Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23877Zaaknummer NL26.21701

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.21701
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Plakvovo

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

F.S. Ulrich, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

04 augustus 2026

Documentcode: 025-542-063-254

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing
  4. Documentcode: 025-542-063-254
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL26.21701

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [v-nummer], verzoeker (gemachtigde: mr. S. Igdeli),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.21700 (het beroep), met (impliciete) toestemming van partijen buiten zitting behandeld. Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.21700, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter zal het verzoek om die reden afwijzen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

F.S. Ulrich, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

04 augustus 2026

Documentcode: 025-542-063-254

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.