Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 21 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23414Zaaknummer C/09/702838 / FA RK 26-3409

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
3 september 2026
Zaaknummer
C/09/702838 / FA RK 26-3409
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

wijziging zorgregeling, vaststelling vakantieregeling

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarigen:

 [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];

 [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats];

bij de vader zullen zijn:

 een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19:00 uur;

 woensdagmiddag uit school in overleg;

bepaalt dat de schoolvakanties bij helfte tussen de ouders worden verdeeld;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-3409

Zaaknummer: C/09/702838

Datum beschikking: 21 juli 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 19 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C. Hooft te Gilze.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.A.V. Hoogerduyn.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:

 het verzoekschrift van de vader met bijlagen;

 het verweerschrift van de moeder;

 het bericht van de vader op 19 juni 2026 met bijlagen;

 het bericht van de vader op 22 juni 2026 met bijlage.

De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich op 23 juni 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 23 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

 De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

 Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

 [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];

 [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats].

 De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit wegens een aantekening in het gezagsregister van 10 juli 2020 en 4 november 2025.

 De ouders hebben in een ouderschapsplan van 1 januari 2024 de volgende afspraken opgenomen voor zover hier relevant:

“Artikel 2 Omgang

De kinderen verblijven alle weekenden en alle schoolvakanties bij vader. Vader haalt de kinderen elke vrijdag om 14:00 uur uit school en brengt hen op zondag om 19:00 uur weer thuis. Oudergesprekken en JGZ-afspraken doen ouders samen. Ouders houden elkaar altijd op de hoogte en doen alles in overleg.”

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het treffen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat de vader verzoekt te bepalen dat:

primair

 het tussen ouders gesloten ouderschapsplan wordt bekrachtigd door het laten waarmerken van dit document door de griffier en daarna aan de beschikking te hechten;

 dat de minderjarigen het hoofdverblijf bij de moeder hebben;

subsidiair

 een contactregeling vast te stellen op basis waarvan de man gerechtigd is tot contact met voornoemde minderjarige kinderen van partijen als genoemd onder punt 10 van dit verzoekschrift;

meer subsidiair

 een in goede justitie door de rechtbank wordt vastgesteld.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt tevens een omgangsregeling tussen de man en de kinderen te bepalen waarbij de kinderen elke woensdag uit school tot 17.00 uur bij de vader zijn en een weekenddeel per veertien dagen van 12.00 uur tot 17.00 uur.

Beoordeling

In artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat de rechtbank eveneens op verzoek van de ouders of een van hen een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten:

( a) een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken en

( b) de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Zorgregeling

De ouders hebben tijdens de zitting overeenstemming bereikt over de verdeling van de zorgregeling. Zij zijn het erover eens dat de kinderen een weekend in de veertien dagen naar de vader zullen gaan. De kinderen verblijven bij de vader van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19:00 uur. De kinderen hebben dan al bij de vader gegeten en ze zijn gedoucht. Wanneer de kinderen er behoefte aan hebben, kunnen zij in overleg met de ouders ook op woensdagmiddag uit school naar de vader. De (school)vakanties zullen bij helfte worden verdeeld tussen de ouders waarbij de ouders in overleg toedeling van de weken met elkaar zullen bespreken.

Nu het de rechtbank niet gebleken is dat de belangen van de kinderen zich tegen de gemaakte afspraken op de zitting verzetten, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.

Hoofdverblijfplaats

Volgens zowel de vader als de moeder betreft de vaststelling van de hoofdverblijfplaats slechts een formaliteit zodat deze ook aansluit bij de huidige feitelijke situatie. De ouders zijn op de zitting overeengekomen dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder dient te worden bepaald en de rechtbank zal dan ook dienovereenkomstig beslissen nu is gebleken dat de belangen van de kinderen zich hier niet tegen verzetten.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarigen:

 [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];

 [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats];

bij de vader zullen zijn:

 een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19:00 uur;

 woensdagmiddag uit school in overleg;

bepaalt dat de schoolvakanties bij helfte tussen de ouders worden verdeeld;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.