Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 23 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23701Zaaknummer C/09/592961 / FA RK 20-3077

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
7 september 2026
Zaaknummer
C/09/592961 / FA RK 20-3077
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Uit verslag bijzondere curator blijkt geen ruimte bij kind voor contact met zijn vader. Afwijzing verzoek tot vaststelling zorgregeling.

De rechtbank:

wijst af het verzoek van de man tot vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hem en [minderjarige];

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Scheiding
  2. Procedure
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 20-3077

Zaaknummer: C/09/592961

Datum beschikking: 23 juli 2026

Scheiding

Beschikking op het op 11 mei 2020 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: M.A. Sobral te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op ene bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Lindhout te ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 25 juli 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat:

  • de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats], de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
  • de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de hiervoor genoemde minderjarige van € 250,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
  • het in kopie aangehechte echtscheidingsconvenant deel uitmaakt van deze beschikking;
  • partijen bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tot 1 december 2023 pro forma wordt aangehouden.

Bij beschikking van 7 oktober 2025 van deze rechtbank is:

  • mr. I.J. Pieters benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige];
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken pro forma aangehouden tot 15 december 2025.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

  • de brief van 13 februari 2026 van de bijzondere curator;
  • de brief van 13 maart 2026 van de bijzondere curator;
  • het verslag van de bijzondere curator, gedateerd 21 april 2026;
  • het bericht van 23 april 2026 namens de vrouw;
  • het bericht van 1 mei 2026 namens de man;
  • de brief van 26 mei 2026 namens de man;
  • het bericht van 5 juni 2026 namens de vrouw;
  • het bericht van 8 juni 2026, met bijlagen, van de bijzondere curator.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikkingen is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Uit de stukken is de rechtbank het volgende gebleken. Na de hiervoor genoemde beschikking van 25 juli 2023 zijn de ouders aangemeld voor het traject ‘Ouderschap na Scheiding’ bij Impegno. Uit de eindrapportage van Impegno van 28 november 2024 blijkt dat dit traject is gestagneerd, omdat de vrouw de benodigde contracten weigerde te ondertekenen. De Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) is hierna een onderzoek gestart en heeft de bevindingen neergelegd in een rapport en een daarop gebaseerd advies van 29 april 2025. Zowel in de eindrapportage van Impegno als het raadsrapport is opgenomen dat de vrouw onvoldoende bereidheid toont om [minderjarige] te stimuleren in het contact met de man. De Raad kwam in het raadsrapport tot de conclusie dat het in het belang van [minderjarige] is om contact te hebben met zijn vader, indien daarvoor nog ruimte is.

In de beschikking van 7 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. I.J. Pieters als bijzondere curator over [minderjarige] benoemd, om te onderzoeken:

  • of er bij [minderjarige] ruimte is voor contactherstel, en, zo ja, op welke wijze dit contact vorm gegeven kan worden en wat daarvoor nodig is;
  • indien er op dit moment geen ruimte is, te onderzoeken wat de vader volgens [minderjarige] kan doen om een basis te leggen voor eventueel contactherstel in de toekomst;
  • te onderzoeken of er overige aandachtspunten of aanbevelingen zijn met het oog op het belang van [minderjarige].

Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt het volgende. [minderjarige] is heel duidelijk dat hij op dit moment zijn vader niet wil zien, daar is geen ruimte in. Er is al lange tijd geen fysiek contact geweest en [minderjarige] is teleurgesteld geraakt in zijn vader. [minderjarige] biedt wel ruimte voor sporadisch appcontact met zijn vader. Het zou goed zijn als de man via de schoolapp en het schoolschema de schoolvorderingen van [minderjarige] goed in de gaten houdt en hem af en toe een appje stuurt. [minderjarige] zal daar soms wel en soms niet op reageren. De hoop is dat wanneer [minderjarige] ouder wordt, hij weer belangstelling voor zijn vader gaat ontwikkelen. Op dit moment is de opvoedsituatie voor [minderjarige] goed. Uiteraard zou het goed zijn als de ouders weer op de een of andere manier contact met elkaar zouden krijgen, maar zij staan heel ver van elkaar af en er is al jaren geen contact. Het enige dat de bijzondere curator op dit moment kon doen is het laten schrijven van een brief door de man aan [minderjarige] en deze persoonlijk aan [minderjarige] overhandigen. Als [minderjarige] op enig moment weer belangstelling in zijn vader krijgt ligt daarin een kans om het contact weer op te bouwen.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt duidelijk dat er op dit moment geen ruimte bij [minderjarige] is voor contact met zijn vader. De rechtbank acht het daarom niet in het belang van [minderjarige] om een zorgregeling met de man vast te stellen. De rechtbank begrijpt dat dit de man verdriet doet, zeker omdat hij -zoals onder meer blijkt uit het raadsrapport- de bereidheid en inzet heeft getoond om in het belang van [minderjarige] te handelen en actief stappen heeft gezet om op een laagdrempelige manier het contact met [minderjarige] te herstellen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek van de man tot vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hem en [minderjarige];

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.