Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 7 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:25988Zaaknummer NL26.13513

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
7 september 2026
Publicatiedatum
7 september 2026
Zaaknummer
NL26.13513
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Asiel, plakvovo afgewezen. Vanwege de uitkomst van de bodemzaak wel proceskostenvergoeding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van€ 934,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.13513

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft verzocht om de voorziening niet te worden uitgezet gedurende zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 augustus 2026 op zitting behandeld, samen met de behandeling van het beroep.[_2ff8b34e-e5e2-4b58-a7e9-e58c82ffc50c] Eiser en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,00 (één punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,00, wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van€ 934,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.