Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:24138Zaaknummer NL26.21148, NL26.21150 en NL26.21152

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26 augustus 2026
Publicatiedatum
26 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.21148, NL26.21150 en NL26.21152
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin, plakvovo's, vovo's afgewezen, wel PKV.

Beslissing

De voorzieningenrechter

  • wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten tot een bedrag van

€ 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.21148, NL26.21150 en NL26.21152

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoeker,

geboren op [geboortedatum 1],

V-nummer: [nummer 1],

[naam 2], verzoekster 1,

geboren op [geboortedatum 2],

V-nummer: [nummer 2]

mede namens haar minderjarige kind

[naam 3],

geboren op [geboortedatum 3],

V-nummer: [nummer 3]

[naam 4], verzoekster 2,

geboren op [geboortedatum 4],

V-nummer: [nummer 4],

allen van Nigeriaanse nationaliteit,

hierna: verzoekers,

(gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk).

Inleiding

1. De minister heeft aan verzoekers op 13 april 2026 een overdrachtsbesluit opgelegd voor Frankrijk.

1.1.

Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld.[_238ca511-ccbf-4299-a486-340b12a4b605] Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, gelijktijdig met de beroepen, op 21 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

3. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op de beroepen, aanleiding te bepalen dat de minister de proceskosten voor de ingediende verzoekschriften moet vergoeden (1 punt met een waarde van € 934,-).

Beslissing

De voorzieningenrechter

  • wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten tot een bedrag van

€ 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.