Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:23187Zaaknummer NL26.42691
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.42691
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bewaring ex 59a, eerste lid, van de Vw.
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.42691
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. S.L. Sarin),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring[_b75ed367-6ff7-41fd-ba6b-e711efa3fa80] die aan eiser is opgelegd. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De maatregel is op goede gronden opgelegd en de minister heeft kunnen afzien van het gebruik van een lichter middel. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. De minister heeft eiser op 28 juli 2026 op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw[_1f21fc5b-35b2-4393-9feb-3ed975d4efa1] in bewaring gesteld en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.[_7667360e-426a-48f5-b634-2723e2a86002]
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.[_f1b15533-1737-4069-a399-da36fc5e49ac]
De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2026 met behulp van telehoren op zitting behandeld. Eiser is via een beeldverbinding vanuit het detentiecentrum in Rotterdam verschenen en is daar bijgestaan door zijn gemachtigde. De gemachtigde van de minister en een tolk zijn op de rechtbank in Groningen verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
3. De minister heeft aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMbV[_9777d22e-ac9a-405d-8d21-053e5ab4b259] en er een onderduikrisico bestaat. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser:
a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij hij zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die
niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;
k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de
overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel-en migratiebeheerverordening;
p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb[_1ec23ef4-6654-4733-92f7-19de887168f5] heeft gehouden;
r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
De minister heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Verder heeft de minister overwogen dat een minder dwingende maatregel (een lichter middel) niet doeltreffend kan worden toegepast.
Verblijf politiecel
4. Eiser voert aan dat uit het digitale dossier niet kan worden opgemaakt wanneer eiser vanuit de politiecel is overgeplaatst naar het detentiecentrum Rotterdam.
De minister verwijst ter zitting naar een document, inhoudende een screenshot van een registratie van de uitboeking van eiser door de vreemdelingenpolitie naar een andere eenheid. Uit deze registratie blijkt dat eiser op 29 juli 2026 om 11:11 uur is uitgeboekt. Nu de maatregel van bewaring is opgelegd op 28 juli 2026 om 17:10 uur, is de termijn van 24 uur niet overschreden. De beroepsgrond slaagt niet.
Grondslag
5. De rechtbank is van oordeel dat eiser valt onder de in artikel 59a van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. Er bestaat een concreet aanknopingspunt voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening. Uit de Eurodac-resultaten is gebleken dat eiser op 1 februari 2024 in Duitsland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Nederland heeft daarom op 30 juli 2026 een terugnameverzoek bij de Duitse autoriteiten ingediend. De maatregel is op de juiste grondslag opgelegd.
Gronden
6. De rechtbank stelt vast dat eiser de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden k, p, r en s inhoudelijk niet heeft betwist. De rechtbank ziet ambtshalve toetsend geen aanleiding voor het oordeel dat deze gronden ten onrechte aan eiser zijn tegengeworpen. Alleen die gronden zijn al voldoende om de maatregel te dragen. Daarom kan worden aangenomen dat er een risico op onderduiken bestaat. De rechtbank laat de beoordeling van de rechtmatigheid van de gronden a en j daarom onbesproken.
Lichter middel
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat in het geval van eiser niet met een lichter middel dan de maatregel van bewaring kan worden volstaan. Daarbij acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, de gronden k, p, r en s de maatregel van bewaring kunnen dragen en daarmee het onderduikrisico is gegeven. De enkele stelling van eiser dat hij een vrouw heeft in Nederland, welke stelling hij ook ter zitting naar voren heeft gebracht, leidt niet tot een ander oordeel. Deze stelling is immers op geen enkele wijze met stukken onderbouwd. Verder ziet de rechtbank ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de bewaring onevenredig bezwarend is of dat de minister aanleiding had moeten zien eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen.
Voortvarendheid en zicht op overdracht
8. De minister heeft ter zitting toegelicht dat, nadat eiser op 28 juli 2026 in bewaring is gesteld, op 30 juli 2026 een terugnameverzoek bij de Duitse autoriteiten is ingediend. Op 3 augustus 2026 hebben de Duitse autoriteiten aangegeven een uitgebreider Eurodac-resultaat te wensen. De minister heeft dit uitgebreidere Eurodac-resultaat op 4 augustus 2026 ontvangen en heeft toegelicht dit zo spoedig mogelijk aan de Duitse autoriteiten te zullen toezenden. Gelet op deze gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat de minister voldoende voortvarend handelt en ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat zicht op overdracht aan Duitsland ontbreekt.
Conclusie en gevolgen
9. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is.[_e39fb689-305a-42df-8440-bf7dff802152]
10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.