Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 24 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23801Zaaknummer C/09/686751 / FA RK 25-4390

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
7 september 2026
Zaaknummer
C/09/686751 / FA RK 25-4390
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Echtscheiding. Overeenstemming over de echtscheiding, hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie. Beslissing over huurrecht echtelijke woning.

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen de man en de vrouw, gehuwd op [datum] 2009 te [plaats 1], [land];

*

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats 2],

de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de man zullen zijn:

totdat de man een zelfstandige woonruimte heeft gevonden

iedere woensdag, vrijdag en zaterdag uit school of vanaf 15.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de man hen ophaalt en bij de woning van de vrouw terugbrengt;

zodra de man een zelfstandige woonruimte heeft gevonden

  • in de even weken van vrijdag na school tot zaterdag 20.00 uur;
  • in de oneven weken van zaterdag na de Arabische les (circa 15.00 uur) tot zondag 19.00 uur;
  • iedere woensdag uit school tot 19.00 uur;
  • een gedeelte van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg nader te bepalen;

waarbij de man hen ophaalt en bij de woning van de vrouw terugbrengt;

en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], van € 214,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te [adres], [plaats 2], en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Echtscheiding met nevenvoorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-4390

Zaaknummer: C/09/686751

Datum beschikking: 24 juli 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 13 juni 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D. Abd Rabou te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Fakiri te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoekschrift;
  • het verweer tegen het zelfstandig verzoek, tevens aanvullend verzoek;
  • het verweer tegen het aanvullend verzoek;
  • het F9-formulier van de zijde van de vrouw van 26 juni 2025 met bijlage;
  • het F9-formulier van de zijde van de vrouw van 15 september 2025 met bijlage;
  • het F9-formulier van de zijde van de vrouw van 30 september 2025 met bijlage;
  • het F9-formulier van de zijde van de man van 24 juni 2026 met bijlagen;
  • het F9-formulier van de zijde van de vrouw van 29 juni 2026 met bijlagen;
  • het F9-formulier van de zijde van de vrouw van 1 juli 2026 met bijlagen.

De minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.

Op 10 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en H. Rida, tolk in de (Egyptisch) Arabische taal;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

Partijen zijn gehuwd op [datum] 2009 te [plaats 1], [land].

- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats 2].
  • De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Blijkens de uittreksels uit de Basisregistratie Personen (BRP) hebben de man en de vrouw en de kinderen allen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:

  • vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de vrouw;
  • vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], in die zin dat:
  • de kinderen in de even weken van vrijdag na school tot zaterdag 20.00 uur bij de man verblijven
  • de kinderen in de oneven weken van zaterdag na de Arabische les (circa 15.00 uur) tot zondag 19.00 uur bij de man verblijven
  • de kinderen wekelijks op woensdag na school tot 19.00 uur bij de man verblijven
  • vakanties en feestdagen worden in onderling overleg tussen partijen gedeeld;
  • de man het halen en brengen van de kinderen voor zijn rekening neemt;
  • vaststelling van kinderalimentatie van € 371,- per kind per maand met ingang van 13 juni 2025, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen vóór de eerste dag van iedere kalendermaand;
  • toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning, gelegen te [plaats 2] aan de [adres];
  • vervangende toestemming, die de toestemming van de man vervangt, om met [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar [plaats 3], [land], te reizen in de periode van 15 juli 2026 tot en met 15 augustus 2026;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert – onder referte ten aanzien van de echtscheiding en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] – op dit moment nog verweer tegen de verzochte kinderalimentatie, toedeling van het huurrecht en vervangende toestemming voor een reis naar [plaats 3], [land], welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een tijdelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, inhoudende dat:

  • de man contact heeft met de kinderen in de woning van de vrouw op vaste dagen en tijden, bijvoorbeeld twee middagen per week en één dag in het weekend, in overleg met de vrouw;
  • de man op vaste momenten telefonisch contact onderhoudt met de kinderen, eveneens in overleg met de vrouw;
  • de man de kinderen in overleg met de vrouw kan blijven zien en de activiteiten met hen kan blijven ondernemen die hij al met hen onderneemt;

en te bepalen dat, zodra de man beschikt over geschikte woonruimte, de zorgregeling kan worden uitgebreid tot de regeling zoals door de vrouw is verzocht.

De vrouw voert verweer tegen de verzochte voorlopige zorgregeling, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding

Ontvankelijkheid

Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De vrouw heeft dat niet gedaan. De rechtbank stelt vast dat het de ouders voorafgaand aan de mondelinge behandeling van deze zaak niet is gelukt om ten aanzien van de kinderen tot overeenstemming te komen. Gelet op de gespannen verhoudingen tussen partijen acht de rechtbank het meer in het belang van de kinderen nu snel duidelijkheid te scheppen door opname van de overeengekomen afspraken in deze beschikking, dan om de zaak aan te houden om de ouders de gelegenheid te bieden om de afspraken in een ouderschapsplan vast te leggen. Daarom beoordeelt de rechtbank het verzoek tot echtscheiding.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.

Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming voor vakantie

Partijen hebben overeenstemming bereikt over de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.

Ter zitting is het verzoek om vervangende toestemming voor een vakantie van de vrouw met de kinderen ingetrokken, omdat de man die toestemming reeds voorafgaand aan de zitting had verleend aan de vrouw.

Kinderalimentatie

Partijen hebben overeenstemming bereikt over de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Zij hebben afgesproken dat de man met ingang van de datum van deze beschikking een bedrag van € 214,- per maand per kind aan de vrouw zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Daarnaast zal de man dit jaar nog meebetalen aan de vliegtickets voor de kinderen. In de toekomst zal de vrouw alle kosten voor de kinderen betalen van de kinderalimentatie. De ouders hebben de rechtbank verzocht de gemaakte afspraken op te nemen in de beschikking. De rechtbank zal conform de overeenstemming beslissen en de afspraken – voor zover die zich daarvoor lenen – opnemen in het dictum. Hetgeen oorspronkelijk meer of anders is verzocht ten aanzien van de kinderalimentatie, beschouwt de rechtbank als ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.

Huurrecht echtelijke woning

Beide partijen willen het huurrecht van de echtelijke woning toegekend krijgen. De rechtbank stelt vast dat beide partijen belang hebben bij hun verzoek, omdat zij beiden geen goed alternatief hebben.

De man is al geruime tijd geleden uit de echtelijke woning vertrokken, maar hij heeft nog altijd geen zelfstandige woonruimte gevonden. De kinderen kunnen de man niet bezoeken in zijn tijdelijke woonruimte en zij kunnen niet bij hem overnachten. Als gevolg daarvan zijn contacten van de man met de kinderen de afgelopen periode zeer beperkt geweest en is voor de komende periode – totdat de man een zelfstandige woonruimte heeft gevonden – ook een beperkte zorgregeling overeengekomen.

De vrouw heeft ook geen uitzicht op een andere woning en de man en de vrouw zijn het erover eens dat de kinderen de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw en dat het zwaartepunt van de verzorging en opvoeding bij de vrouw moet blijven.

De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat de vrouw het huurrecht van de echtelijke woning krijgt toegedeeld, zodat de kinderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. De rechtbank acht het niet in hun belang dat zij naast de scheiding nog een ingrijpende verandering moeten doormaken waaronder de onzekerheid van passende woonruimte. Naar het oordeel van de rechtbank weegt onder deze omstandigheden het belang van de vrouw en de kinderen zwaarder dan het belang van de man. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw toewijzen en het verzoek van de man afwijzen.

Kindbrieven

De kinderrechter heeft aan [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gevraagd hoe zij de beslissing van de rechtbank te horen willen krijgen. [minderjarige 2] wil graag van zijn ouders horen wat de rechtbank beslist, [minderjarige 1] en [minderjarige 3] willen graag een brief van de kinderrechter waarin zij haar beslissing zelf aan hen uitlegt. De kinderrechter heeft daarom een brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 3] gestuurd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke uitleg [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben ontvangen.

Beste [minderjarige 1],

Op 9 juli was je bij de rechtbank en hebben we met elkaar gepraat. Je vertelde toen dat je het fijn hebt bij je moeder thuis en dat je je vader regelmatig ziet. Je zei ook dat je je vader het liefst ook weleens bij hem thuis zou zien, in plaats van alleen maar op straat. Je vertelde ook dat je heel graag op vakantie naar [land] wilde gaan. En je zei dat je vindt dat je ouders eigenlijk zelf, zonder rechter, afspraken moeten kunnen maken over jullie.

Ik heb later ook met je ouders gepraat. Je ouders vertelden toen dat ze samen alles voor de vakantie naar [land] al hadden geregeld. Je ouders hebben toen ze hier waren ook afspraken gemaakt over hoe vaak je naar je vader gaat en over hoe ze de geldzaken voor jullie gaan regelen.

Je vader vertelde dat hij het heel leuk zou vinden als jij en je broers bij hem thuis komen, maar dat dat niet kan in het huis waar hij nu woont. Als hij een ander huis heeft, waar jullie wel kunnen komen, hebben je ouders afgesproken dat jullie daar iedere woensdag (na school tot 19.00 uur) en ieder weekend heen gaan, de ene week van vrijdag na schooltijd tot zaterdag avond, de andere week van zaterdag na de Arabische les tot zondagavond. Ook hebben ze afgesproken dat jullie dan een gedeelte van de vakanties bij je vader zijn.

Maar zo ver is het nu nog niet. Tot je vader een andere woning heeft, komt hij jullie iedere woensdag, vrijdag en zaterdag rond 15 uur ophalen en brengt hij jullie om 19 uur weer terug, zodat jullie thuis kunnen eten.

Je ouders denken dat ze met deze afspraken minder ruzie zullen gaan maken. Dat verwacht ik ook. Daarom zal ik de afspraken die je ouders hebben gemaakt vastleggen.

Ik hoop dat ik hiermee duidelijk heb uitgelegd wat je ouders hebben afgesproken en waarom ik dat goede afspraken vind. Je ouders krijgen van mij een officiële brief (dat heet een beschikking), waarin precies staat wat ik heb bepaald. Daarin staat ook wat ik jou in deze brief heb verteld.

Ik hoop dat je een fijne vakantie hebt gehad in [land] en ik wens je een goede toekomst.

Met vriendelijke groet,

De kinderrechter

***

Beste [minderjarige 3],

Op 9 juli was je bij de rechtbank en hebben we met elkaar gepraat. Je vertelde toen dat je het fijn hebt bij mama thuis en dat je papa regelmatig ziet. Je vertelde ook dat je heel graag op vakantie naar [land] wilde gaan. Ook vertelde je dat je het weleens merkt als je ouders ruzie hebben en dat je dat vervelend vindt.

Ik heb later ook met jullie ouders gepraat. Je ouders vertelden toen dat ze samen alles voor de vakantie naar [land] al hadden geregeld. Je ouders hebben toen ze hier waren ook afspraken gemaakt over hoe vaak je naar papa gaat.

Je vader vertelde dat hij het heel leuk zou vinden als jij en je broer en zus bij hem thuis komen, maar dat dat niet kan in het huis waar hij nu woont. Als hij een ander huis heeft, waar jullie wel kunnen komen, hebben je ouders afgesproken dat jullie daar iedere woensdag (na school tot 19.00 uur) en ieder weekend heen gaan, de ene week van vrijdag na schooltijd tot zaterdag avond, de andere week van zaterdag na de Arabische les tot zondagavond. Ook hebben ze afgesproken dat jullie dan een gedeelte van de vakanties bij je vader zijn.

Maar zo ver is het nu nog niet. Tot je vader een andere woning heeft, komt hij jullie iedere woensdag, vrijdag en zaterdag rond 15 uur ophalen en brengt hij jullie om 19 uur weer terug, zodat jullie thuis kunnen eten.

Je ouders hebben ook verteld dat ze vaak ruzie maakten om geld. Nu hebben ze daarover ook afspraken gemaakt. Ik denk dan ook dat ze daar in de toekomst minder ruzie over zullen maken. Dat is ook fijn voor jou en je broer en zus.

Ik hoop dat ik hiermee duidelijk heb uitgelegd wat je ouders hebben afgesproken. Je ouders krijgen van mij een officiële brief (dat heet een beschikking), waarin precies staat wat ik heb bepaald. Daarin staat ook wat ik jou in deze brief heb verteld.

Ik hoop dat je een fijne vakantie hebt gehad in [land] en ik wens je een goede toekomst.

Met vriendelijke groet,

De kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen de man en de vrouw, gehuwd op [datum] 2009 te [plaats 1], [land];

*

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats 2],

de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de man zullen zijn:

totdat de man een zelfstandige woonruimte heeft gevonden

iedere woensdag, vrijdag en zaterdag uit school of vanaf 15.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de man hen ophaalt en bij de woning van de vrouw terugbrengt;

zodra de man een zelfstandige woonruimte heeft gevonden

  • in de even weken van vrijdag na school tot zaterdag 20.00 uur;
  • in de oneven weken van zaterdag na de Arabische les (circa 15.00 uur) tot zondag 19.00 uur;
  • iedere woensdag uit school tot 19.00 uur;
  • een gedeelte van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg nader te bepalen;

waarbij de man hen ophaalt en bij de woning van de vrouw terugbrengt;

en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], van € 214,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te [adres], [plaats 2], en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.