Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 23 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23753Zaaknummer C/09/707301 / JE RK 26-1069

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
7 september 2026
Zaaknummer
C/09/707301 / JE RK 26-1069
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Verzoek toegewezen. Op dit moment is er nog onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder en de oma. Terugplaatsing van de minderjarige is op dit moment niet aan de orde.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verleende machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 26 januari 2027, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 augustus 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Beschikking van de kinderrechter
  2. Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
  3. Het procesverloop
  4. Feiten
  5. Verzoek
  6. Beoordeling
  7. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/707301 / JE RK 26-1069

Datum uitspraak: 23 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 17 juni 2026 ingekomen verzoekschrift van:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

de gecertificeerde instelling,

betreffende:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], [geboorteland], hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. N. van Amsterdam te Leiden,

[de oma],

de oma,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift.

Op 23 juli 2026 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting met gesloten deuren behandeld. Het betrof een gecombineerde behandeling van onderhavige procedure en de procedure ten aanzien van het gezag/de voogdij over [minderjarige], ingeschreven onder zaak- en rekestnummer C/09/695984 / FA RK 25-9378. De schriftelijke uitwerking daarvan is in een aparte beschikking vastgelegd.

Op de zitting van 23 juli 2026 zijn verschenen:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk P. Berry;

- de oma;

- [naam 1], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad);

- [naam 2] en [naam 3], namens de gecertificeerde instelling.

Feiten

- Uit het huwelijk van de moeder en de vader, [de vader], is het volgende minderjarige kind geboren:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], [geboorteland] (hierna: [minderjarige]).

- De moeder is alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.

- [minderjarige] verblijft momenteel bij [zorginstelling].

- Bij beschikking van 26 januari 2026 van de kinderrechter van deze rechtbank is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling van 26 januari 2026 tot 26 januari 2027 en is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 26 januari 2026 tot 26 juli 2026.

Verzoek

De gecertificeerde instelling heeft verzocht op grond van artikel 1:265c lid 2 BW de machtiging tot plaatsing van [minderjarige] gedurende dag en nacht voor verblijf in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling te verlengen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt toegelicht. [minderjarige] heeft ASS en functioneert op het ontwikkelingsniveau van een kind van 2,5 jaar. Zijn motoriek is de afgelopen periode verbeterd en hij geniet van verschillende activiteiten. [minderjarige] kan zich mondeling niet uitdrukken en zijn spraak- en taalontwikkeling is zeer beperkt. Hij heeft in het dagelijks leven op alle gebieden voortdurend nabijheid, ondersteuning en toezicht nodig. Ook zal [minderjarige] afhankelijk blijven van volwassenen. Op dit moment kunnen de moeder en de oma [minderjarige] thuis niet de opvoeding, verzorging en begeleiding bieden die hij nodig heeft. De moeder en de oma hebben beiden hun eigen psychische problematiek wat hen kwetsbaar maakt en geleid heeft tot spanningen binnen het gezin. Om het toekomstperspectief van [minderjarige] te kunnen bepalen, is het belangrijk om zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden van de moeder en de oma. De kern van de zorgen richt zich op de opvoedvaardigheden van de moeder en de oma en de relatie tussen hen waar in het verleden sprake is geweest van huiselijk geweld. Naar aanleiding van de zorgen heeft de gecertificeerde instelling de volgende doelen opgesteld:

  • [minderjarige] woont op een plek waar hij veilig is, waar er goed voor hem gezorgd wordt, waar hij structuur en duidelijkheid krijgt en waar zijn ontwikkeling wordt gestimuleerd.
  • [minderjarige] heeft een fijn contact met zijn moeder, oma en andere mensen die belangrijk zijn voor hem.
  • [minderjarige] heeft duidelijkheid over zijn toekomst. Hij weet of hij in Nederland mag blijven, hij weet waar hij gaat wonen en het is duidelijk wie de voogdij over hem uitoefent.

Het eerste doel is behaald, omdat [minderjarige] bij [zorginstelling] verblijft. Hij ontwikkelt zich veilig op school en op de woning van [zorginstelling]. Ook heeft hij hier voldoende manieren om zich te uiten en ervaart hij veilige en fijne momenten met de moeder en de oma. Het tweede doel is deels behaald. [minderjarige] ziet zijn moeder en oma wekelijks gedurende één uur op de woning van [zorginstelling]. [minderjarige] is dan zichtbaar blij om hen te zien, maar er wordt ook gezien dat [minderjarige] de ruimte uitrent op het moment dat hij overprikkeld raakt. De moeder en de oma lijken onvoldoende in te kunnen schatten wanneer de prikkels bij [minderjarige] oplopen en wat zij moeten doen om dit te voorkomen of hoe zij de veiligheid van [minderjarige] kunnen waarborgen. De moeder wekt de indruk wegens haar psychische problematiek en beperking onvoldoende in staat te zijn om aan te sluiten op de ontwikkelingsbehoeften van [minderjarige]. Hoewel er wordt gezien dat de oma de regie pakt, zijn er ook zorgen over haar opvoedvaardigheden. De moeder en de oma hebben beiden opvoedondersteuning nodig om bij [minderjarige] te kunnen aansluiten. De gecertificeerde instelling heeft aanmeldingen voor video interactie begeleiding en begeleide omgang vanuit de William Schrikker Gezinsvormen gedaan om inzichtelijk te krijgen wat de opvoed- en pedagogische vaardigheden van de moeder en de oma zijn. Deze hulp is nog niet gestart vanwege beperkte capaciteit. De gecertificeerde instelling heeft hierdoor nog geen plan kunnen opstellen om te kunnen werken naar uitbreiding of een vorm van begeleide omgang voor de moeder en oma, zowel bij [zorginstelling] of in de thuissituatie. Verder is het derde doel niet nog behaald. [minderjarige] heeft een verblijfsvergunning tot 24 februari 2031. Het is niet duidelijk of [minderjarige] ook daarna in Nederland mag blijven.

De moeder en de oma hebben ingestemd met het verzochte, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing nog aanwezig zijn.

De kinderrechter overweegt als volgt. [minderjarige] kampt met kind-eigenproblematiek, waardoor hij een verhoogde opvoedbehoefte heeft. [zorginstelling] biedt hem de specialistische begeleiding die hij nodig heeft en [minderjarige] heeft de afgelopen periode positieve stappen gezet. Het is van belang dat [minderjarige] vanuit een stabiele omgeving toekomt aan zijn ontwikkeling. Op dit moment is er nog onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder en de oma. Ook zijn het toekomstperspectief en de verblijfsstatus van [minderjarige] in Nederland nog onduidelijk. Daarmee zijn nog niet alle doelen behaald zoals opgesteld door de gecertificeerde instelling, waardoor terugplaatsing van [minderjarige] op dit moment niet aan de orde is. Dit maakt dat het in het belang van [minderjarige] is dat de plaatsing bij [zorginstelling] wordt gecontinueerd. Op de zitting hebben de moeder en de oma ook aangegeven dat zij van mening zijn dat [minderjarige] op zijn plek zit bij [zorginstelling]. Verder overweegt de kinderrechter dat het van belang is dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder en de oma wordt onderhouden. Gelet op het voorgaande wijst de kinderrechter de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing toe.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verleende machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 26 januari 2027, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 augustus 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.