Hij gaf aan dat hij de medicatie niet wil gebruiken en heeft zich verbaal tegen de opname verzet. Betrokkene heeft een kamerprogramma gevolgd en uit de toelichting van de arts-assistent volgt dat het verzet nog tot zeer recent werd geuit en dat ook wordt gevreesd dat een kentering kan plaatsvinden als betrokkene meer vrijheden krijgt en mogelijk ook beter toegang tot middelen. Het ziektebesef en -inzicht ontbreken, waardoor het risico dat betrokkene zich zal onttrekken aan een behandeling in een vrijwillig kader, aanzienlijk is. Medicamenteuze behandeling is van groot belang voor een betere prognose. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De onafhankelijk psychiater heeft verklaard dat betrokkene niet wilsbekwaam is. Hoewel een concrete motivering ontbreekt, heeft de onafhankelijk psychiater ook vastgesteld dat ziektebesef en ziekte-inzicht volledig ontbreken. Los daarvan geldt dat als ernstig nadeel wordt gesignaleerd dat de veiligheid van personen in gevaar is. Voor zover de advocaat heeft bedoeld een beroep te doen op wilsbekwaamheid bij betrokkene stuit dit op voormelde omstandigheden af.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 februari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 augustus 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.