Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 11 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:26410Zaaknummer NL26.20419

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 september 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.20419
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin Spanje. Buiten zitting. Artikel 10 Dublinverordening.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.20419

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum],

van Algerijnse nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer:]

(gemachtigde: mr. J. Sinnema),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 9 april 2026 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_90c4fe57-8938-4564-9333-7ace3d80b162]

1.2.

Op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt apart beslist.[_1df350b3-639b-4831-8b4d-2f444353b6c4]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dit, mede, aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd.

2.1.

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

3. De EU[_e046eee4-239e-46bb-85ef-97a0c6d97251] heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Met ingang van 12 juni 2026 gelden de regels die zijn neergelegd in de AMbV[_0caa7458-e4f6-4991-809f-e6887f06343b].

3.1.

Welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat vóór 12 juni 2026 is geregistreerd, wordt bepaald volgens de Dublinverordening[_ea8e1d36-3de5-4936-9c50-648c47b971ed] vastgelegde criteria.[_22cd000b-b20a-459c-a7b3-e39bba988dd8]

3.2.

Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.[_7cca178f-15f8-4a18-bb7b-f3c7c7e14691] In dit geval heeft Nederland op 16 maart 2026 bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek op 20 maart 2026 aanvaard op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening.

De beroepsgronden

4. Eiseres voert aan dat de minister haar asielaanvraag ten onrechte niet inhoudelijk heeft behandeld en dat zij ten onrechte naar Spanje moet terugkeren. Eiseres is samen met haar echtgenoot naar Nederland gekomen. Er is sprake van een traditioneel huwelijk. Eiseres en haar echtgenoot verblijven gezamenlijk op het AZC[_40d5cf1e-abbf-4357-9525-7b4eab469dca] en hebben zich gelijktijdig gemeld voor asiel. Er had meer doorgevraagd moeten worden als de minister het huwelijk niet geloofwaardig acht. De echtgenoot van eiseres, die nog in de asielprocedure zit, heeft aangegeven dat hij graag bij zijn vrouw in Nederland wil blijven. Eiseres doet een beroep op artikel 10 van de Dublinverordening. Daarnaast stelt eiseres dat in ieder geval een geslaagd beroep op artikel 17 van de Dublinverordening kan worden gedaan, omdat haar echtgenoot in Nederland verblijft en een asielaanvraag heeft ingediend.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

5. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, waardoor mag worden verondersteld dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt.[_27cf39bb-3aee-4499-b437-f4e78441f417]

Artikel 10 van de Dublinverordening

6. In het verslag van het op 16 maart 2026 plaatsgevonden “Aanmeldgehoor Dublin” staat, onder andere, het volgende weergegeven:

“(…)

Wat zijn uw bezwaren tegen een overdracht aan Spanje?

Ik wil niet terug naar Spanje. Ik vind het daar niets. Je kunt er niet werken en je krijgt er geen kansen. Ik wil mijn toekomst hier opbouwen ik vind Nederland een leuk land.

(…)

Is er een bijzondere reden dat u juist in Nederland verzoekt om internationale bescherming?

Nee, maar Nederland is een mooi land.

(…)

Wat is de reden dat u niet wilt meewerken?

Ik wil niet naar Spanje.

Heeft u nog zaken die u zou willen aanvullen aan wat u eerder hebt verklaard tijdens dit gesprek?

Nee.”

6.1.

Op grond van artikel 10 van de Dublinverordening is een lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, indien een gezinslid van een verzoeker in een lidstaat een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, waarin in eerste aanleg nog geen beslissing ten gronde is genomen, mits de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dat wensen.

Volgens artikel 2, aanhef en onder g, van de Dublinverordening valt onder de definitie van gezinsleden, onder andere, de echtgenoot van de verzoeker of de niet-gehuwde partner met wie een duurzame relatie wordt onderhouden. Daarbij is ook van belang dat de relatie reeds in het land van herkomst bestond.

6.2.

De rechtbank stelt voorop dat de hiervoor onder 6.1. genoemde schriftelijke verklaring ontbreekt. De enkele -niet onderbouwde- beroepsgrond dat de (gestelde) echtgenoot heeft aangegeven bij eiseres te willen blijven, maakt dat niet anders. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat eiseres tijdens het gehoor, ondanks in de gelegenheid te zijn gesteld om redenen naar voren te brengen die maken dat moet worden afgezien van een overdracht aan Spanje, niet heeft gesproken over haar in Nederland verblijvende echtgenoot. Ook heeft eiseres geen objectieve documenten overgelegd die aantonen dat zij voldoet aan het vereiste in artikel 2, aanhef en onder g, van de Dublinverordening.

Artikel 17 van de Dublinverordening

7. De minister heeft dan ook in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om op grond van artikel 17 van de Dublinverordening de inhoudelijke behandeling van eiseres haar asielaanvraag aan zich te trekken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

  1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
  2. Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.20420.
  3. Europese Unie.
  4. Verordening (EU) 2024/1351 betreffende Asiel- en migratiebeheer.
  5. Verordening (EU) nr. 604/2013.
  6. Artikel 84 lid 2 van de AMbV (overgangsmaatregelen).
  7. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
  8. Asielzoekerscentrum.
  9. Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5661 en 16 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1431.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.