Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:27117Zaaknummer K/4503/12148618

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Publicatiedatum
25 september 2026
Zaaknummer
K/4503/12148618
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Leiden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vanwege vernietiging van het prijswijzigingsbeding in de overeenkomst tussen het kinderdagverblijf en de afnemer dient er een uurtarief te worden gehanteerd zoals opgenomen in de overeenkomst en niet de geindexeerde hogere uurtarieven zoals wel is gedaan.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Smallsteps te betalen een bedrag van € 1.210,92, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.024,90, met ingang van 13 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Smallsteps in de proceskosten van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Smallsteps niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

veroordeelt Smallsteps tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6.

veroordeelt Smallsteps om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 588,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 20 mei 2026, tot de dag van volledige betaling,

5.7.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.8.

verklaart de veroordeling onder 5.6 uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Nomen en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Leiden

MvD (C)

Zaaknummer: 12148618 \ CV EXPL 26-883

Vonnis van 19 augustus 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SMALLSTEPS B.V.,

gevestigd te Vianen,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Smallsteps,

gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. J.H.M. Spanjaard.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 25 februari 2026, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties,

- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties,

- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de brief van 22 juni 2026 zijdens Smallsteps, zijnde spreekaantekeningen,

- de mondelinge behandeling van 2 juli 2026. [gedaagde] heeft ter zitting spreekaantekeningen overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen heeft een overeenkomst tot dienstverlening, namelijk voor kinderopvang, bestaan.

2.2.

De overeenkomst zag in 2023 en 2024 op twee dagen opvang. Met ingang van 1 april 2024 is de opvang op verzoek van [gedaagde] uitgebreid naar drie dagen per week.

2.3.

[gedaagde] heeft zich ingeschreven via het digitale inschrijfformulier, waarna Smallsteps met haar contact heeft opgenomen. [gedaagde] heeft het aan haar toegezonden contract uiteindelijk per 3 september 2023, digitaal en dus op afstand, gesloten.

2.4.

In 2023 werd het in de overeenkomst opgenomen tarief van € 9,93 per uur gehanteerd. In het jaar 2024 werd een uurtarief gehanteerd van € 10,75 en in 2025 een tarief van € 11,44 per uur.

2.5.

De overeenkomst is per 10 februari 2025 geëindigd.

2.6.

Smallsteps heeft [gedaagde] bij brief van 3 februari 2025 verzocht de openstaande factuur voor de maand februari 2025 van € 1.090,64 te voldoen.

2.7.

[gedaagde] heeft Smallsteps bij brief van 7 februari 2025 bericht dat zij gedurende de overeenkomst een bedrag van € 1.354,78 teveel heeft voldaan en heeft aanspraak gemaakt op het door haar teveel betaalde bedrag van € 264,14.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Smallsteps vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.353,92 aan onbetaalde facturen, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] heeft Smallsteps de waarheidsplicht geschonden en moet de vordering om die reden worden afgewezen. Daarnaast is er bij de online inschrijving nergens opgemerkt dat er sprake zou zijn van een betalingsverplichting. Ook is er volgens [gedaagde] geen sprake geweest van een juiste bestelknop. Op grond van het voorgaande doet [gedaagde] een beroep op vernietiging van de overeenkomst. De vernietiging heeft volgens [gedaagde] als gevolg ongedaanmaking van alle verplichtingen, met inachtneming van de sanctie volgens het Richtlijn sanctiemodel informatieplichten, van in ieder geval 33,33%. Verder is er volgens [gedaagde] sprake van oneerlijke handelspraktijken. Dit staat aan toewijzing van rente en incassokosten in de weg. Daarnaast stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat Smallsteps het uurtarief heeft verhoogd op grond van een onredelijk bezwarend prijswijzigingsbeding, omdat er in de overeenkomst of de algemene voorwaarden geen reden voor een eventuele prijswijziging is gegeven en hierin de wijzigingsmethodiek ontbreekt. [gedaagde] beroept zich op vernietiging van het prijswijzigingsbeding, zodat ze gedurende de gehele overeenkomst het bij aanvang overeengekomen uurtarief van € 9,93 verschuldigd is.

3.3.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert - samengevat - veroordeling van Smallsteps tot betaling van € 3.073,90, vermeerderd met rente en kosten.

3.5.

[gedaagde] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft herberekend hoeveel uren er zijn afgenomen en welke kosten dit met zich mee heeft gebracht, tegen het volgens haar geldende uurtarief van € 9,93. Uitgaande van haar berekening heeft zij over de gehele periode een bedrag van € 3.073,90 teveel betaald. Bij een eventuele veroordeling in conventie wenst [gedaagde] met dit bedrag te verrekenen.

3.6.

Smallsteps voert verweer. De overeenkomst is gewijzigd per 1 april 2024. Er is een dag aan de overeenkomst toegevoegd. Tegen deze gewijzigde overeenkomsten, met daarin het gewijzigde uurtarief, is niet geageerd. Verder vindt Smallsteps de berekeningen van [gedaagde] onduidelijk. Dat er sprake zou zijn van een onredelijk bezwarend prijswijzigingsbeding is niet eerder door [gedaagde] aan Smallsteps kenbaar gemaakt. Smallsteps conformeert zich evenwel aan het oordeel van de kantonrechter in dit kader.

3.7.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Schending artikel 21 Rv

4.1.

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de gehele vordering van Smallsteps dient te worden afgewezen wegens het schenden van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).

4.2.

Smallsteps erkent artikel 21 Rv per abuis te hebben geschonden, maar voert aan dat afwijzing van de gehele vordering geen passende sanctie is. Aangezien [gedaagde] niet onnodig op kosten is gejaagd, is een volledige proceskostenvergoeding volgens Smallsteps ook niet op zijn plaatst.

4.3.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat Smallsteps artikel 21 Rv heeft geschonden. Aan het niet naleven van artikel 111 lid 3 juncto artikel 21 Rv, zijnde het niet vermelden van de door [gedaagde] gevoerde verweren, kan de kantonrechter de gevolgen verbinden die hij passend acht. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] door de schending niet dusdanig in haar belangen is geschaad dat dit moet leiden tot afwijzing van de gehele vordering. Wel ziet de kantonrechter in de schending aanleiding om Smallsteps bij wege van sanctie in de proceskosten te veroordelen, ook in het geval zij in conventie in het gelijk wordt gesteld.

in conventie

Betalingsverplichting

4.4.

[gedaagde] betwist niet dat er voor de geleverde diensten moet worden betaald, maar trekt de hoogte van het te betalen bedrag in twijfel. [gedaagde] brengt meerdere verweren naar voren waaruit volgt dat de betalingsverplichting als gesteld door Smallsteps te hoog is. De kantonrechter zal de verweren hierna per onderwerp behandelen.

Betalingsverplichting en de bestelknop

4.5.

Bij het proces van de inschrijving, is volgens [gedaagde] niet vermeld dat het ging om een overeenkomst met betalingsverplichting. Bovendien mist volgens [gedaagde] een juiste “bestelknop”, wat maakt dat de overeenkomst vernietigbaar is, met als gevolg dat er een sanctie dient te worden toegepast van in ieder geval 33,33%. De kantonrechter volgt [gedaagde] hier niet in en licht dit oordeel als volgt toe.

4.6.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan.

4.7.

[gedaagde] heeft zich eerst ingeschreven via de website van Smallsteps. Het inschrijfformulier behelst een vrijblijvende inschrijving om op de wachtlijst te komen en er staan geen kosten of verplichtingen tegenover de inschrijving. De enkele inschrijving is dan ook niet de overeenkomst waar Smallsteps haar facturen op baseert. De overeenkomst tot dienstverlening die tussen partijen tot stand is gekomen, is de overeenkomst waarin de wezenlijke kenmerken van de overeenkomst zijn opgenomen, zoals de af te nemen dagen, het uurtarief, etc. Deze overeenkomst is tot stand gekomen door het toezenden van de overeenkomst door Smallsteps, welk vervolgens door [gedaagde] (digitaal) is ondertekend. Dit is het moment van totstandkoming van de overeenkomst, en dus niet de vrijblijvende inschrijving. In deze overeenkomst is aan alle informatieverlichtingen voldaan. Ook volgt uit deze overeenkomst dat er een betalingsverplichting wordt aangegaan. Er is op deze grond dan ook geen sprake van een vernietigbare overeenkomst.

Opzegging

4.8.

Volgens [gedaagde] is artikel 10.4 van de algemene voorwaarden niet in overeenstemming met het consumentenrecht. [gedaagde] doet een beroep op vernietiging van het beding. De kantonrechter is van oordeel dat in deze procedure in het midden kan blijven of artikel 10.4 een oneerlijk beding behelst, aangezien het beding of de eventuele vernietiging van het beding geen gevolgen heeft voor [gedaagde]. De overeenkomst is namelijk aangegaan voor een bepaalde tijd, namelijk tot de kinderen naar de basisschool gaan. De overeenkomst is vervolgens geëindigd doordat de kinderen naar de basisschool gingen en niet door opzegging. [gedaagde] heeft dan ook geen belang bij dit deel van het door haar gevoerde verweer.

Ruil- en inhaaluren

4.9.

Ten aanzien van de ruil- en inhaaluren geldt hetzelfde als ten aanzien van de opzegging. [gedaagde] heeft niet duidelijk gemaakt wat het gevolg is van de vernietiging. Aangezien het verweer niet tot een andere uitkomst kan leiden, zal de kantonrechter het niet inhoudelijk behandelen.

Informatieverplichtingen

4.10.

De kantonrechter dient ambtshalve te controleren of Smallsteps ook aan de overige precontractuele en contractuele informatieplichten heeft voldaan en zich niet heeft schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. Aan de hand van het gestelde in de dagvaarding, de overige processtukken en de producties is de vordering getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Deze toets leidt niet tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

Uurtarief en prijswijzigingsbeding

4.11.

[gedaagde] voert aan dat er sprake is van een prijswijzigingsbeding dat niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Volgens [gedaagde] is er hierdoor maandenlang een verkeerd uurtarief in rekening gebracht. De in conventie gevorderde factuur ziet echter enkel op de periode februari 2025. Er dient in conventie dan ook te worden beoordeeld of de factuur van februari juist is of dat er voor die periode met een te hoog uurtarief is gerekend. De kantonrechter oordeelt in dit kader als volgt.

4.12.

Artikel 16 lid 2 van de Algemene Voorwaarden behorende bij de overeenkomst bevat een prijswijzigingsbeding. Dit luidt als volgt: “De Ondernemer is bevoegd om de overeengekomen prijs na drie maanden na de Ingangsdatum aan te passen, waaronder te verhogen. De Ondernemer kondigt een dergelijke prijswijzigingen van te voren aan. De prijswijziging gaat niet eerder in dan één kalendermaand, vermeerderd met één week na de aankondiging.” De kantonrechter is met [gedaagde] van oordeel dat het prijswijzigingsbeding niet voldoet aan de vereisten van artikel 3 lid 3 sub 1 onder 1 van de blauwe lijst behorende bij Richtlijn 93/13/EEG, in samenhang met de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het prijswijzigingsbeding zelf noch de overeenkomst of de rest van de Algemene Voorwaarden bevat immers gronden voor de prijswijziging. Daarnaast is niet (voldoende) komen vast te staan dat de consument een reële mogelijkheid heeft om de overeenkomst tijdig op te zeggen vanwege een prijswijziging. De conclusie is daarom dat het beroep van [gedaagde] op vernietiging van het beding slaagt.

4.13.

De vernietiging van het beding brengt met zich dat het in de oorspronkelijke overeenkomst genoemde tarief van € 9,93 per uur niet op grond van het prijswijzigingsbeding kon worden verhoogd. Na de oorspronkelijke overeenkomst heeft [gedaagde] echter een aanvraag voor een extra dag opvang ingediend. Smallsteps heeft naar aanleiding daarvan een aanbod gedaan van drie dagen opvang, tegen een uurtarief van € 10,75, welke dienst vanaf 1 april 2024 ook daadwerkelijk is afgenomen door [gedaagde] en aldus is aanvaard. Dit volgt uit de door Smallsteps als productie 12a overgelegde wijziging van de overeenkomst. Dit betekent dat [gedaagde] vanaf deze datum een tarief van € 10,75 is verschuldigd.

4.14.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de over de maand februari 2025 in rekening gebrachte uren van totaal 95,34, tegen het in 2024 overeengekomen uurtarief van € 10,75 in rekening mochten worden gebracht. Dit betekent dat er in conventie een bedrag van € 1.024,90 voor toewijzing gereedligt. Dit bedrag kan worden verhoogd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2025, aangezien [gedaagde] vanaf die dag in verzuim is na de aanmaning van 3 februari 2025.

Buitengerechtelijke kosten

4.15.

Smallsteps vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Volgens [gedaagde] voldoet artikel 17 lid 6 van de algemene voorwaarden niet aan artikel 6:96 BW, aangezien uit het artikel zou kunnen worden opgemaakt dat de incassokosten direct verschuldigd zijn en niet pas na ontvangst van de viertiendagenbrief. [gedaagde] doet een beroep op vernietiging van het beding.

4.16.

De kantonrechter is van oordeel dat in artikel 17 lid 6 niet staat dat de incassokosten direct verschuldigd zijn. Een dergelijke uitleg volgt naar het oordeel van de kantonrechter ook niet uit de tekst van het artikel, zeker niet in samenhang met de voorafgaande leden van het artikel. De kantonrechter acht het artikel niet onredelijk bezwarend of oneerlijk en zal de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten daarom verder inhoudelijk beoordelen.

4.17.

De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Smallsteps heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief dat volgens het Besluit past bij het toe te wijzen deel van de hoofdsom. Dat is het gevolg van een omstandigheid die zich na het versturen van de aanmaning heeft voorgedaan. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij het toe te wijzen deel van de hoofdsom. Smallsteps heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Smallsteps een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 186,02 worden toegewezen.

Proceskosten in conventie

4.18.

Hoewel een deel van de vordering zal worden toegewezen, wordt Smallsteps in de kosten van het geding veroordeeld, dit op grond van schending van artikel 111 lid 3 juncto 21 Rv, zoals overwogen onder 4.3. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde€434,00(2 punt × € 217,00)
- nakosten€108,50(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€542,50
4.19.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in reconventie

4.20.

[gedaagde] stelt zich op het standpunt een bedrag van € 3.073,90 teveel te hebben voldaan en wenst dit bedrag te verrekenen met hetgeen in conventie zal worden toegewezen. Zij verwijst in dit kader naar haar berekeningen overgelegd als productie 5.

4.21.

Smallsteps heeft ten aanzien van de informatie en berekening als opgenomen in productie 5 geen inhoudelijk verweer gevoerd. Smallsteps heeft zowel in haar processtuk als ter zitting enkel aangegeven de berekeningen niet te kunnen volgen. De kantonrechter volgt Smallsteps hierin niet. In het schema is namelijk duidelijk opgenomen hoeveel uren er per week en hoeveel uren er per maand zijn afgenomen. Het had op de weg van Smallsteps gelegen om dit overzicht te vergelijken met haar eigen overzicht en eventuele fouten in het overzicht van [gedaagde] te benoemen. Nu Smallsteps dit heeft nagelaten, zal de kantonrechter uitgaan van de uren als opgenomen in het overzicht in productie 5 van [gedaagde].

4.22.

De berekening van [gedaagde] is daarmee niet één op één te volgen, omdat [gedaagde] in haar overzicht uitgaat van een ander uurtarief dan de kantonrechter. De kantonrechter zal daarom het totaal aantal uren dat [gedaagde] stelt te hebben afgenomen, zijnde 3564 uur, vergelijken met het totaal aantal uren dat volgens Smallsteps is afgenomen, zijnde 3560,34 uur. Uit deze vergelijking volgt dat door [gedaagde] meer uren zijn afgenomen dan door Smallsteps in rekening is gebracht. [gedaagde] heeft daarmee niet teveel uren aan Smallsteps betaald.

4.23.

Het voorgaande geldt niet voor de gehanteerde tarieven. [gedaagde] heeft immers terecht een beroep gedaan op vernietiging van het prijswijzigingsbeding. De kantonrechter verwijst in dit kader naar hetgeen in conventie onder 4.11 tot en met 4.14 is overwogen. Dit betekent dat Smallsteps over de maanden januari tot en met maart 2024 en over de maanden januari en februari 2025 een te hoog tarief in rekening heeft gebracht. Omdat bij het in conventie toe te wijzen bedrag reeds is uitgegaan van het gecorrigeerde tarief voor de maand februari 2025, hoeft over deze periode in reconventie niet meer te worden beslist. De berekening van het teveel betaalde komt er dan als volgt uit te zien.

4.24.

Over de maanden januari tot en met maart 2024 heeft Smallsteps 476,66 uren in rekening gebracht tegen een uurtarief van € 10,75 in plaats van het uurtarief van € 9,93. Daarmee is over deze periode een bedrag van € 390,86 teveel in rekening gebracht en door [gedaagde] betaald.

4.25.

Over de maand januari 2025 is eveneens een te hoog bedrag in rekening gebracht, namelijk 286 uren tegen een uurtarief van € 11,44 in plaats van het uurtarief van € 10,75. Daarmee is over deze periode een bedrag van € 197,34 teveel in rekening gebracht en door [gedaagde] betaald.

4.26.

Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde] een bedrag van € 588,20 teveel aan Smallsteps betaald. De vordering in reconventie zal tot dit bedrag worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente vanaf 20 mei 2026 zal eveneens over dit bedrag worden toegewezen.

Proceskosten in reconventie

4.27.

Omdat beide partijen in reconventie gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten in reconventie worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Smallsteps te betalen een bedrag van € 1.210,92, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.024,90, met ingang van 13 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Smallsteps in de proceskosten van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Smallsteps niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

veroordeelt Smallsteps tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6.

veroordeelt Smallsteps om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 588,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 20 mei 2026, tot de dag van volledige betaling,

5.7.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.8.

verklaart de veroordeling onder 5.6 uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Nomen en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.