Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:27339Zaaknummer C/09/707381 / FA RK 26-6134

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Publicatiedatum
28 september 2026
Zaaknummer
C/09/707381 / FA RK 26-6134
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorzieningen - afspraken omtrent zorgregeling, alimentatie minimale draagkracht

De rechtbank:

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] en
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats];

bij zich te hebben elke dinsdag van 17.00 uur tot 19.00 uur, elke vrijdag uit school/van 14.30 uur tot zaterdag 9.15 uur, waarbij de man hen ophaalt en hen zaterdagochtend naar de Schilp in Rijkswijk brengt en elke zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van vandaag voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 25,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Verzoek en verweer
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-6134

Zaaknummer: C/09/707381

Datum beschikking: 19 augustus 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 17 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.N. Baldew te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G.V. van der Bom te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift.

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich op 3 augustus 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 5 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man, beiden bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is verschenen [naam].

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, inhoudende dat:

- de man gerechtigd is tot omgang met de kinderen in schoolweken op dinsdag van 17.00 uur tot 19.00 uur, vrijdag van 17.00 uur tot 19.00 uur en zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur;

- de man gerechtigd is tot omgang met de kinderen in de vakanties langer dan twee weken op dinsdag van 9.00 uur tot 19.00 uur en vrijdag van 9.00 uur tot 19.00 uur, zonder overnachting;

- de kinderen de overige tijd bij de vrouw verblijven;

- de man de kinderen bij aanvang van de omgang ophaalt en na afloop van de omgang terugbrengt bij de vrouw, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 265,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van een door de rechtbank te bepalen datum, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

- althans zodanige voorlopige voorzieningen te treffen als de rechtbank in goede justitie juist acht;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens verzoekt de man zelfstandig:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, in die zin dat de kinderen bij de man zullen zijn in ieder geval elke dinsdag van 17.00 uur tot 19.00 uur, elke vrijdag van 17.00 uur tot 19.00 uur en elke zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur, en waarbij de mogelijkheid open blijft dat de kinderen ook bij de man overnachten op door partijen in onderling overleg overeen te komen dagen;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Voorlopige zorgregeling

Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt ten aanzien van de voorlopige zorgregeling. Partijen zijn overeengekomen dat de kinderen op dinsdag, vrijdag met een overnachting en zondag bij de man zijn. Op dinsdag gelden de eerder afgesproken tijden waarbij de kinderen van 17.00 uur tot 19.00 uur bij de man zijn, op vrijdagmiddag haalt de man de kinderen uit school, of om 14.30 uur als er geen school is, en brengt hij hen zaterdagochtend om 9.15 uur weer naar de Schilp in Rijswijk, en op zondag zijn de kinderen conform de eerdere afspraken van 15.00 uur tot 19.00 uur bij de man.

Voorlopige kinderalimentatie

Uit de stukken en dat wat er tijdens de zitting met partijen is besproken, is de rechtbank duidelijk geworden dat de draagkracht van de man de beperkende factor is bij de beoordeling van het verzoek tot een voorlopige kinderalimentatie. Om proceseconomische redenen zal de rechtbank daarom niet de behoefte van de kinderen vaststellen, maar meteen de draagkracht van de man beoordelen.

De man heeft in het verleden als zzp’er gewerkt maar is inmiddels zijn werkzaamheden gestaakt en zijn onderneming is ook uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hij wordt ondersteund door KesslerPerspektief, waarbij op dit moment zijn schulden in kaart worden gebracht en onlangs een uitkering uit hoofde van de participatiewet voor hem is aangevraagd. Op dit moment is nog onduidelijk of de man deze uitkering zal ontvangen, hoe hoog zijn schulden zijn en welke vorm van schuldhulpverlening ingezet zal worden. Wel staat vast dat de man nu geen inkomsten heeft. De rechtbank ziet daarom aanleiding om in het kader van deze procedure aan te sluiten bij de minimale draagkracht van € 25,- per kind per maand. De rechtbank gaat ervan uit dat de man ook in staat is om deze bijdrage te betalen en zal aldus beslissen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] en
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats];

bij zich te hebben elke dinsdag van 17.00 uur tot 19.00 uur, elke vrijdag uit school/van 14.30 uur tot zaterdag 9.15 uur, waarbij de man hen ophaalt en hen zaterdagochtend naar de Schilp in Rijkswijk brengt en elke zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van vandaag voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 25,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.