Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 7 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:25785Zaaknummer C/09/710638 / JE RK 26-1422

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
7 augustus 2026
Publicatiedatum
16 september 2026
Zaaknummer
C/09/710638 / JE RK 26-1422
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoed voorlopige ondertoezichtstelling

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

merkt het ongeboren kind aan als reeds geboren;

5.2.

stelt het ongeboren kind voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 7 augustus 2026 tot 21 augustus 2026;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. A.P. Pereira Horta op 20 augustus 2026 om 13:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, aan Prins Clauslaan 60 in Den Haag;

5.4.

gelast de griffier voor die zitting op te roepen:

- de Raad voor de Kinderbescherming;

- de moeder;

- de vader;

- Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_4245e998-760e-4ae6-b8a7-bffa3dd631d6]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/710638 / JE RK 26-1422

Datum uitspraak: 7 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

'sGravenhage,

hierna te noemen de Raad,

over

het ongeboren kind [het ongeboren kind],

hierna te noemen het ongeboren kind.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen de gecertificeerde instelling.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 7 augustus 2026.

2 De feiten

2.1.

De moeder is in verwachting van het ongeboren kind.

2.2.

Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden is het ongeboren kind erkend door de vader.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt het ongeboren kind voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en daar op te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter kan een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is.[_b00d377b-49f1-475a-af24-fe74e52aa826] De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.[_41079451-7c92-45f7-ba17-564347cd21e9] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van het ongeboren kind acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.

4.2.

De kinderrechter is van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind. De moeder is momenteel 33 weken zwanger van het ongeboren kind. De moeder is sinds 14 juli 2026 onder behandeling bij [zorginstantie] na een urinecontrole door de verloskundige waarbij cocaïnegebruik is vastgesteld. Desondanks blijft de moeder positief getest worden op cocaïnegebruik waarbij de cocaïnewaarde als onmeetbaar hoog wordt beschouwd. Bij de vader is er sprake van alcohol- en wietgebruik. Met het aanhoudende cocaïnegebruik brengt de moeder de ontwikkeling en veiligheid van het ongeboren kind ernstig in gevaar. Volgens de betrokken professionals bagatelliseren de ouders de zorgen en het risico van het middelengebruik, en heeft de moeder een noodzakelijke interventie, te weten een vrijwillige opname om het middelengebruik tijdens de zwangerschap te beëindigen, afgewezen. Daarom stelt de kinderrechter het ongeboren kind voorlopig onder toezicht voor de duur van twee weken.

4.3.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_d8de0ede-2cda-4d1f-8524-43f8d1879c05]

4.4.

De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

merkt het ongeboren kind aan als reeds geboren;

5.2.

stelt het ongeboren kind voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 7 augustus 2026 tot 21 augustus 2026;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. A.P. Pereira Horta op 20 augustus 2026 om 13:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, aan Prins Clauslaan 60 in Den Haag;

5.4.

gelast de griffier voor die zitting op te roepen:

- de Raad voor de Kinderbescherming;

- de moeder;

- de vader;

- Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_4245e998-760e-4ae6-b8a7-bffa3dd631d6]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.