Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 24 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:25875Zaaknummer NL26.27533

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
7 september 2026
Zaaknummer
NL26.27533
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin, verzoek afgewezen

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.27532, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026 door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

24 juni 2026

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beslissing
  3. Overwegingen
  4. Documentcode: [documentcode]
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.27533

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker (gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.27532, op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.27532, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026 door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

24 juni 2026

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.