Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Den Haag, 22 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:27116Zaaknummer SGR 24/7420

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 september 2026
Publicatiedatum
6 oktober 2026
Zaaknummer
SGR 24/7420
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 500,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres], uit [woonplaats], eiseres
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/7420

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. S. van der Eijk),

en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, het college,

(gemachtigde: [gemachtigde])

en

de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

Procesverloop

1. Bij besluit van 5 maart 2024 heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres herzien en een bedrag van € 4.868,80 aan te veel betaalde bijstand teruggevorderd.

1.1.

Bij het bestreden besluit van 26 juli 2024 heeft het college de herziening en terugvordering gehandhaafd.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. De gemachtigden van eiseres en het college hebben deelgenomen.

1.3.

Eiseres heeft het beroep tegen het bestreden besluit ter zitting ingetrokken en daarbij verzocht om een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

1.4.

Naar aanleiding van het verzoek van eiseres om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn door de bestuursrechter heeft de rechtbank de Staat als partij aangemerkt.

Beoordeling door de rechtbank

2. De behandeling door de rechtbank is niet binnen een redelijke termijn geweest, als de uitspraak niet binnen twee jaar na de ontvangst van het bezwaarschrift is gedaan. Daarbij mag de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar duren, behoudens bijzondere omstandigheden. Als de redelijke termijn is overschreden, dan moet deze overschrijding in beginsel volledig aan het bestuursorgaan worden toegerekend. Indien de behandeling in beroep langer dan anderhalf jaar heeft geduurd, dan komt de periode waarmee de behandelingsduur in beroep is overschreden voor rekening van de Staat.[_03e2d83e-5ccb-4d6c-a342-4276534ac90b] De omstandigheden van het geval kunnen aanleiding geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen.[_82cfa4b7-e024-40ae-a8f2-371c9af98240] In beginsel is een vergoeding van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden passend.

2.1.

Vanaf de datum van ontvangst door het college van het bezwaarschrift op 4 april 2024 tot de intrekking van het beroep op de zitting, heeft de procedure, afgerond naar boven, in totaal twee jaar en drie maanden geduurd. In de zaak zelf en in de opstelling van eiseres zijn geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in dit geval de totale lengte van de procedure meer dan twee jaar zou mogen bedragen. De redelijke termijn is dus met drie maanden overschreden. Dit leidt tot een schadevergoeding van in totaal € 500,-.

2.2.

De behandeling van het bezwaar heeft van de ontvangst van het bezwaarschrift op 4 april 2024 tot het besluit op bezwaar van 26 juli 2024, afgerond naar boven, vier maanden geduurd. De redelijke termijn in bezwaar van zes maanden is dus niet overschreden. De overschrijding van de redelijke termijn is daarom volledig toe te rekenen aan de Staat.

2.3.

Omdat het bedrag aan schadevergoeding onder de € 5.000,- blijft, bestaat er gelet op de beleidsregel van de Minister van Veiligheid en Justitie van 8 juli 2014 geen aanleiding om de Staat in de gelegenheid te stellen verweer te voeren.[_11204f3c-5c76-4404-887a-838407c2b215]

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen tot een bedrag van € 500,-.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 500,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.