Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 21 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:27437Zaaknummer C/09/703870 / FA RK 26-4061

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 augustus 2026
Publicatiedatum
28 september 2026
Zaaknummer
C/09/703870 / FA RK 26-4061
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenstemming zorgregeling en kinderalimentatie. Afwijzing vaststellen vakantie- en feestdagenregeling gelet op de leeftijd van de minderjarige.

De rechtbank:

*

bepaalt dat met ingang van 21 augustus 2026 Hayley om de week (in de even weken) van vrijdag tot en met zondag 17.00 uur bij de vader verblijft, waarbij het tijdstip waarop [de minderjarige] op vrijdag naar haar vader gaat, telkens in onderling overleg wordt afgestemd;

*

bepaalt de door de vader met ingang van 1 juni 2026 te betalen alimentatie voor [de minderjarige] op € 200,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-4061

Zaaknummer: C/09/703870

Datum beschikking: 21 augustus 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

Beschikking op het op 22 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.J.M. van Dorst in Nijmegen.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans in Delft.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift namens de vader;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, namens de moeder;
  • het verweer tegen het zelfstandig verzoek, met bijlagen, namens de vader;
  • het bericht van 8 juli 2026, met bijlagen, namens de moeder;
  • het bericht van 8 juli 2026, met bijlage, namens de moeder.

Op 9 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met mr. L. van Sommeren als vervanger van zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats].

  • De vader heeft [de minderjarige] erkend.
  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige].
  • [de minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de rechtbank – na wijziging –:

Primair:

- een zorgregeling vast te stellen waarbij:

- [de minderjarige] wekelijks op zaterdag van 10:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de vader verblijft, waarbij de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt en de vader [de minderjarige] terugbrengt naar de moeder;

- [de minderjarige] de helft van de schoolvakanties bij de vader verblijft;

Subsidiair:

- een zorgregeling vast te stellen waarbij:

- [de minderjarige] één weekend per twee weken van vrijdag 18:30 tot zondag 17:00 uur bij de vader verblijft, waarbij de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt en de vader [de minderjarige] terugbrengt naar de moeder;

- [de minderjarige] de helft van de schoolvakanties bij de vader verblijft;

- de bijdrage van de vader vast te stellen op een bedrag van € 135,- per maand met ingang van datum van de te wijzen beschikking, althans op een bedrag door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens heeft de moeder zelfstandig de rechtbank verzocht:

  • een regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen inhoudende dat [de minderjarige] van zaterdag 10.00 uur tot zaterdag 18.00 bij de vader verblijft, waarbij de moeder haar naar de vader brengt en de vader haar weer thuisbrengt, dan wel een zodanige regeling vast te stellen als u in goede justitie zal vermenen te behoren;
  • te bepalen dat de vader aan de moeder als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal dienen te betalen € 444,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, zulks met ingang van de indiening van dit zelfstandig verzoek, dan wel vanaf een zodanige datum als u in goede justitie zal vermenen te behoren;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Zorgregeling

Wettelijk kader

Artikel 1:253a, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Ingevolge sub a van het tweede lid van voornoemd artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of op verzoek van één van hen een regeling vast inzake een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken.

Inhoudelijke beoordeling

Tijdens de zitting zijn de verzoeken van de ouders besproken en hebben de ouders overeenstemming bereikt over de zorgregeling. [de minderjarige] zal, vanaf het weekend startende op vrijdag 21 augustus, eens in de twee weken van vrijdag tot en met zondag 17.00 uur bij de vader verblijven. Het tijdstip waarop [de minderjarige] op vrijdag bij de vader zal zijn, zal door de ouders in onderling overleg worden afgesproken. Gelet op deze overeenstemming en omdat de rechtbank deze zorgregeling in het belang van [de minderjarige] acht, zal de rechtbank overeenkomstig beslissen.

Vakantieregeling

De rechtbank acht het op dit moment te vroeg om een vakantie- en feestdagenregeling vast te leggen, gelet op de leeftijd van [de minderjarige]. De ouders hebben op de zitting aangegeven zich, met behulp van hun advocaten, in te zullen spannen om gezamenlijk tot afspraken te komen over de vakanties en feestdagen en te pogen dit vast te leggen in een ouderschapsplan. De rechtbank geeft de ouders mee dat zij het in het belang van [de minderjarige] acht dat zij, vanaf het moment dat zij naar school gaat, ongeveer de helft van de vakanties en feestdagen met haar vader kan doorbrengen.

Kinderalimentatie

Op de zitting is gebleken dat de ouders overeenstemming over het bedrag aan kinderalimentatie hebben bereikt. De ouders hebben afgesproken dat de vader met ingang van 1 juni 2026 een maandelijkse bijdrage van € 200,- aan de moeder zal betalen als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. De rechtbank zal deze afspraak opnemen in de beslissing.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat met ingang van 21 augustus 2026 Hayley om de week (in de even weken) van vrijdag tot en met zondag 17.00 uur bij de vader verblijft, waarbij het tijdstip waarop [de minderjarige] op vrijdag naar haar vader gaat, telkens in onderling overleg wordt afgestemd;

*

bepaalt de door de vader met ingang van 1 juni 2026 te betalen alimentatie voor [de minderjarige] op € 200,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 augustus 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.