Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 5 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:25637Zaaknummer C/09/697938 / HA RK 26-38

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Publicatiedatum
15 september 2026
Zaaknummer
C/09/697938 / HA RK 26-38
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststelling staatloosheid. Relevante landen: Palestijnse Gebieden en Griekenland

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 5 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Vaststelling van staatloosheid
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: HA RK 26-38

Zaaknummer: C/09/697938

Datum beschikking: 5 augustus 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 16 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker], in nagenoemd paspoort aangeduid als [naam paspoort],

verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. Bravo Mougán in Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,

zetelende in ’s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door: mr. S.J. Versteeg.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het advies van de Staat van 24 juni 2026, met bijlagen.

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier:

  • Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats].
  • Verzoeker heeft tot 28 februari 2022 in [plaats 1] gewoond en heeft daarna voor langere periodes in Griekenland verbleven.
  • Verzoeker is op 14 augustus 2024 Nederland ingereisd en heeft asiel aangevraagd.
  • Bij beschikking van 18 december 2025 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd verleend van 30 augustus 2025 tot 30 augustus 2030.
  • Verzoeker is in het bezit van de volgende documenten, die zijn onderzocht op echtheid en positief zijn beoordeeld door Bureau Documenten van de IND en de Koninklijke Marechaussee:
  • een Palestijns paspoort;
  • een Palestijnse ID-kaart;
  • een geboorteakte, afgegeven door de Palestijnse autoriteiten in [plaats 1];
  • een geboorteakte, afgegeven door de Palestijnse autoriteiten in [plaats 2];
  • een Grieks reisdocument;
  • een Griekse verblijfspas.

Verzoek en het advies van de Staat

Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is.

De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Vaststelling staatloosheid

Juridisch kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs).

Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker een onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.

Relevante landen

Gelet op de overgelegde stukken, zal de rechtbank de Palestijnse Gebieden en Griekenland bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. Omdat verzoeker maar kort in Turkije en Duitsland heeft verbleven, ziet de rechtbank geen aanleiding om deze landen bij de beoordeling van de staatloosheid van verzoeker te betrekken. De rechtbank heeft verder geen aanwijzingen dat verzoeker nog een andere nationaliteit kan hebben verkregen.[_2f975ce4-dcdc-4af3-941a-3dd6da1d310f]

Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Gelet op de door verzoeker overgelegde stukken, waarvan de originele documenten door Bureau Documenten van de IND en de Koninklijke Marechaussee zijn onderzocht op echtheid en positief zijn beoordeeld, is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is en de Palestijnse nationaliteit heeft.

Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende. Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.

Wordt verzoeker als onderdaan van Griekenland beschouwd?

De verkrijging van de Griekse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel

5 van de Griekse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal zeven jaar voor het indienen van het naturalisatieverzoek wettig inwoner is geweest van Griekenland. Verzoeker heeft weliswaar langere periodes in Griekenland verbleven, voordat hij naar Nederland vertrok, maar niet zeven jaar. Ook is niet gebleken dat verzoeker onder één van de uitzonderingen in dit artikel valt. De rechtbank acht het daarom, net als verzoeker zelf en de Staat, niet aannemelijk dat verzoeker de Griekse nationaliteit heeft verkregen.

Conclusie

De rechtbank stelt, gelet op al het voorgaande, de staatloosheid van verzoeker vast.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 5 augustus 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.